of 59183 LinkedIn

Zelfverzekerde provincies werken aan duurzame winkellandschappen

Reageer

Het blijft onrustig op de winkelmarkt. Recent voorbeeld vormen de problemen bij het Blokker concern en ook het beeldbepalende merk Hema is er nog niet bovenop. Provincies hebben met lokaal betrokkenen een belangrijke rol gekregen de winkelmarkt te verduurzamen en ook te saneren. Twee jaar na ondertekening van de Retailagenda van Minister Kamp is het zaak de stand van zaken op te maken.

Zomercongres
Waar zal het debat om moeten draaien tijdens het landelijke zomercongres van de Retailagenda op 3 juli 2017 in Zwolle?  Moet een nieuw kabinet en de nieuwe colleges van B&W in 2018 doorgaan met de Retailagenda? Of heeft de Retailagenda haar werk gedaan? De leegstand van winkels daalt landelijk immers wat.

 

Kritisch

Vorig najaar waren we na onze analyse van de 12 provinciale retaildeals nogal kritisch op zowel de inhoud als het daadwerkelijk acteren van (de meeste) provincies op het verduurzamen en gewenste sanering van de detailhandel. Vooral de provincies met krimpregio’s lieten het afweten. Het accent lag op “kennisdelen, faciliteren van de samenwerking en monitoren”. Gedeputeerde Sander de Rouwe van Friesland, tevens portefeuillehouder Retail in het Interprovinciaal Overleg (IPO), vond destijds naar aanleiding van onze analyse dat de tijd te kort was voor provincies om resultaten te boeken. Tijdens het Retailcongres 3-07-2017 gaat De Rouwe nader in hoe provincies de noodzakelijke stevige rol spelen op regionaal vlak zoals is afgesproken. We voegen hier graag onze onafhankelijke blik aan toe.

 

Lat hoog

De lat bij de Retailagenda ligt terecht hoog. Dat hoort ook bij de verduurzamingsopgave waar we voor staan. Betrokkenen willen het aantal winkelmeters verminderen met twintig procent en overbodige plancapaciteit moet worden geschrapt. Provincies spraken af hun rol te pakken en in te grijpen wanneer gemeenten met hun plannen de regionale doelstellingen voor een duurzaam winkellandschap schaden en doorgingen met overaanbod scheppen. Nog steeds hangen er trouwens vele 10.000 m2 nieuwe, vooral non-food retailmeters in wijkcentra en in de periferie boven de markt, terwijl de groei vooral zit in de food en webshops. Wat de provincies op bestuurlijk niveau willen, is gewoon goed. Ze tonen zich een belangrijke bestuurslaag door de regie naar zich toe te trekken. De markt doet haar werk onvoldoende. Het is alleen nu zaak door te pakken. Zal ons eerdere beeld van een gebrek aan daadkracht, in zeker de noordelijke provincies en Zeeland waar de nood het hoogst is, zijn gewijzigd?

 

Toegenomen bewustwording
We zien de afgelopen jaren bij provincies een sterk toegenomen bewustwording dat verduurzaming van het winkellandschap nodig is en dat dit ook pijnlijke en kostbare maatregelen vraagt zeker van provincies. Eerder hebben we al gesteld dat betrokken bij de Retailagenda zullen moeten wennen aan het feit dat provincies vaker ‘nee’ zullen verkopen. Provincies werken hard aan de agendering en  stimulering van lokale private en publieke acties. Een recent mooi voorbeeld is de aanpak in Limburg: ‘Als provincie gaan we samen met MKB Limburg, gemeenten en vastgoedpartijen aan de slag om het aantal leegstaande vierkante meters winkelruimte te verminderen en terug te dringen en vooruit te kijken naar nieuwe ontwikkelingen en acties voor een krachtige en duurzame retailstructuur voor Limburg.’

