of 59236 LinkedIn

Liever botte bijl dan kaasschaaf

De Raad voor Cultuur komt in mei met een advies over de herinrichting van het subsidiestelsel voor de kunsten. Wat kan er beter en welke kant moet het absoluut niet op? Adviezen en kanttekeningen van betrokkenen in en om het veld.

Rijk, provincies en gemeenten moeten beter overleggen over de gevolgen van de bezuinigingen die de cultuursector op dit moment treft. ‘Er gaan grote klappen vallen. Dan is het belangrijk om te kijken: wat hebben we de afgelopen 20 jaar gedaan en waar willen we over 20 jaar staan? Anders vlieg je allemaal verschillende kanten op.’ Aldus Annelies van der Horst, adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep, dat in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek deed naar het effect van de cultuurbezuinigingen bij gemeenten en provincies.

 

‘De afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten over ieder zijn rol, zijn behoorlijk verwaterd’, constateert Luc Begas, hoofd bureau subsidies bij het BKKC, het provinciale kenniscentrum voor professionele kunsten in Noord-Brabant. ‘Dit lijkt een goed moment voor herbezinning. De inhoudelijke aansluiting moet beter. Het is nu vaak: de provincie subsidieert iets niet meer en dan wordt het doorgeschoven. Dat kan straks niet meer. Het zijn communicerende vaten: als je ergens iets lek steekt, heeft dat direct gevolgen.’

 

Harry van Waveren, gedeputeerde provincie Zeeland en voorzitter commissie cultuur van het Interprovinciaal Overleg (IPO): ‘Na jaren zijn we onlangs het landsdelig overleg tussen provincies en gemeenten over cultuur weer gestart. Dat was nodig om te voorkomen dat de ene overheid ergens geld weghaalt en de andere daar niets van weet. Soms kun je beter in overleg besluiten dan maar alledrie te stoppen met geld geven. Maar dat vergt afstemming.’

 

‘De financiering van de cultuursector is vertroebeld geraakt’, stelt Cees Langeveld, hoogleraar economie en podiumkunsten, en directeur van het Chassétheater in Breda. ‘Ooit financierde het rijk de gezelschappen en de gemeente de podia. Maar omdat voorstellingen duur zijn geworden voor podia, moeten gemeenten en soms ook provincies, via programmeringsbudgetten ook het aanbod mee bekostigen. De gezelschappen worden nu vanuit het Rijk, gemeenten en provincies gefinancierd.’

 

In de gesprekken die Van der Horst namens DSP voert, merkt ze dat de gestapelde bezuinigingen effecten hebben ‘waarvan je je afvraagt of dat wel de bedoeling is’. Van der Horst: ‘Jongeren dreigen uit de boot te vallen. Voor die doelgroep was de afgelopen jaren juist veel aandacht, maar je ziet nu dat de bezuinigingen van gemeente, provincie en Rijk elkaar versterken. Het Rijk wil de cultuurpas afschaffen, gemeenten bezuinigen op muziekscholen en creatieve centra. Cultuurparticipatie en educatie verhuizen vaak naar brede scholen, maar dat zijn vooral basisscholen. Dat jongeren de dupe worden is een onbedoeld effect, maar het is er wel.’

 

Ook de afbraak van het bibliotheekstelsel valt haar op: ‘Daar is de afgelopen jaren veel in geïnvesteerd, maar door de bezuinigingen bij gemeenten en provincie is de vraag wat er overblijft.’ In veel gemeenten wordt een centrale vestiging ‘opgeplust’, verdwijnen de wijkfilialen en komen er in plaats daarvan, bijvoorbeeld in Eindhoven, dépendances in basisscholen en verzorgingshuizen. ‘En bij cultuureducatie en amateurkunst zie je dat vooral kortere kennismakingstrajecten overeind blijven. Het aanbod dat overblijft is snel en breed.’ Ook al wil het Rijk de musea ontzien, door gemeentelijke bezuinigingen ontstaan toch problemen, merkt Van der Horst. ‘Het Skryption in Tilburg is al dicht, CODA in Apeldoorn verkeert in grote moeilijkheden.’

 

Eenvoudige besparing

 

De Raad voor Cultuur buigt zich momenteel over een herinrichting van het subsidiestelsel, en komt naar verwachting in mei met een advies. Daarop vooruitlopend zal de zogeheten ‘Tafel van Zes’ (zie kader), waarin de kunstwereld zich heeft verenigd, ook een stuk op tafel leggen. Dat het stelsel op de schop moet, daar is iedereen het over eens.

