of 58959 LinkedIn

Een blijvende hype

Pionierende gemeenten over hun smart cities  De term ‘smart cities’ duikt de laatste t­ijd steeds vaker op. Maar wat verstaan we er eigenlijk onder? Staat de technologie centraal of de inwoners? inGovernment ging in gesprek met Jan van Ginkel, gemeentesecretaris en algemeen directeur van Schiedam, en Maarten Hillenaar, door Den Haag betrokken bij het smart city-traject dat de gemeente heeft ingericht.  Alhoewel nog voorzichtig, groeit het aantal Nederlandse gemeenten dat zich wil profileren als smart city. Zoals Schiedam. Volgens Jan van Ginkel, gemeentesecretaris en algemeen directeur van die gemeente, worden die gemeenten nu vooral gedreven door een technologisch optimisme. ‘Natuurlijk biedt de technologie allerlei nieuwe mogelijkheden, maar het hoofddoel van smart cities is het versterken van gemeenschappen. Als je dat als uitgangspunt neemt, kijk je op een andere manier naar de technologische mogelijkheden. Een city is wat mij betreft pas smart als er sprake is van smart citizens en smart communities. Gemeenschappen gaan zelf aan de slag om hun eigen vraagstukken verder te brengen waarbij zij technologie, data en informatie actief gebruiken.’   Van Ginkel realiseert zich goed dat dat een andere manier van kijken, denken en doen vereist. Ook binnen het eigen gemeentelijk apparaat. ‘Als je door de bril kijkt van communitybuilding , dan zie je veel meer gemeenschapskracht dan je vanuit het perspectief van de overheid ziet. Een van de kerntaken van de overheid is om verbindingen te leggen tussen al die bloemen die al bloeien. De vraag is vervolgens of je publieke en private partijen en het maatschappelijk middenveld met elkaar kunt verbinden. Ik verwacht van onze ambtenaren dat ze naar buiten gaan en kijken wat er gaande is. Dat zij netwerken bij elkaar brengen om op die manier vanuit de overheid de kracht van het samenwerken te versterken. Die netwerken zitten niet alleen in de traditionele sfeer van de bewonersvereniging, maar ook in de innovatieve bedrijven. Daar heeft het idee van smart city, van een smart community een rol in. Je kunt technologie zo beter benutten bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van, bijvoorbeeld, eenzaamheid of veiligheidsbeleving.’   Buitenboordmotor  Ook de gemeente Den Haag houdt zich bezig met het thema smart cities. In de beleving van Maarten Hillenaar, als ‘buitenboordmotor’ door de gemeente Den Haag bij de vormgeving van de Haagse ambities betrokken, is smart city vooralsnog met name een hypebegrip. ‘Maar wat daaronder ligt en blijft, en waar het in wezen om gaat, zijn de digitale componenten van alles wat de gemeente toch al deed.’   Daarbij constateert Hillenaar dat ICT door gemeenten steeds vaker in het veld wordt ingezet. ‘Dat gaat van de openbare verlichting tot en met technieken die mensen in staat stellen langer thuis te blijven wonen. Maar het gaat ook over het slimmer worden van de stad als zodanig. Het slimmer maken van burgers, laten zien wat je als stad doet met de belastinggelden. Samenwerken met bedrijven en kennisinstellingen. En burgers actiever betrekken bij wat je aan het doen bent.’   Vestigingsklimaat  In dat kader speelt de grote opgave waar de gemeente Den Haag zich voor gesteld ziet een voorname rol. ‘Er zijn hier in Den Haag bij de rijksoverheid veel banen verloren gegaan. In het kielzog daarvan verdween ook de aan die banen gelieerde werkgelegenheid. Dat betekent dat de stad momenteel druk bezig is om het vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers verder te verbeteren om nieuw werk aan te trekken. Met de smart city-aanpak moet de concurrentiepositie hand in hand met de kwaliteit van leven in de stad een extra impuls krijgen. Het is niet meer dan logisch dat Den Haag – stad van vrede, recht en veiligheid – daar insteekt op cybersecurity.   Vervolgens spelen er ook andere vraagstukken. Bijvoorbeeld hoe wij duurzamer met energie om kunnen gaan. Het vestigingsklimaat dat wij nastreven betekent onder meer dat je veilige bandbreedte en dataopslag moet hebben. En daarbij moet je natuurlijk ook de energievoorzieningen goed regelen. In ons geval houdt dat bijvoorbeeld in dat je bij deskundige partners uit het bedrijfsleven en de wetenschap de vraag neerlegt hoe we ervoor kunnen zorgen dat we in de stad een veel betere uitruil krijgen tussen energie die wordt opgewekt door mensen zelf, en wat er nodig is in bepaalde wijken of rond een bepaalde industrietak. En daarmee zijn we niet klaar. Onze roadmap bevat ook thema’s als zorg, onderwijs en de publieke dienstverlening.’   Bestuurlijke betrokkenheid  Schiedam en Den Haag behoren tot de weinige gemeenten die tot nu toe echt actief bezig zijn met het smart city-concept. ‘Toch’, zo schetst Jan van Ginkel, ‘is het een ontwikkeling die niet meer is te stoppen. Technologie en digitalisering zijn mondiale, autonome trends waar een lokale bestuurder weinig tot geen impact op heeft. Het zou enorm helpen als bestuurders dat gegeven zouden omarmen en een signaal zouden afgeven dat zij ermee aan de slag willen. Bestuurlijke tegenwind gaat mondiale trends, zoals smart cities, echt niet tegenhouden. Hooguit vertragen.’   