of 58959 LinkedIn

‘Objectief’ verdeelgegoochel met jeugdhulpgelden

Robert Vermeiren 4 reacties

Recent mocht ik de medewerkers van het centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie Curium-LUMC Gouda vertellen dat er een 20 procent budget krimpt dreigt volgend jaar. Ja, twintig procent! Een bizarre mededeling, zeker gezien het aantal gezinnen dat onze hulp vraagt nauwelijks daalt. De reden: het 'objectieve verdeelmodel' voor de Jeugdhulp, waardoor de gemeente Gouda (en de hele regio Midden Holland) de komende jaren fors minder geld krijgt voor jeugdhulp.

Gouda kan en moet het, net als vele andere gemeenten, met fors minder geld voor de jeugdhulp doen. In 2018 rest Gouda nog maar 74 procent van het budget 2015. Dit bovenop de budgetkorting van 4 procent dit jaar.

 

Een wonderlijke exercitie is het, dat ‘objectieve’ verdeelmodel. Op basis van een kleine 10 factoren valt te becijferen hoeveel euro's een gemeente nodig heeft voor haar kwetsbare kinderen. Het aantal kinderen in een gemeente bepaalt het bedrag voor nog niet de helft (46 procent). In feite kan het wellicht nog wisselen, want daar komt een correctie op, een wegingsfactor voor het ‘zelfoplossend vermogen’.

 

Daarnaast bepalen vooral sociale en economische factoren het jeugdhulpbudget. Het aantal eenoudergezinnen (bonus als met meerdere kinderen), armoede en het ontvangen van bijstand bepalen ruwweg de helft (51 procent). Een gemeente met alleen rijke getrouwde inwoners krijgt dus fors minder dan een gemeente met arme burgers en gebroken gezinnen. Hoewel er zeker een verband is tussen sociale factoren en sommige psychische stoornissen bij kinderen (zoals ADHD), valt te betwijfelen dat dit zo sterk de uitgaven beïnvloedt. Vele stoornissen, zoals autisme spectrum stoonis of een eetstoornis, hangen immers nauwelijks of niet samen met sociale factoren.

 

Slechts één indicator voor psychische gezondheid wordt gehanteerd. Namelijk 'het aantal ouders met langdurig psychisch medicijngebruik boven een drempel maal het aantal jeugdigen' (14 procent). Als in een gemeente veel psychofarmaca voorgeschreven worden aan ouders, dan is er meer geld voor jeugdhulp. Een bizar criterium, niet alleen vanwege het beperkte begrip dat er uit blijkt over psychiatrische ziektemodellen, maar ook omdat het betrouwbaar vaststellen van dit criterium me een onmogelijke taak lijkt.

 

Tegelijkertijd ontbreken te verwachten indicatoren, zoals etniciteit. Nederlanders van Surinaamse en Antilliaanse afkomst maken fors meer gebruik van jeugdzorg, Turkse en Marokkaanse jongeren daarentegen veel minder. Desondanks ontbreekt etniciteit in het verdeelmodel, een voor Gouda niet onbelangrijke factor. Sterker nog, het negeren van deze factor zorgt ervoor dat Gouda de middelen mist die nodig zijn om zijn meest complexe doelgroep wat de bieden.

 

Ook anderen, zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), hebben terecht grote vraagtekens geplaatst bij dit verdeelmodel. De kritiek lijkt te worden genegeerd, zoals wel vaker bij de transitie. De hunkering van de overheid naar een 'objectief' model lijkt dermate groot dat onnavolgbaar cijfergegoochel geoorloofd is. Dat de 'objectieve' indicatoren zijn geboetseerd aan de hand van onbetrouwbare historische gegevens van jaren terug (2012, voor de ggz 2011), lijkt niet te deren. Dat uitgaven voor psychische zorg aan kinderen (zorgverzekeringswet) volgens hetzelfde model slechts voor 40 procent verklaard worden uit de opgevoerde factoren (pg 26 halverwege), wordt ook terzijde gelaten.

 

Want ja, uiteraard we gaan nog ‘doorontwikkelen’, verder en nader onderzoek doen. Verfijnen terwijl de trein al rijdt… Het komt goed, horen we de staatsecretaris al zeggen.

 

Gezinnen in Gouda zullen de gevolgen van dit cijfergegoochel op korte termijn merken. In amper 4 jaar tijd moet de jeugdhulp het er met eenderde minder zien te rooien (som van kortingen sinds 1 januari 2015). Een onmogelijke opdracht uiteraard. Laten we onszelf niet wijsmaken dat dit met behoud van kwaliteit kan. Tegen deze kaalslag valt niet op te innoveren. Ondanks het grote aantal vragen om hulp, moet de ggz afbouwen. Met als resultaat minder zorg, en het verdwijnen van expertise.

 

Dat de komende jaren de Goudse wachtlijsten de pan uit swingen, hoeft geen betoog. Ik ben benieuwd of staatssecretaris van Rijn dan de eerlijkheid heeft te erkennen dat zijn beleid hiertoe geleid heeft. Den Haag heeft de gemeenten met een onmogelijke opdracht opgezadeld. Datzelfde Den Haag gedoogt cijfergegoochel, waardoor gemeenten, en kinderen en gezinnen die er wonen, fors ongelijk getroffen worden.

 

Robert Vermeiren, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door W.F.Willems (pensionado) op
Je mag natuurlijk niet een hele transitie afbranden op basis van de cijfers van een regio.Een langere overgangstijd ware wenselijk geweest, net als met het PGB, maar ik blijf erbij dat gemeenten dit prima aankunnen.
Door erica westerveld (zorgethica) op
Dat er zorgen zijn is duidelijk, iedere transitie kent zijn plus en min kanten. Vooraf melden dat er problemen gaan ontstaan rond de te verstrekken budgetten, is weinig concreet. Kom met feiten en toon aan wat in concrete situaties niet meer mogelijk is. Laat zien wat de gevolgen zijn in het hier en nu. Dan kan er mogelijk op tijd bijgesteld worden voor de toekomst.

erica westerveld.
Door Menno Oosterhoff (Psychiater) op
Beste Robert. Je hebt helemaal gelijk. Op gemeentenieuws kun je gezondheidszorg niet regelen. Ook dit hebben we destijds voorspeld .De trein ontspoort maar door. En de konderen worden de dupe .
Door Stichting De Vijfde Macht (mr L.H.W.M. Koenen) op
Het zoveelste bewijs, dat Den Haag niet in staat is om aan de randvoorwaarde geld voor het nieuwe jeugdstelsel te voldoen. Het wachten is op de Staatssecretaris, op twee momenten: NU, door de kritiek weg te wuiven, en niets te veranderen aan het verdeelmodel. STRAKS, als de eerste jeugdigen in Gouda en andere gemeenten slachtoffer zijn geworden, door weer minder jeugdhulp aanbod, dus nog langere wachtlijsten, kunnen we in de krant lezen; 'Staatssecretaris betreurt deze dode, hij herhaalt de normen, dat de gemeente volledig verantwoordelijk, en dat het goed is om de oorzaken ervan vast te stellen, ook al is dit gelukkig maar een incident.' Hij vergeet erbij te zeggen dat hij zelf de grootste structurele veroorzaker is.