of 59045 LinkedIn

Big data als basis van beleid

Referenda, bijvoorbeeld over het Oekraïne-verdrag, schetsen een beeld van wat het volk wil. Maar met de uitkomst daarvan is het lastig beleid maken. Op grond van al beschikbare (big) data over hoe ‘de Nederlander’ over zaken denkt, zou het niet moeilijk moeten zijn een wél genuanceerd beleid te ontwerpen. Met draagvlak te ontwerpen én gebaseerd op feiten.

Referenda, bijvoorbeeld over het Oekraïne-verdrag, schetsen een beeld van wat het volk wil. Maar met de uitkomst daarvan is het lastig beleid maken. Op grond van al beschikbare (big) data over hoe ‘de Nederlander’ over zaken denkt, zou het niet moeilijk moeten zijn een wél genuanceerd beleid te ontwerpen. Met draagvlak te ontwerpen én gebaseerd op feiten.

Oplossing vraagstukken vraagt om open houding
 

De veranderingen in de (digitale) samenleving beginnen ook zijn uitwerking te krijgen op de discussie over de vorm waarop onze democratie traditioneel is gebaseerd. Terwijl het internet een steeds belangrijkere rol begint te spelen in de meningsvorming, stemmen wij nog vrolijk met potlood en papier. De aloude representatieve democratie komt onder druk te staan door het beschikbaar komen van steeds meer informatie en een directere relatie tussen kiezer en volksvertegenwoordigers. Representatief wordt steeds meer ervaren als: iemand die doet wat ik wil, in plaats van iemand die mijn belangen vertegenwoordigt in de totale afweging van alle belangen.

Bij het ontwerpen van onze democratische structuren was de aanname dat er zoiets bestaat als ‘algemeen belang’. Een hoger doel, dat verder gaat dan de optelsom van de aanwezige particuliere belangen. Anders gezegd: het kan zijn dat het geheel van de samenleving gebaat is bij een beleid dat sommige particuliere belangen aantast. De meerderheid heeft niet altijd gelijk, al was het maar omdat de minderheid ook deel uitmaakt van diezelfde samenleving. Het is nog niet zo heel lang geleden dat het Nederlandse poldermodel wereldwijd gezien werd als dé effectieve oplossing tussen een succesvolle markteconomie en een sociale samenleving. De derde weg, heette dat toen. En die kon op een grote mate van tevredenheid rekenen: Driekwart van de bevolking had in 2000 vertrouwen in het toenmalige (Paarse) kabinet. Het hoogste cijfer ooit gemeten. Zonder twijfel zijn er onderstromen in de samenleving onvoldoende gesignaleerd, maar objectief gezien heeft Paars echt geen puinhopen nagelaten.

Referenda
Sinds die tijd is er veel veranderd. De opkomst van sociale media heeft als bijkomend effect dat meningen en standpunten een steeds belangrijker rol gaan spelen in het publieke discours. De politiek en de media zijn bevangen door ‘gebeurtenissen gestuurd beleid’. In het normale leven heet dat kluitjesvoetbal: allemaal naar de bal, het doel is minder belangrijk. Een uiting daarvan is het hernieuwde gebruik van referenda om te weten wat de burger wil. De uitkomsten daarvan leveren zowel in Nederland (‘Oekraïne-verdrag’) als in Groot-Brittannië (Brexit) meer verwarring dan helderheid op. Het blijkt namelijk dat de overwegingen om voor of tegen te stemmen veel genuanceerder zijn dan een simpele ja/nee-vraag kan laten zien. Plat gezegd: we weten nu wat het volk wil, maar we hebben geen idee waarom. Op standpunten kun je geen beleid maken.

De complexiteit van onze samenleving is zodanig dat er bijna geen besluiten meer te nemen zijn die niet vergaande (geheel onbedoelde) consequenties hebben voor andere beleidsterreinen. Een simpel ja/nee- antwoord heeft veel meer consequenties en nuances dan te voorzien valt.