Jan van Ginkel vindt het zorgelijk dat thema’s als technologie en digitalisering, bestuurlijk gezien, nog nauwelijks een issue zijn. ‘Het zit hooguit in de sfeer van moderne hebbedingetjes in plaats van dat gezien wordt dat die thema’s ons leven en onze samenleving drastisch veranderen. Deskundigen zeggen dat binnen vijfentwintig jaar 70 procent van de wereldbevolking in steden woont. Ga eens na wat dat betekent voor de ruimtedruk. Een andere voorspelling is dat over vijf jaar zo’n 50 miljard apparaatjes met internet verbonden zijn, waar dat aantal nu op 5 miljard ligt. Er is sprake van een exponentiële groei van digitale technologie, ook wereldwijd, en bestuurlijk daarvan bewust worden lijkt mij gewoon buitengewoon relevant. Die bewustwording mis ik nu.’   Extra kansen  Maarten Hillenaar is niet verontrust over het lage aantal bestuurders en gemeenten dat zich actief bezighoudt met smart city-concepten. ‘Het is maar net wat je vertrekpunt is. Den Haag was al bezig met The Hague Security Delta en dit gaf extra kansen. Het is ook niet iets totaal nieuws wat we doen. Ik kan zo tien voorbeelden geven van smart city-achtige dingen die Den Haag in de afgelopen jaren al gedaan heeft. Zo hebben we hier het eerste energiezuinige gebouw van Nederland gebouwd. Ook hebben we negenduizend datasets vrijgegeven en zijn we al langer bezig met mobiliteitsverbetering. Het bestond altijd al, alleen hoort daar nu het label smart city bij.’   Faciliterende gemeente  Ondanks het feit dat Den Haag en Schiedam het onderwerp smart city van verschillende kanten benaderen, ervaren Maarten Hillenaar en Jan van Ginkel dat ze op één lijn zitten. Beiden zijn er ook van overtuigd dat er geen weg terug meer is. ‘Omdat deze ontwikkeling hoe dan ook doorzet’, aldus Hillenaar. ‘Of dat gebeurt gestuurd, of je kunt het over je heen laten komen. Ik heb een sterke voorkeur voor het laatste. Het betekent niet dat je moet gaan zitten wachten. Het vereist dat je moet weten waar je het stuur even wat losser moet laten. En als er andere partijen zijn die een goede rol pakken, dan moet je als gemeente die ruimte ook bieden. Voor mij is de gemeente echt de partij die een en ander faciliteert, die het mogelijk maakt, die het platform organiseert en ondersteunt.’ Als het gaat om smart cities ziet ook Jan van Ginkel de rol van de gemeente als facilitator, als meebewegende instantie. ‘Het is niet een beweging vanuit de gemeenschap, of een beweging vanuit de overheid – het is beide bewegingen tegelijkertijd inzetten. Afhankelijk van de kracht van je stad en de kracht van het ambtelijk apparaat doe je een beetje meer links of een beetje meer rechts. Een treintje rijdt maar op twee spoorstaven tegelijk. Het gaat erom dat je elke keer een stukje aan die rails bouwt. En dat is afhankelijk van de stad, de context en de fase waarin je zit.’ ‘Werken aan de wakkere stad’  In het eind juni verschenen boek ‘Werken aan de wakkere stad’ gaat Jan van Ginkel in op de manier waarop bestuurders, ambtenaren, professionals én burgers erin slagen onderling een wezenlijk nieuwe verhouding op te bouwen en met elkaar een wakkere stad in te richten. ‘In plaats van smart city zouden we het ook een wakkere stad kunnen noemen. Het gaat er steeds om, vanuit de overheid gekeken, om slimme interventies te bedenken die de wakkere stad verder kunnen aanwakkeren. Wat kun je nou werkelijk doen om verbindingen binnen de stad te bevorderen? Daar gaat het boek over. Ik geloof er heilig in dat als je mensen, organisaties, ideeën, gedachten of producten met elkaar verbindt, dat één en één vanzelf drie wordt. Verbinding is voor mij echte kennis.’ ‘Gemeente als aanjagende en verbindende partij’  ‘Een smart city is meer dan een stad vol slimme snufjes’, volgens Ingrid van Engelshoven, wethouder Kenniseconomie, Internationaal, Jeugd en Onderwijs in Den Haag. ‘Smart city gaat over het stellen van slimme vragen waarop je gezamenlijk een antwoord vindt. We laten het monopolie op beleid en uitvoering los en geven samen met de toporganisaties uit onze stad invulling aan maatschappelijke vraagstukken.’ Dat betekent overigens niet dat Van Engelshoven het roer uit handen geeft. ‘Integendeel, het is aan ons om het grote geheel te overzien. We hebben als gemeente grote maatschappelijke opgaven als voldoende werkgelegenheid, goede bereikbaarheid, betaalbare zorg en goed onderwijs. En we weten dat technische innovaties daaraan een bijdrage kunnen leveren. Wat ons betreft komen dus zowel de uitdagingen als de oplossingen voort uit een nauwe samenwerking met onze partners. De gemeente is daarin de aanjagende en verbindende partij. Door bijvoorbeeld de aanpak van de hoge werkloosheid te verbinden aan de vraag naar technisch geschoolde krachten. Als je dergelijke verbindingen legt, ben je als stad slim bezig.’