 

Economische belang

Provincies erkennen het economische belang van de detailhandel, als ook van het grote belang van winkelgebieden in relatie tot leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van binnensteden en kernen. Diverse actieprogramma’s en kennisbijeenkomsten zijn opgezet en in vele centra bestaat het besef dat de nadruk ligt op compacter en vitaler maken. In 2016 en 2017 hebben de meeste provincies nader (koopstromen)onderzoek en detailhandelsmonitoren uitgevoerd. Vandaag de dag kun je minimaal twee keer per week ergens in het land naar een ’stadslab, -expeditie, -café, - keuken,  - platformbijeenkomst of retailtop’ die door een regio of provincie wordt georganiseerd.

 

Veranderingsproces
Natuurlijk gaat het om de uitvoering, maar we zien enerzijds een duidelijk veranderingsproces van de focus op nieuwe meters toevoegen naar verduurzamen en versterken van bestaand. Anderzijds wordt meer en meer erkend dat de oplossingen centra compacter en vitaler te maken juist buiten de retail liggen (wonen, cultuur, groen). Provincies als Drenthe, Gelderland en Limburg hebben inmiddels investeringsprogramma’s met miljoenenbudgetten lopen van waaruit (transformatie/gebieds) ontwikkelingen worden gefaciliteerd. Het is alleen een gemiste kans dat deze investeringen niet nadrukkelijker worden gekoppeld aan het bestaan en naleven van stevige regionale afspraken en afstemming. Waarom zou je provinciaal geld in een binnenstad investeren, terwijl lokaal ook wordt ingezet op een concurrerende perifere ontwikkeling?

 

Hamvraag

De hamvraag is of provincies nu ook echt doorpakken wat betreft haar verantwoordelijkheden op RO gebied. Durven provincies zoals rond een perifere Decathlon in Schiedam, een outlet in Assen, Zevenaar en Halfweg, een Hypermarkt in Steenwijk en een bouwmarkt in Arnhem, vaker nee te zeggen? In 2016 zagen we dit nog veel te weinig, terwijl met name de nood in middelgrote gemeenten en centra fors is gestegen. Brabant agendeert deze nood in middelgrote centra nadrukkelijk in haar meest recente monitor. In 2 jaar tijd is de leegstand hier met maar liefst 22% gestegen.

 

Kleine stapjes
Het gaat nog met kleine stapjes, maar ook op RO-gebied zien we het afgelopen half jaar verbeteringen. Allereerst is in IPO-verband, regionale afstemming van retailontwikkelingen een belangrijk onderwerp. Voorafgaand aan het landelijk Retailcongres wordt een speciale ochtendsessie over regionale samenwerking gehouden. Afwegingen met betrekking tot verduurzaming van de detailhandelsstructuur moeten op regionaal niveau plaatsvinden. De regionale retailvisie van de Eindhovens, Leidse en Utrechtse regio is hier een mooi voorbeeld van. Nieuwe winkelmeters hebben in veel gevallen gemeentegrensoverstijgende impact.

 

Vreemd 

Het is natuurlijk op z’n zachtst gezegd vreemd dat dit zo lang en zoveel bekende omgevallen winkelketens later pas serieus is opgepakt. Provincies weten al heel lang dat je alleen op regionaal niveau met bindende afspraken kan komen tot duurzame woningbouw- en bedrijventerreinprogrammering. Uitdaging blijft wel of provincies echt (financiële) consequenties gaan verbinden aan ploeterende regio’s zoals Twente, KAN-regio en de Zoetermeerse en Assense regio die niet verder komen dan samenwerking op niveau van regionale fietspaden of elkaar rond retailplannen ontmoeten bij de Raad van State.


Weinig actie 

Met uitzondering van Limburg zien we in de andere krimpregio’s in het noorden en in Zeeland nog te weinig RO-actie en dynamiek, terwijl de krimpende retailmarkt daar juist om vraagt. Tegen de verwachting in zien we dat de doorpakkende koploperprovincie Utrecht op duurzaam kantorengebied juist zo afzijdig is rond de verduurzaming van de retailmarkt.


