of 59045 LinkedIn

Nederlanders vooral blij met winkels in de buurt

Waar ergeren burgers zich aan en waar worden ze blij van? Hondenpoep is met afstand ...  de grootste ergernis, gevolgd door vuurwerk en zwerfvuil. Dit blijkt uit een landelijk representatief onderzoek van I&O Research in opdracht van Gemeente.nu. Het onderzoek is uitgevoerd onder ruim 4.000 burgers en 250 gemeenteambtenaren in maart/april 2015.  Een kwart van de Nederlanders noemt hondenpoep als grootste ergernis. Bij mannen en vrouwen, jong en oud, laag en hoog opgeleid, platteland en stad staat hondenpoep op 1 in de ergernissen top 10. Daarna wordt ‘het afsteken van vuurwerk’ het meest genoemd. ‘Zwerfvuil’, ‘bewoners die zich asociaal gedragen’ en ‘automobilisten die te hard rijden’ completeren de ergernissen top 5. Zwerfvuil en asociaal gedrag storen hoger opgeleiden iets meer dan lager opgeleiden. Lager opgeleiden noemen hondenpoep en vuurwerk iets vaker. De verschillen zijn echter klein (maximaal 3% verschil). Te hard rijdende automobilisten zijn in de niet-verstedelijkte gemeenten een grotere ergernis (15%) dan in de steden (9%). Nederlanders worden blij van: winkels, openbaar groen en (vooral) prettige sociale omgang. Hoewel ‘een tekort aan winkels’ de ergernissen top 10 niet haalde, staat ‘de aanwezigheid van winkels voor dagelijkse boodschappen’ op de eerste plaats van de vrolijkheden top 10. Zowel in verstedelijkte als niet-verstedelijkte gebieden worden de winkels door 17% genoemd. Vrouwen doen dat iets vaker dan mannen.   Burgers kijken meer naar elkaar dan naar gemeente of politie  Zes van de tien vrolijkheden in de top 10 worden bezet door zaken is de sociale omgang sfeer. De aanwezigheid van winkels voor dagelijkse boodschappen staat met 17% net boven ‘bewoners die rekening houden met elkaar’, ‘bewoners die elkaar groeten’ en ‘oplettende en alerte buurtgenoten’. De ‘aanwezigheid van openbaar groen’ staat op plaats 5. 1. Hondenpoep (24%) 1 Aanwezigheid winkels voor dagelijkse boodschappen (17%)    2. Afsteken van vuurwerk (15%)    2. Bewoners die rekening houden met elkaar (16%)    3. Zwerfvuil (12%)    3. Bewoners die elkaar groeten (15%)    4. Bewoners die zich onbeschoft/asociaal gedragen (12%)    4. Oplettende/alerte buurtgenoten (13%)    5. Automobilisten die te hard rijden (11%)    5. Aanwezigheid openbaar groen (13%)    6. Vandalisme (10%)    6. Bewoners die belangstelling tonen in elkaar (11%)    7. Woninginbraken in de buurt (9%)    7. Bewoners die elkaar helpen (11%)    8. Afwezigheid politie/wijkagent in de buurt (7%)    8. Aanpak woninginbraken (10%)    9. Agressief gedrag/geweldsdelicten (7%)    9. Schone straten/geen zwerfvuil (10%)        10. Geluidsoverlast van omwonenden (7%)   10. Bewoners die op elkaar letten / sociale controle (10%)   Figuur: Top 10 ergernissen en vrolijkheden   Het valt op, zowel als we de ergernissen als de vrolijkheden top tien bekijken, dat men vooral naar elkaar kijkt en niet heel erg naar de overheid. Van de ergernissen die een activiteit van de overheid (gemeente, politie) behelzen, haalde alleen de ‘de aanpak van woninginbraken’ de vrolijkheden top tien en de ‘afwezigheid van politie/ wijkagent in de buurt’ de ergernissen top tien. Terwijl zowel bij de vrolijkheden als ergernissen voldoende activiteiten (of het uitblijven daarvan) van gemeente of politie werden aangeboden in de vragenlijst (zoals: straatverlichting, 30 kilometer zones, reactie politie bij onveiligheid, aanpak hangjongeren, onderhoud openbaar groen, aanbod parkeerplekken, afvalinzameling).   Ambtenaren schatten ergernissen burgers redelijk in, maar overschatten rol overheid  In een spiegelonderzoek zijn dezelfde vrolijkheden en ergernissen aan een steekproef van gemeenteambtenaren voorgelegd, met de vraag hoe zij de beleving van burgers inschatten. Overall komen ze min of meer tot dezelfde rangorde als de burgers (een derde zet ook hondenpoep in de top drie), maar er zijn enkele opvallende verschillen. Zo verwachten gemeenteambtenaren dat burgers zich beduidend meer ergeren aan onbeschoft en asociaal gedrag van andere burgers, aan geluidsoverlast van omwonenden en aan agressief gedrag dan burgers daadwerkelijk doen. Omgekeerd laten de ambtenaren een onderschatting zien van waar burgers echt blij van worden: buurtbewoners die elkaar groeten, elkaar helpen en op elkaar letten. Zaken waar gemeenteambtenaren zelf verantwoordelijk voor zijn, zoals ‘voldoende parkeerplaatsen’ en het ‘onderhoud van openbaar groen’ worden daarentegen als belangrijker ingeschat dan ze voor burgers naar verhouding zijn.