Pionierende gemeenten over hun smart cities

De term ‘smart cities’ duikt de laatste t­ijd steeds vaker op. Maar wat verstaan we er eigenlijk onder? Staat de technologie centraal of de inwoners? inGovernment ging in gesprek met Jan van Ginkel, gemeentesecretaris en algemeen directeur van Schiedam, en Maarten Hillenaar, door Den Haag betrokken bij het smart city-traject dat de gemeente heeft ingericht.

Alhoewel nog voorzichtig, groeit het aantal Nederlandse gemeenten dat zich wil profileren als smart city. Zoals Schiedam. Volgens Jan van Ginkel, gemeentesecretaris en algemeen directeur van die gemeente, worden die gemeenten nu vooral gedreven door een technologisch optimisme. ‘Natuurlijk biedt de technologie allerlei nieuwe mogelijkheden, maar het hoofddoel van smart cities is het versterken van gemeenschappen. Als je dat als uitgangspunt neemt, kijk je op een andere manier naar de technologische mogelijkheden. Een city is wat mij betreft pas smart als er sprake is van smart citizens en smart communities. Gemeenschappen gaan zelf aan de slag om hun eigen vraagstukken verder te brengen waarbij zij technologie, data en informatie actief gebruiken.’

Van Ginkel realiseert zich goed dat dat een andere manier van kijken, denken en doen vereist. Ook binnen het eigen gemeentelijk apparaat. ‘Als je door de bril kijkt van communitybuilding, dan zie je veel meer gemeenschapskracht dan je vanuit het perspectief van de overheid ziet. Een van de kerntaken van de overheid is om verbindingen te leggen tussen al die bloemen die al bloeien. De vraag is vervolgens of je publieke en private partijen en het maatschappelijk middenveld met elkaar kunt verbinden. Ik verwacht van onze ambtenaren dat ze naar buiten gaan en kijken wat er gaande is. Dat zij netwerken bij elkaar brengen om op die manier vanuit de overheid de kracht van het samenwerken te versterken. Die netwerken zitten niet alleen in de traditionele sfeer van de bewonersvereniging, maar ook in de innovatieve bedrijven. Daar heeft het idee van smart city, van een smart community een rol in. Je kunt technologie zo beter benutten bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van, bijvoorbeeld, eenzaamheid of veiligheidsbeleving.’