 

Van Waveren: ‘Het is noodzakelijk om te bekijken of we het allemaal eenvoudiger kunnen organiseren. Er gaat veel tijd verloren met brievenschrijverij tussen de Raad voor Cutuur en het ministerie.’ Hans Gerritsen, gedeputeerde van de provincie Groningen: ‘Ga niet snijden in producerende instellingen. Je moet het eerder zoeken bij de intermediaire organisaties en de koepels.’

 

Terwijl het overleg over een nieuw stelsel in volle gang is, wordt overal in het land al druk bezuinigd. Als eerste wordt vaak onderzocht of de overhead van diverse instellingen gecombineerd kan worden. Shared services voor de backoffice bijvoorbeeld, een gezamenlijke administratie, schoonmaak en afdeling personeelszaken, betekenen vaak een eenvoudige besparing. In Zeeland gaat de samenwerking zelfs nog wat verder: daar gaan de Zeeuwse concertzaal en Muziekpodium Zeeland per 1 januari 2013 op in één organisatie.

 

Maar dat is niet genoeg weet iedereen. Er gaan hoe dan ook klappen vallen. Zalen zullen hun professionele programmering moeten inkrimpen of stoppen, gezelschappen zullen hun subsidie kwijtraken. Her en der wordt ook het sluiten van zalen overwogen. Maar daar moet je mee oppassen, vindt hoogleraar Langeveld. ‘Die gebouwen hebben ook een belangrijke sociale functie. Mensen ontmoeten elkaar daar, amateurgezelschappen kunnen er terecht.’ De programmering kan wel anders, bepleit hij. ‘Het gebeurt vaak dat dezelfde voorstelling wordt geprogrammeerd in twee zalen die op 20 minuten afstand van elkaar liggen. Dat kun je beter afstemmen.’

 

Concentratie van de rijksbijdrage op de G9 vindt hij deels een goed idee: ‘Maar die negen steden moeten geen eilandjes worden. Ik vind dat de G9 een broedplaatsfunctie kan vervullen waar opleidingen, podia en gezelschappen zich concentreren. Maar die gezelschappen moeten vervolgens wél gaan reizen. Alleen al omdat Zeeland, Drenthe, Friesland en Flevoland helemaal ontbreken in de G9.’

 

Zeeuws gedeputeerde Van Waveren (IPO) is juist een tegenstander van concentratie op de G9: ‘Daarmee komt de regionale spreiding in gevaar. Terwijl dat een uitgangspunt is in het regeerakkoord. Eindhoven zit in de G9. Waarom zou die stad bevoorrecht moeten worden ten opzichte van bijvoorbeeld Tilburg waar veel popcultuur zit, Dansstation Zuid en het Zuidelijk Toneel? Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Enschede ten opzichte van Zwolle. Binnen de provincies met een G9-stad krijg je problemen als je daarop gaat concentreren.’ Daarnaast lost reizen niet alles op, benadrukt Van Waveren.

 

‘Theaterproductiehuis Zeelandia maakt toneel op basis van de Zeeuwse roots. Dat wegbezuinigen en vervangen door een reizend gezelschap van elders, slaat nergens op.’ Het Rijk lijkt er echter op aan te sturen dat publiek en gezelschappen in de toekomst meer moeten reizen, ook omdat producties dan goedkoper worden. Op dit moment is sprake van een groot aanbod van toneel en dans. De schouwburgdirecteuren vinden dat gezelschappen langer moeten rondtoeren, en met minder voorstellingen.

 

Toch is het zaak daar zorgvuldig mee om te gaan, waarschuwt Angela Rijnhart, beleidsadviseur in Enschede. ‘Als je de reisafstand te groot maakt leg je de drempel hoog en wordt kunst voor de elite. Bovendien, als gezelschappen moeten reizen wordt het duur, er moet dan wel een afnamegarantie zijn voor een minimum aantal voorstellingen, anders schiet je je bezuinigingsdoel voorbij.’ Van der Horst vreest daarnaast dat kinderen en jongeren snel de dupe worden o mdat het voor het onderwijs ‘onmogelijk is dat reizen te organiseren’.