Waar ergeren burgers zich aan en waar worden ze blij van? Hondenpoep is met afstand ... de grootste ergernis, gevolgd door vuurwerk en zwerfvuil. Dit blijkt uit een landelijk representatief onderzoek van I&O Research in opdracht van Gemeente.nu. Het onderzoek is uitgevoerd onder ruim 4.000 burgers en 250 gemeenteambtenaren in maart/april 2015.

Een kwart van de Nederlanders noemt hondenpoep als grootste ergernis. Bij mannen en vrouwen, jong en oud, laag en hoog opgeleid, platteland en stad staat hondenpoep op 1 in de ergernissen top 10. Daarna wordt ‘het afsteken van vuurwerk’ het meest genoemd. ‘Zwerfvuil’, ‘bewoners die zich asociaal gedragen’ en ‘automobilisten die te hard rijden’ completeren de ergernissen top 5. Zwerfvuil en asociaal gedrag storen hoger opgeleiden iets meer dan lager opgeleiden. Lager opgeleiden noemen hondenpoep en vuurwerk iets vaker. De verschillen zijn echter klein (maximaal 3% verschil). Te hard rijdende automobilisten zijn in de niet-verstedelijkte gemeenten een grotere ergernis (15%) dan in de steden (9%). Nederlanders worden blij van: winkels, openbaar groen en (vooral) prettige sociale omgang. Hoewel ‘een tekort aan winkels’ de ergernissen top 10 niet haalde, staat ‘de aanwezigheid van winkels voor dagelijkse boodschappen’ op de eerste plaats van de vrolijkheden top 10. Zowel in verstedelijkte als niet-verstedelijkte gebieden worden de winkels door 17% genoemd. Vrouwen doen dat iets vaker dan mannen.

Burgers kijken meer naar elkaar dan naar gemeente of politie
Zes van de tien vrolijkheden in de top 10 worden bezet door zaken is de sociale omgang sfeer. De aanwezigheid van winkels voor dagelijkse boodschappen staat met 17% net boven ‘bewoners die rekening houden met elkaar’, ‘bewoners die elkaar groeten’ en ‘oplettende en alerte buurtgenoten’. De ‘aanwezigheid van openbaar groen’ staat op plaats 5.

1. Hondenpoep (24%) 1 Aanwezigheid winkels voor dagelijkse boodschappen (17%)
2. Afsteken van vuurwerk (15%) 2. Bewoners die rekening houden met elkaar (16%)
3. Zwerfvuil (12%) 3. Bewoners die elkaar groeten (15%)
4. Bewoners die zich onbeschoft/asociaal gedragen (12%) 4. Oplettende/alerte buurtgenoten (13%)
5. Automobilisten die te hard rijden (11%) 5. Aanwezigheid openbaar groen (13%)
6. Vandalisme (10%) 6. Bewoners die belangstelling tonen in elkaar (11%)
7. Woninginbraken in de buurt (9%) 7. Bewoners die elkaar helpen (11%)
8. Afwezigheid politie/wijkagent in de buurt (7%) 8. Aanpak woninginbraken (10%)
9. Agressief gedrag/geweldsdelicten (7%) 9. Schone straten/geen zwerfvuil (10%)
10. Geluidsoverlast van omwonenden (7%) 10. Bewoners die op elkaar letten / sociale controle (10%)

 Figuur: Top 10 ergernissen en vrolijkheden

 

Het valt op, zowel als we de ergernissen als de vrolijkheden top tien bekijken, dat men vooral naar elkaar kijkt en niet heel erg naar de overheid. Van de ergernissen die een activiteit van de overheid (gemeente, politie) behelzen, haalde alleen de ‘de aanpak van woninginbraken’ de vrolijkheden top tien en de ‘afwezigheid van politie/ wijkagent in de buurt’ de ergernissen top tien. Terwijl zowel bij de vrolijkheden als ergernissen voldoende activiteiten (of het uitblijven daarvan) van gemeente of politie werden aangeboden in de vragenlijst (zoals: straatverlichting, 30 kilometer zones, reactie politie bij onveiligheid, aanpak hangjongeren, onderhoud openbaar groen, aanbod parkeerplekken, afvalinzameling).

Ambtenaren schatten ergernissen burgers redelijk in, maar overschatten rol overheid
In een spiegelonderzoek zijn dezelfde vrolijkheden en ergernissen aan een steekproef van gemeenteambtenaren voorgelegd, met de vraag hoe zij de beleving van burgers inschatten. Overall komen ze min of meer tot dezelfde rangorde als de burgers (een derde zet ook hondenpoep in de top drie), maar er zijn enkele opvallende verschillen. Zo verwachten gemeenteambtenaren dat burgers zich beduidend meer ergeren aan onbeschoft en asociaal gedrag van andere burgers, aan geluidsoverlast van omwonenden en aan agressief gedrag dan burgers daadwerkelijk doen. Omgekeerd laten de ambtenaren een onderschatting zien van waar burgers echt blij van worden: buurtbewoners die elkaar groeten, elkaar helpen en op elkaar letten. Zaken waar gemeenteambtenaren zelf verantwoordelijk voor zijn, zoals ‘voldoende parkeerplaatsen’ en het ‘onderhoud van openbaar groen’ worden daarentegen als belangrijker ingeschat dan ze voor burgers naar verhouding zijn.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.