Buitenboordmotor
Ook de gemeente Den Haag houdt zich bezig met het thema smart cities. In de beleving van Maarten Hillenaar, als ‘buitenboordmotor’ door de gemeente Den Haag bij de vormgeving van de Haagse ambities betrokken, is smart city vooralsnog met name een hypebegrip. ‘Maar wat daaronder ligt en blijft, en waar het in wezen om gaat, zijn de digitale componenten van alles wat de gemeente toch al deed.’

Daarbij constateert Hillenaar dat ICT door gemeenten steeds vaker in het veld wordt ingezet. ‘Dat gaat van de openbare verlichting tot en met technieken die mensen in staat stellen langer thuis te blijven wonen. Maar het gaat ook over het slimmer worden van de stad als zodanig. Het slimmer maken van burgers, laten zien wat je als stad doet met de belastinggelden. Samenwerken met bedrijven en kennisinstellingen. En burgers actiever betrekken bij wat je aan het doen bent.’

Vestigingsklimaat
In dat kader speelt de grote opgave waar de gemeente Den Haag zich voor gesteld ziet een voorname rol. ‘Er zijn hier in Den Haag bij de rijksoverheid veel banen verloren gegaan. In het kielzog daarvan verdween ook de aan die banen gelieerde werkgelegenheid. Dat betekent dat de stad momenteel druk bezig is om het vestigingsklimaat voor bedrijven en burgers verder te verbeteren om nieuw werk aan te trekken. Met de smart city-aanpak moet de concurrentiepositie hand in hand met de kwaliteit van leven in de stad een extra impuls krijgen. Het is niet meer dan logisch dat Den Haag – stad van vrede, recht en veiligheid – daar insteekt op cybersecurity.

Vervolgens spelen er ook andere vraagstukken. Bijvoorbeeld hoe wij duurzamer met energie om kunnen gaan. Het vestigingsklimaat dat wij nastreven betekent onder meer dat je veilige bandbreedte en dataopslag moet hebben. En daarbij moet je natuurlijk ook de energievoorzieningen goed regelen. In ons geval houdt dat bijvoorbeeld in dat je bij deskundige partners uit het bedrijfsleven en de wetenschap de vraag neerlegt hoe we ervoor kunnen zorgen dat we in de stad een veel betere uitruil krijgen tussen energie die wordt opgewekt door mensen zelf, en wat er nodig is in bepaalde wijken of rond een bepaalde industrietak. En daarmee zijn we niet klaar. Onze roadmap bevat ook thema’s als zorg, onderwijs en de publieke dienstverlening.’

Bestuurlijke betrokkenheid
Schiedam en Den Haag behoren tot de weinige gemeenten die tot nu toe echt actief bezig zijn met het smart city-concept. ‘Toch’, zo schetst Jan van Ginkel, ‘is het een ontwikkeling die niet meer is te stoppen. Technologie en digitalisering zijn mondiale, autonome trends waar een lokale bestuurder weinig tot geen impact op heeft. Het zou enorm helpen als bestuurders dat gegeven zouden omarmen en een signaal zouden afgeven dat zij ermee aan de slag willen. Bestuurlijke tegenwind gaat mondiale trends, zoals smart cities, echt niet tegenhouden. Hooguit vertragen.’

Jan van Ginkel vindt het zorgelijk dat thema’s als technologie en digitalisering, bestuurlijk gezien, nog nauwelijks een issue zijn. ‘Het zit hooguit in de sfeer van moderne hebbedingetjes in plaats van dat gezien wordt dat die thema’s ons leven en onze samenleving drastisch veranderen. Deskundigen zeggen dat binnen vijfentwintig jaar 70 procent van de wereldbevolking in steden woont. Ga eens na wat dat betekent voor de ruimtedruk. Een andere voorspelling is dat over vijf jaar zo’n 50 miljard apparaatjes met internet verbonden zijn, waar dat aantal nu op 5 miljard ligt. Er is sprake van een exponentiële groei van digitale technologie, ook wereldwijd, en bestuurlijk daarvan bewust worden lijkt mij gewoon buitengewoon relevant. Die bewustwording mis ik nu.’

