of 59054 LinkedIn

‘Burgers laten zich niet langer weerhouden om mee te praten’

Kim Putters (SCP) over de veranderende lading van het begrip participatie

Kim Putters (SCP) over de veranderende lading van het begrip participatie

Het was een hartenkreet, toen Kim Putters tijdens het VNG Congres in 2014 gemeentebestuurders opriep om het begrip participatie niet plat te slaan maar beter te duiden. Ruim een jaar later praat inGovernment met de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) om de balans op te maken.


Kim Putters steekt bevlogen van wal: ’Ten opzichte van een jaar geleden heeft participatie als begrip meer lading gekregen. Er heeft zowel in de landelijke als in de lokale politiek veel discussie plaatsgevonden, waardoor er een consistenter beeld is ontstaan. Ook is de keerzijde beter zichtbaar en zijn de consequenties van participatie beter voelbaar geworden, zowel voor burgers als voor gemeenten.‘ Genoeg ontwikkelingen, kortom, om eens de revue te laten passeren.

Het SCP stelt dat participatie om enige ‘lenigheid’ vraagt. Wat bedoelt u daarmee?
In de politieke arena wordt participatie gefragmenteerd besproken. In mijn optiek staat de klassieke verzorgingsstaat niet haaks op de participatiesamenleving. De toenemende noodzaak tot participatie is een logisch gevolg van demografische verschuivingen in Nederland. Naarmate dat besef toeneemt komt meer focus te liggen op veerkracht in de samenleving. Een op de vier Nederlanders doet al vrijwilligerswerk en digitale participatie leidt tot vernieuwende initiatieven. Als je dat probeert te overzien, kun je stellen dat Nederlanders soms wat mopperen terwijl er over de hele linie genomen eigenlijk al een participatiesamenleving zichtbaar is. De overheid zou de successen beter zichtbaar moeten maken zodat het begrip voor deze transitie kan toenemen.

Wat zijn de effecten van digitalisering op actief burgerschap?
Het SCP volgt het mediagebruik van Nederlanders nauwgezet en constateert dat de gemiddelde burger zich 21 uur per week met media bezighoudt. Gevolg is dat burgers beter geïnformeerd zijn voordat zij naar de overheid gaan. De laagdrempeligheid van nieuwe media versnelt de oordeelsvorming en laat veel ruimte voor de meest uiteenlopende meningen. De overheid dient daarbij de inhoud op waarde te blijven schatten en de grote lijn niet uit het oog te verliezen.

Houdt de overheid gelijke tred met het mediagebruik van burgers?
De klassieke participatie-aanpak van de overheid is traag, maar dat is aan het veranderen. Het is onwenselijk als onze instituties niet aansluiten op de digitale werkelijkheid. Er is nog veel koudwatervrees en digitale initiatieven worden juridisch betwijfeld omdat deze vanuit verouderde denkkaders worden beoordeeld. Dat is een mismatch. Afwijken van de gebaande paden vergt ambtelijk lef, maar ik zou zeggen: Ga het gewoon doen, pas je gedrag erop aan, zoek samen met burgers naar de grenzen van zelfredzaamheid. Digitalisering dwingt tot veranderen, de echte vraag gaat alleen nog over het tempo waarin dat gebeurt.

Welk effect heeft digitalisering op de doe-democratie?
Ik zie de doe-democratie niet als iets nieuws. Het is meer een andere benadering van het aloude participatieprincipe in politiek en samenleving, maar het doet een groter beroep op de eigen verantwoordelijkheid. Gevolg is minder focus op verantwoording, maar meer op verantwoordelijkheid nemen. Dat niet alle burgers daarin meekomen, was ook in het analoge tijdperk aan de orde. Mensen worden ouder, zijn gemiddeld beter opgeleid en worden pas op latere leeftijd kwetsbaar of ziek. Toch hebben instituties vaak nog een oude definitie van solidariteit, gebaseerd op oude demografische uitgangspunten. De vraag hoe solidariteit eruit ziet voor mensen die online niet kunnen meekomen, is niet te beantwoorden door terug te kijken naar het verleden. De drop-outs van vroeger zijn niet per se de drop-outs van nu. We moeten herijken wie wel en niet meekomen in het digitale tijdperk.

Hoe kan de overheid rekening houden met digitale drop-outs?
Doe-democratie veronderstelt dat mensen zelf beslissingen nemen, terwijl er ook belanghebbenden zijn die niet meedoen. Voor hen zijn nieuwe methoden nodig die nog ruimte laten voor minderheidsstandpunten, of het afwijken van wat de buren zonodig wenselijk vinden. Burgers hebben immers gelijke rechten. Ik zeg niet dat we daarom aan de voorkant initiatieven moeten afzwakken, maar vind wel dat we daar oog voor moeten hebben; zeker als een initiatief tot conflicten leidt. Consequentie van een dergelijke aanpak is dat overheden minder tijd gaan besteden aan het vooraf afvangen van risico’s en meer gaan leren door te doen. Dat vergt een andere houding: Samen met inwoners op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden, terwijl de overheid enkel randvoorwaarden benoemt om doelgroepen te betrekken en het algemeen belang te bewaken.

Is er voldoende inzicht in doelgroepen en de participatiebereidheid van inwoners?
Ik denk dat dit toeneemt. Wat je ziet gebeuren is dat overheden steeds meer manieren zoeken om ervaringen van burgers te betrekken. In Rotterdam heeft men bijvoorbeeld een keer de inzet van politici laten beoordelen door een jury. Ook via online platforms en apps kun je mensen actief laten meepraten. Het zijn juist de kleinschalige voorbeelden van experimenten die het overheidswerk dichter bij bewoners brengen. Of het nou om de inrichting van je wijk gaat of over de kwaliteit van het verpleeghuis. Meer interactie leidt tot meer inzicht. Meer inzicht in de beleving van een doelgroep is cruciaal om vanuit het juiste perspectief te handelen. De kunst wordt om de goede werkwijzen uiteindelijk duurzaam in te bedden.