Voorname basis 

Het beschikken over regionale detailhandelsvisies en een onafhankelijke deskundigencommissie zien wij naast stimulerende provinciale binnenstadsfondsen als een voorname basis voor een meer duurzame regionaal winkellandschap. Idealiter zal allereerst elke regio een actuele regionale detailhandelsvisie moeten hebben met afrekenbare en transparante afspraken. Het lijkt ons raadzaam deze visies nadrukkelijker te koppelen aan de provinciale investeringsprogramma’s voor centra. Door regionale visies krijgen gemeenten zicht op elkaars ontwikkelingen en is regionale afstemming “aan de voorzijde” geborgd.

 

Overbodige meters
Op deze wijze wordt eveneens de hoeveelheid aan overbodige meters goed zichtbaar en is men gedwongen na te denken welke keuzes gemaakt moeten worden. Waar kan worden geïnvesteerd en waar dient de reductie van winkelmeters plaats te vinden. Daarnaast is er nog een categorie projecten die dermate qua impact de gemeenten overstijgt (Factory Outlet Centres, grote bouwmarkten etc) dat hier in toetsende sfeer secuur naar de (dikwijls geknutselde) onderbouwing moet worden gekeken.

 

Ontwrichtend
Daarbij komt dat dergelijk initiatief dermate ontwrichtend werken dat zelfs de leefbaarheid in het geding komt (onaanvaardbare leegstand ontstaat). Hiervoor zou elke provincie “aan de achterzijde”  een onafhankelijke deskundigencommissie detailhandel in het leven moeten roepen. Onafhankelijke beoordeling en een nuchtere kijk op in de praktijk vaak erg optimistische onderzoeken waarin vele nieuwe banen worden beloofd, is hard nodig.

 

Teveel tijd en energie
In regio’s zien we dat nog teveel tijd en energie wordt gestopt in incidentenplanologie rond vooral perifere outlets, bouwmarkten en leisureontwikkelingen. Provincies werken allen al aan de onafhankelijke monitoringscijfers, al is en blijft een belangrijk punt van aandacht hoe over deze cijfers wordt gecommuniceerd en hoe de gegevens regionaal gaan doorwerken en worden gecommuniceerd. Het is goed regionale afspraken en agenda’s te hebben, maar dan moeten de regionale raadsleden en betrokkenen dit wel echt weten. Een recente evaluatie van de regionale samenwerking in de regio Eindhoven laat dit pijnlijk zien.

 

Goede ervaringen

Regionale detailhandelsvisies en deskundigencommissies worden door de verschillende praktijkpartijen (beleggers, retailers, vastgoed, brancheorganisaties en wetenschap) specifiek genoemd als taak voor de provincies. Inmiddels zien we dat deze instrumenten in meer en meer provincies omarmd worden. De provincie Brabant heeft recent na de goede ervaringen in Zuid-Holland en Noord-Holland, een deskundigencommissie in het leven geroepen.

 

Bestuurlijke wil

Naast deze provincies zijn er meer waar wordt gewerkt aan regionale detailhandelsvisies. Een andere optie is dat de discussie over de inzet van een dergelijk instrumentarium in de provinciale politiek is geagendeerd (Overijssel). Het afgelopen halfjaar heeft in ieder geval laten zien dat detailhandel nadrukkelijker op de provinciale kaart staat. Soms is daar druk van buiten voor nodig, soms tijd, maar bovenal bestuurlijke wil en doorzettingskracht van provinciale bestuurders. Het is hoopgevend dat de provincies zich in hun retailaanpak en ambities niet laten verblinden door de juichberichten over de ogenschijnlijk licht dalende landelijke leegstandscijfers. Deze lichte daling is namelijk vooral het gevolg van de sterke prestaties van de 25 landelijk sterkste grote binnensteden.


Dennis Melenhorst, secretaris Sociaal Economische Raad Overijssel
Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio Fontys Hogescholen

Verstuur dit artikel naar Google+