Extra kansen
Maarten Hillenaar is niet verontrust over het lage aantal bestuurders en gemeenten dat zich actief bezighoudt met smart city-concepten. ‘Het is maar net wat je vertrekpunt is. Den Haag was al bezig met The Hague Security Delta en dit gaf extra kansen. Het is ook niet iets totaal nieuws wat we doen. Ik kan zo tien voorbeelden geven van smart city-achtige dingen die Den Haag in de afgelopen jaren al gedaan heeft. Zo hebben we hier het eerste energiezuinige gebouw van Nederland gebouwd. Ook hebben we negenduizend datasets vrijgegeven en zijn we al langer bezig met mobiliteitsverbetering. Het bestond altijd al, alleen hoort daar nu het label smart city bij.’

Faciliterende gemeente
Ondanks het feit dat Den Haag en Schiedam het onderwerp smart city van verschillende kanten benaderen, ervaren Maarten Hillenaar en Jan van Ginkel dat ze op één lijn zitten. Beiden zijn er ook van overtuigd dat er geen weg terug meer is. ‘Omdat deze ontwikkeling hoe dan ook doorzet’, aldus Hillenaar. ‘Of dat gebeurt gestuurd, of je kunt het over je heen laten komen. Ik heb een sterke voorkeur voor het laatste. Het betekent niet dat je moet gaan zitten wachten. Het vereist dat je moet weten waar je het stuur even wat losser moet laten. En als er andere partijen zijn die een goede rol pakken, dan moet je als gemeente die ruimte ook bieden. Voor mij is de gemeente echt de partij die een en ander faciliteert, die het mogelijk maakt, die het platform organiseert en ondersteunt.’ Als het gaat om smart cities ziet ook Jan van Ginkel de rol van de gemeente als facilitator, als meebewegende instantie. ‘Het is niet een beweging vanuit de gemeenschap, of een beweging vanuit de overheid – het is beide bewegingen tegelijkertijd inzetten. Afhankelijk van de kracht van je stad en de kracht van het ambtelijk apparaat doe je een beetje meer links of een beetje meer rechts. Een treintje rijdt maar op twee spoorstaven tegelijk. Het gaat erom dat je elke keer een stukje aan die rails bouwt. En dat is afhankelijk van de stad, de context en de fase waarin je zit.’


‘Werken aan de wakkere stad’
In het eind juni verschenen boek ‘Werken aan de wakkere stad’ gaat Jan van Ginkel in op de manier waarop bestuurders, ambtenaren, professionals én burgers erin slagen onderling een wezenlijk nieuwe verhouding op te bouwen en met elkaar een wakkere stad in te richten. ‘In plaats van smart city zouden we het ook een wakkere stad kunnen noemen. Het gaat er steeds om, vanuit de overheid gekeken, om slimme interventies te bedenken die de wakkere stad verder kunnen aanwakkeren. Wat kun je nou werkelijk doen om verbindingen binnen de stad te bevorderen? Daar gaat het boek over. Ik geloof er heilig in dat als je mensen, organisaties, ideeën, gedachten of producten met elkaar verbindt, dat één en één vanzelf drie wordt. Verbinding is voor mij echte kennis.’


‘Gemeente als aanjagende en verbindende partij’
‘Een smart city is meer dan een stad vol slimme snufjes’, volgens Ingrid van Engelshoven, wethouder Kenniseconomie, Internationaal, Jeugd en Onderwijs in Den Haag. ‘Smart city gaat over het stellen van slimme vragen waarop je gezamenlijk een antwoord vindt. We laten het monopolie op beleid en uitvoering los en geven samen met de toporganisaties uit onze stad invulling aan maatschappelijke vraagstukken.’ Dat betekent overigens niet dat Van Engelshoven het roer uit handen geeft. ‘Integendeel, het is aan ons om het grote geheel te overzien. We hebben als gemeente grote maatschappelijke opgaven als voldoende werkgelegenheid, goede bereikbaarheid, betaalbare zorg en goed onderwijs. En we weten dat technische innovaties daaraan een bijdrage kunnen leveren. Wat ons betreft komen dus zowel de uitdagingen als de oplossingen voort uit een nauwe samenwerking met onze partners. De gemeente is daarin de aanjagende en verbindende partij. Door bijvoorbeeld de aanpak van de hoge werkloosheid te verbinden aan de vraag naar technisch geschoolde krachten. Als je dergelijke verbindingen legt, ben je als stad slim bezig.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.