 

Uit onderzoek blijkt dat mensen voor grote theatervoorstellingen maximaal 35 kilometer (of een half uur) willen reizen. Voor musea is dat minder, en een beginnende cabaretier moet zich op fietsafstand bevinden. Van der Horst: ‘Je moet bepalen op welke plaatsen je rijksverantwoordelijkheid wilt nemen voor het culturele aanbod. En daar horen dan afspraken met de provincie, gemeente en de cultuurfondsen bij om te zorgen dat je een goede infrastructuur overeind kunt houden.’

 

Kaasschaven

 

De hele sector is ervan overtuigd dat ‘kaasschaven’ geen zin heeft, keuzes maken lijkt het devies. In het oosten van het land hebben gemeenten gekozen voor een duidelijk cultureel profiel, zegt Rijnhart. ‘Onze speerpunten in Enschede zijn muziek en beeldende kunst. Daar ligt onze kracht, dat moet bepalend zijn voor de keuzes die je maakt. De beslissingen over waar de rijksverantwoordelijkheid voor cultuur ligt, moet in samenhang worden genomen met de culturele infrastructuur van gemeenten en provincies.’

 

In het noorden ligt de prioriteit bij het Gronings Museum en Festival Noorderzon, zegt provinciaal gedeputeerde Gerritsen. ‘Het is vooral belangrijk om de culturele infrastructuur hier in het noorden overeind te houden. We hebben hier maar één theatergezelschap, één dansgezelschap en één orkest. Daar moet je niet in schrappen.’ DSP-adviseur Van der Horst ziet ook dat gemeenten en provincies een focus kiezen: ‘Het gaat erom dat je als gemeente en provincie gericht kiest en dáárvoor gaat, samen met het Rijk. Een smallere agenda.’

 

De veronderstelling dat cultuur uitsluitend kan bestaan dankzij subsidies is bovendien niet waar, stelt hoogleraar Langeveld. ‘Cultuur moet deels op een andere manier gefinancierd gaan worden. Uit historisch perspectief is dat niet vreemd: tot de Tweede Wereldoorlog waren het voornamelijk burgers die de kunsten ondersteunden. Bij het Chassétheater merk ik dat het nu alweer beter lukt dan 2 jaar geleden om geld binnen te halen via bijvoorbeeld vriendenverenigingen en sponsoring. Maar gebouwen hebben het in die zin natuurlijk gemakkelijker dan gezelschappen. Als je door het land trekt, is het moeilijk om binding met je publiek op te bouwen en geld uit de markt te trekken.’

 

Van der Horst: ‘Iedereen zoekt of er onderdelen in de organisatie zijn waar geld mee te verdienen valt, dat zien we al bij kunstuitlenen die vercommercialiseren en bij culturele instellingen die horeca toevoegen. Maar regelgeving blijkt vaak een knelpunt: er is een concurrentiebeding met de horeca in de omgeving, of er zijn voorwaarden verbonden aan de subsiedieverlening die dergelijke commerciële onderdelen bijna onmogelijk maken.’

 

Het is belangrijk ruimte te houden voor vernieuwing, concludeert Van der Horst op basis van de gesprekken die ze voert. ‘Iedereen is nu zo bezig met bezuinigen, er moet wel budget blijven voor innovatie. Je moet het systeem niet op slot zetten voor nieuwe ideeën, en oppassen dat niet alleen de gevestigde macht de dienst uitmaakt. Het zijn vooral jonge mensen die zoeken naar andere samenwerkingsvormen en financiering. Die moeten daar ruimte voor krijgen.’

 


Lopende onderzoeken
DSP-groep heeft in opdracht van OCW net een onderzoek afgerond naar de invulling van de bezuinigingen door provincies en gemeenten. Voor 1 mei moet er een vergelijkend onderzoek liggen naar hoe de cultuurnotasystematiek en de afstemming met de instellingen in omringende Europese landen is geregeld (Zweden, Denemarken, Engeland, Duitsland, Frankrijk, België).

 


Tafel van zes.
De Tafel van Zes bestaat uit zes vertegenwoordigers uit de culturele sector. Deelnemers zijn Siebe Weide (Nederlandse Museumvereniging), Joke Hubert (FNV Kiem), Marianne Versteegh (Kunsten ’92), Bert Holvast (Cultuurformatie), Henk Scholten (Theater Instituut Nederland) en Gitta Luiten (Mondriaan Stichting). Volgende week komen zij waarschijnlijk met een stuk waarin zij de contouren voor een ander stelsel schetsen. Dat is ruim voor de Raad voor Cultuur advies uitbrengt aan staatssecretaris Zijlstra.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Van onze partners