Welk perspectief op doelgroepen hanteert het SCP?
Het SCP probeert over de volle breedte lessen te trekken en duiding te geven aan ontwikkelingen en trends. Mede vanwege de decentralisaties van taken sluit de inhoudelijke focus van het SCP nu beter aan op gemeentelijke verantwoordelijkheden. Denk aan thema’s zoals zorg, werk, vrijetijd, sport, cultuur en dergelijke. Het SCP creëert meer inzicht in de ervaringen van burgers op basis van representatieve metingen. Mede op basis daarvan is een doelgroepsegmentatie uitgewerkt van zes soorten burgers op basis van sociaal-economische kenmerken. Dat geeft een beeld van de groepen die meer of minder makkelijk mee kunnen komen. Deze segmentatie is voor alle overheden bruikbaar en benoemt bijvoorbeeld ook de digitale vaardigheden per doelgroep. Inzet van dit soort indelingen kan ertoe leiden dat er meer differentiatie ontstaat in de aanpak van participatie, waardoor de realiteitszin in het debat wordt vergroot.

Welke veranderingen brengen de decentralisaties tot op heden teweeg?
Ik zie dat de decentralisatie nieuwe solidariteitsvragen oproept, die om nadere verkenning vragen. De ontstane differentiatie en fragmentatie zie ik als een positieve ontwikkeling en het bewijs dat gemeenten zelf op zoek zijn naar de beste oplossingen voor specifieke bewonersgroepen. Tegelijkertijd zien we de afstand tussen groepen onderling groter worden. Er is een relatie tussen opleidingsniveau, politieke onvrede en de afstand die men ervaart tot de samenleving. Vooral onder laag opgeleide burgers heerst vaker een anti-houding, ziet men minder kansen, ervaart men grote beslissingen niet in het eigen belang en voelt men meer afzondering van maatschappelijke trends. Hoger opgeleiden hebben in het algemeen vaker een open houding en zien meer kansen. Dergelijke verschillen zijn op zichzelf niet erg. Het wordt pas een probleem als dit leidt tot conflicten in de samenleving, als groepen totaal langs elkaar heen leven. Digitalisering leidt tot snellere mobilisatie van groepen, maar niet per se tot snellere groepsvorming. Er is pas sprake van een groep in de samenleving als er naast enkele van buitenaf benoemde kenmerken ook identificatie met die groep plaatsvindt. Digitalisering kan het proces van identificatie versterken en daarmee tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sneller zichtbaar maken.

Vergroot digitalisering het vertrouwen van burgers in de overheid?
Onderzoek bevestigt dat mensen zich sterker afkeren van elites. Kijk maar naar de publieke opinie over de bankensector. Toename van macht en misbruik van die macht leidt tot toenemende twijfels bij de bevolking over de goede bedoelingen van bestuurders en politici. Een uitweg ontstaat pas als een bestuurlijke elite en de bevolking een wederzijds belang formuleren. Dus niet over, maar met burgers praten. Dat vergt een verandering die van binnenuit door de huidige bestuurders van instituties moet worden versterkt. We kunnen tegenwoordig veel sneller besluiten nemen op basis van signalen uit de samenleving. Ideeën moeten in alle openheid met elkaar gedeeld zodat transparantie van handelen kan worden nagestreefd.

Wat is volgens u het verschil tussen verantwoording en verantwoordelijkheid nemen?
Het zijn mechanismen die elkaar niet mogen tegenwerken. Als dat wel gebeurt, dan werkt het systeem tegen je. Digitalisering versterkt beide mechanismen. Door verantwoordelijkheid te nemen kun je vooraf in dialoog beter doordenken welke consequenties een maatregel heeft. Door verantwoording af te leggen kun je na invoering actief in de gaten houden wat de effecten van die maatregel zijn en hoe deze worden beleefd. Burgers laten zich niet langer weerhouden om mee te praten. De tijd waarin alles binnenskamers wordt besproken is voorbij. Dit dwingt ons om op alle niveaus verantwoordelijkheid te nemen en verantwoording af te leggen.

Verandert de overheid wel snel genoeg?
Nee, maar dat is geen verwijt. Instituties lopen immers altijd achter veranderingen aan, maar moeten wel alert zijn om mee te bewegen. Een overmatige focus op verantwoording afleggen suggereert een schijnveiligheid. Als in het oude systeem van verantwoorden een sein op groen stond, wilde dat ook niet zeggen dat iedereen tevreden was. Met een nieuwe aanpak kan direct worden bijgestuurd, zonder te veel tijd te verliezen aan het analyseren waarom de dingen zijn zoals ze zijn.

Waar staan we over twintig jaar?
De maatschappelijke dynamiek gaat sneller dan de politiek-bestuurlijke dynamiek. Eigen initiatieven die van onderaf plaatsvinden nemen toe en werken disruptief ten opzichte van overheidsprocessen. Door digitalisering zijn veel nieuwe vormen van participatie in ontwikkeling. Je ziet nu dat systemen vooral defensief reageren, maar nog weinig proactief handelen. Dat zal verder veranderen. Het is zaak dat de overheid oog houdt voor minderheidsbelangen en dat frustratie en boosheid worden gekanteld naar medewerking en tevredenheid. De participatiesamenleving is voor mij geen doel, maar een ontdekkingstocht. Het vraagt om wat verbeeldingskracht en meebewegen.

Meer weten? www.scp.nl/publicaties. Kijk bij Hoofdzaken van het Sociaal en Cultureel Rapport 2014 p.31/32


Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.