of 58959 LinkedIn

Open overheid weer stap dichterbij

Het initiatiefvoorstel van GroenLinks en D66 voor de Wet open overheid is door de Tweede Kamer al met een ruime meerderheid aangenomen. Toch is er nog veel discussie over. Minister Plasterk raadde het bij de behandeling af, de VNG heeft grote bezwaren en de Eerste Kamer wil eerst een expertmeeting om deskundigen en belanghebbenden te horen. Wat zijn los van de politieke discussie de praktische consequenties van deze nieuwe wet?
Reageer

Het initiatiefvoorstel van GroenLinks en D66 voor de Wet open overheid is door de Tweede Kamer al met een ruime meerderheid aangenomen. Toch is er nog veel discussie over. Minister Plasterk raadde het bij de behandeling af, de VNG heeft grote bezwaren en de Eerste Kamer wil eerst een expertmeeting om deskundigen en belanghebbenden te horen. Wat zijn los van de politieke discussie de praktische consequenties van deze nieuwe wet?

Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel

door: Adrie Spruit, proces- en informatiearchitect bij KING en zelfstandig adviseur

De Wet open overheid, kortweg de Woo, moet de Wet openbaar bestuur, de Wob, vervangen. In landen met een democratische samenleving is openbaarheid van bestuur een algemeen rechtsbeginsel. De Wob geeft daaraan invulling. De wet regelt het recht van de burger op informatie van de overheid. Uitgangspunt daarbij is dat overheidsinformatie openbaar is tenzij uitzonderingsgronden van toepassing zijn zoals vastgelegd in de Wob of andere wetgeving zoals de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Als informatie openbaar is, in de betekenis dat geen uitzonderingsgronden van toepassing zijn, wil dat nog niet zeggen dat die informatie ook voor iedereen direct toegankelijk is, bijvoorbeeld op internet. Daarom regelt de Wob dat iedereen – met een zogenoemd Wob-verzoek – openbare informatie kan opvragen bij een bestuursorgaan. Er is dan sprake van passieve openbaarheid, de overheid komt in actie na een verzoek daartoe.

De overheid streeft al langer ook naar actieve openbaarheid. Bestuursorganen maken informatie van de overheid waarvoor geen openbaarheidsbeperkingen gelden dan ‘uit eigener beweging’ toegankelijk. Het kabinet heeft die lijn al in 2013 geformuleerd als landelijk beleid in de nog steeds actuele Visie open overheid. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel willen diezelfde lijn nu ook vastgelegd zien in wetgeving.

Actieve openbaarheid
Zo krijgt elke burger of elk bedrijf het recht op toegang tot openbare informatie. Actieve openbaarheid wordt met de nieuwe wet versterkt door het verplicht stellen van openbaarmaking van bepaalde categorieën informatie en het direct elektronisch verkrijgbaar worden ervan. Ook moet de informatie machinaal leesbaar worden en daarmee geschikt voor hergebruik.

In de nieuwe Wet open overheid is het niet meer mogelijk dat informatieverzoeken worden geweigerd zonder dat expliciet wordt uitgelegd waarom het belang om de informatie geheim te houden, zwaarder weegt dan het recht op openbaarheid. De wet verplicht de overheid bovendien om sneller op informatieverzoeken te reageren. Als de Wob wordt vervangen door de Woo zal de dwangsom verdwijnen die overheden nu nog moeten betalen als er door hen niet tijdig op een verzoek wordt gereageerd.

Online register
Digitalisering biedt de overheid de kans om de informatiehuishouding te moderniseren, waarmee de behandeling van informatieverzoeken eenvoudiger kan worden afgedaan. Een belangrijke stap daarin is het geleidelijk invoeren van een openbaar online register van documenten. Dit moet het voor burgers en bedrijven makkelijker maken om, gerichter dan nu mogelijk is, elektronisch verzoeken in te dienen. Het informatieregister zal uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet in werking treden.

Digitaal beschikbaar
Als bestuursorganen omvangrijke hoeveelheden informatie actief openbaar moeten maken of alleen kenbaar in een register, dan is internet daarvoor het enige praktische kanaal. De informatie moet dus allereerst digitaal beschikbaar zijn, in formaten bovendien die de buitenwereld kan lezen en voorzien van diverse zogenoemde metagegevens.

Die metagegevens zijn onder andere nodig voor het geautomatiseerd publiceren van informatie en het kunnen vinden van die informatie. Dat levert ook handwerk op, omdat het beoordelen van die informatie daarvoor nodig is. Veel van de zo openbaar te maken informatie zal afkomstig zijn uit archiefsystemen en zogenoemde document management systemen. Deze informatiesystemen zijn over het algemeen (nog) niet gericht op publicatie op internet en dienstverlening naar de burger. Veel organisaties zullen hun systemen en processen moeten aanpassen.

Beveiliging
Extra beveiliging is een ander aandachtspunt. Openbare en niet-openbare informatie (zoals privacygevoelige informatie) zitten vaak in dezelfde systemen. Het eerste ontsluiten en tegelijkertijd het laatste afschermen vergt dan extra maatregelen. Ook is het nog onduidelijk in hoeverre elke conceptversie van een document in wording kan worden op - gevraagd. Idem voor alle in- en uitgaande e-mail, aangezien de nieuwe wet niet ingaat op de vraag wat nog wel en wat zeker niet opvraagbaar is.

Dat geldt ook voor de Archiefwet, maar die is niet primair op de buitenwereld gericht en daardoor minder snel onderhevig aan juridische interventies. Door de kans op dat laatste kan de wet makkelijk gedrag uitlokken dat neerkomt op ‘het zekere voor het onzekere nemen’ en alles maar bewaren. Maar daarvan gaat de beheersbaarheid van de ict van de overheid zeker niet beter worden.

Informatiecommissaris
Een voorstel voor het aanstellen van een informatiecommissaris om de benodigde cultuurverandering te bewerkstelligen heeft het niet gehaald. Met een amendement is geregeld dat het aanstellen van een informatiecommissaris pas geschiedt na een toekomstige evaluatie van de wet. Mocht de evaluatie uitwijzen dat er toch een informatiecommissaris moet komen, dan wordt deze alsnog bij wet ingesteld. Dan wordt ook bepaald wat de taken en bevoegdheden van de informatiecommissaris zijn en waar deze wordt ondergebracht.

Wachtkamer
Als overheidsorganisaties terugdeinzen voor de consequenties van een wet die over meer openheid gaat, dan zegt dat natuurlijk niet alleen iets over die wet. De afgelopen tien jaar is hard gewerkt aan digitalisering van de dienstverlening. Vaak was er minder aandacht voor de digitale variant van informatie- en archiefbeheer, het vakgebied dat zorgt voor het goed geordend bewaren van informatie. De basis voor externe ontsluiting is daardoor te vaak nog niet op orde. Meer bestuurlijke focus daarop ligt voor de hand, ook als de Woo nog even in de politieke wachtkamer blijft.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.