of 59142 LinkedIn

Blijven bewegen op onze postzegel

Het zal niemand, en al zeker de automobilisten niet, zijn ontgaan dat het fileprobleem weer in zijn volle omvang terug is. De afgelopen jaren is dit probleem dankzij veel extra asfalt en de crisis op de achtergrond geraakt. De economie trekt nu weer aan en de filelengte neemt flink toe. Want al het asfalt dat erbij is gekomen blijkt het extra verkeer niet te kunnen opvangen. De prognoses blijken de verkeersgroei flink te hebben onderschat. De belangrijkste reden: geïsoleerde informatiesystemen en onnauwkeurige data.

Nu zijn er de afgelopen jaren allerlei aanbieders gekomen die informatie verstrekken over de situatie op de weg. Op basis van data uit verschillende bronnen en een min of meer slim algoritme bieden zij gecalculeerde informatie aan over de situatie op de weg. Dat helpt, maar de beperking kent ook iedereen wel: deze informatie is niet nauwkeuring en meestal niet real-time. Met de huidige detectiemethoden, van lussen in de weg tot info van mobile operators, is niet precies te zien op welke rijbaan de auto rijdt, laat staan om wat voor soort voertuig het precies gaat. Zo kent Eindhoven een ring met vele afslagen (en dus geregeld flinke files) en een buitenring waar het verkeer in principe kan doorrijden. Maar of een auto op de binnen- of buitenring rijdt is niet te zien waardoor het verkeersbeeld flink vertekend kan zijn. Adviezen om de ring te mijden kunnen de plank daardoor misslaan.

Zeker, de eerste stappen zijn gezet om tot betere informatie te komen. Zo geeft Flitsmeister mede op basis van gegevens van gebruikers van de app overzichten van files, vertragingen en, natuurlijk, flitsers. En onlangs zijn TomTom en de gemeente Amsterdam gaan samenwerken om op basis van data die TomTom krijgt van zijn gebruikers, de stadsinfrastructuur in de stad te verbeteren. Doel is om veel beter na te kunnen gaan wat het effect van verkeersmaatregelen in de hoofdstad is.

Kern van de zaak is dat de juiste data bij elkaar worden gebracht, dat wil zeggen dat die voldoende gedetailleerd en actueel zijn om tot de nodige inzichten te komen. Ik zie dat momenteel de resultaten noodgedwongen geaccepteerd worden op basis van ‘halve’ bronnen waar vervolgens berekeningen op worden losgelaten. Hoe beter de data, hoe beter het (verkeers)beeld. Voor een mobiliteitsbeleid dat ook echt werkt is een zo accuraat mogelijk beeld nodig van de situatie op de weg. Nu komen we niet verder dan inschattingen, het resultaat van rekenen met onvolkomen gegevens. Deze ‘floating car data’ worden centraal gecalculeerd en zijn per definitie te traag om voertuigsystemen beslissingen te laten nemen.

Maar wanneer we gebruik kunnen maken van nieuwe, nauwkeurige sensoren en de gegevens hiervan combineren met floating car data, ontstaat er een correct en actuele real time datastroom waar voortuigen gebruik van kunnen maken om geprogrammeerd te kunnen verplaatsen. Dit zal nodig zijn om voertuigen schaalbaar en veilig naar het level 4 SAE Automated driving niveau te krijgen. Zodra er voldoende voertuigen met level 4 beschikbaar zijn op de autowegen kunnen we in Nederland echt impact maken in de reductie van files en tegelijkertijd de verkeersveiligheid verbeteren.

Dit Internet of Things ‘op de weg’ begint nu van de grond te komen en de overheid begint te begrijpen dat we aan de vooravond staan van de grote volgende stap.

Dat die stap nodig is, realiseert iedereen zich iedere dag. Files zorgen voor torenhoge kosten voor de transporteurs, jaarlijks meer dan 1 miljard euro volgens een recent bericht. Vergeet ook niet dat iedereen er last van heeft, we willen ook op tijd op het vliegveld zijn zonder voor dag en dauw te hoeven opstaan. Tot slot kunnen op basis van een juist verkeersbeeld ook allerlei nieuwe zaken worden geregeld. Denk bijvoorbeeld aan het vrijmaken van een verkeerscorridor voor nooddiensten.

We wonen op een ‘postzegel’ en we zullen echt slimmer moeten omgaan met de ruimte die we hebben. Het is duidelijk wat er moet gebeuren en hoe we daar invulling aan kunnen geven. Maar de overheidsmolen draait traag en het beleid blijft achter. Om in mobiliteitstermen te blijven: we moeten nu dus echt versnellen, het gat wordt anders steeds groter.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.