Toch wordt burgers gevraagd over complexe en genuanceerde vraagstukken een eenvoudige mening te geven. Als die eenmaal gegeven is, dan moet die ook worden uitgevoerd, want waarom vroeg de overheid dat anders? Los van de inhoud spelen referenda in de kaart van de maatschappelijke polarisatie. Je kunt alleen maar voor of tegen zijn. En wat te doen als de anderen winnen?

Beschikbare data
Het merkwaardige is dat er, vanuit allerlei onderzoeken die overheden laten uitvoeren, zeer veel gegevens beschikbaar zijn om te weten hoe ‘de Nederlander’ over zaken denkt. Het Sociaal Cultureel Planbureau brengt bijvoorbeeld sinds 2008 elk kwartaal het Continu Onderzoek Burgerperspectieven uit, waarin ‘de stemming in het land’ wordt onderzocht. Daarnaast worden jaarlijks, in opdracht van de regering, vele tientallen onderzoeken naar specifieke onderwerpen uitgevoerd door gerenommeerde onderzoeksbureaus. In een goed georganiseerde samenleving als de onze is er daarnaast een oceaan van data aanwezig in de normale registraties, van Basisregistratie Personen (BRP) tot Belastingdienst.

Op grond van alle beschikbare data zou het niet moeilijk moeten zijn een genuanceerd beleid met draagvlak te ontwerpen. Die analyse vraagt echter om geïntegreerde en geobjectiveerde analyse. Dus niet het gebruik van onderzoek om beleid te legitimeren, maar omgekeerd, om beleid mee te ontwerpen. De veranderingen in de samenleving dienen ook een ander perspectief op de rol van de overheid met zich te brengen. Het serieus nemen van de antwoorden op onderzoeken en het daarop baseren van beleid geeft meer draagvlak dan het achteraf toetsen wie er een standpunt heeft.

Referenda zijn dus niet nodig als de analyse van beschikbare data gericht zou plaatsvinden.

Participatie
Steeds meer gemeenten passen het middel van participatiebijeenkomsten toe om met burgers in gesprek te gaan over vraagstukken. In hun boek Crowdocracy betogen Alan Watkins en Iman Stratenus dat uiteindelijk een dialogisch meningsvormingsproces tot fundamentele verandering van het openbaar bestuur kan leiden. Belangrijk is dat dit soort processen zich niet bezighouden met de vraag naar standpunten, maar het vraagstuk als open vraag aan groepen burgers voorleggen. Dit is het probleem met alle facetten, hoe zouden we dat op kunnen lossen? Ook binnen bedrijven zien we steeds meer deze aanpak om strategieën gedragen te krijgen of complexe vraagstukken aan te pakken. De beschikbaarheid van informatie stelt immers veel meer mensen in staat (letterlijk) mee te denken en te zoeken naar passende oplossingen.

Open houding  
Voorlopig zijn we daar nog niet. We stemmen met een rood potlood op partijen die ons de komende vier jaar in de gemeenteraad of in ‘Den Haag’ gaan vertegenwoordigen. Maar bij het opstellen van de verkiezingsprogramma’s zou het ontzettend helpen als politieke partijen eindelijk gebruik gaan maken van de beschikbare informatie. Wat willen mensen nu eigenlijk? Wat ervaren ze als probleem, wat hebben ze voor oplossingen? Een verkiezingsprogramma dat, met het oog voor het algemeen belang, dáár antwoord op geeft snijdt hout. Een tijdje gericht zoeken op internet levert voldoende materiaal op om serieus mee aan de slag te gaan.

Dat vraagt wel om een open houding. De vraag is niet langer hoe we de wereld vormgeven vanuit een ideologie die gelijk heeft, de maakbare samenleving bestaat niet. De vraag is hoe we vanuit bepaalde principes verantwoorde antwoorden geven op de werkelijke vraagstukken in de samenleving.

Alle begin is moeilijk. Het wachten is op de eerste gemeente die gefundeerd en genuanceerd, op basis van big data, beleid ontwerpt en daarover met burgers in dialoog gaat. Niet belemmerd door politieke correctheid, maar gebaseerd op feiten.

En in de tussentijd geen referenda meer alstublieft. Er is al genoeg polarisatie.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.