of 59045 LinkedIn

Provinciale retaildeals: goed begin, te weinig daadkracht

Dennis Melenhorst en Cees-Jan Pen Reageer

Het geduld van provincies met de steeds verder wegzakkende en overvolle winkelmarkt is op. Leegstand komt boven de tien procent uit, regionale samenwerking is veel te vrijblijvend, objectieve nuchtere data ontbreken en het hart van dorpen en steden moet meer kloppen, constateren provincies terecht. In de retaildeals die zij deze maand sloten, tonen zij zelf echter te weinig daadkracht.

Het Rijk hecht aan de regiefunctie van de provincies en dit is terecht. De winkelmarkt moet op provinciaal niveau worden verduurzaamd. Minister Kamp (Economische Zaken) wil het aantal winkelmeters verminderen met twintig procent en overbodige plancapaciteit wordt geschrapt. Op 5 oktober ondertekenden alle provincies een retaildeal. Er verschenen ronkende provinciale persberichten. Wen er maar aan, de provincie pakt haar rol, luidde de boodschap. Er zal niet worden geschroomd om in te grijpen wanneer gemeenten met hun plannen de regionale doelstellingen voor een duurzaam winkellandschap schaden.

 

Maar wat staat er eigenlijk echt in de provinciale retaildeals? Duidelijk is dat provincies een einde willen maken aan de vele discussies over de cijfers en of er nou wel geen ruimte is voor meer retail. Er wordt in de deals ingezet op objectieve data, monitoring, koopstromenonderzoek en diverse kennisprogramma’s. Zuid- en Noord-Holland en Noord-Brabant zetten dit kracht bij door het (gaan) instellen van onafhankelijke retailcommissies voor nieuwe retailplannen. Dat is grote winst natuurlijk, omdat een aantal provincies zelf aan het knutselen was, wat leidde tot onvergelijkbare gegevens en gedateerde data.

 

De focus op objectivering en data is alleen maar toe te juichen, maar tegelijkertijd wringt hier de schoen. Objectivering is een mooie stap, maar het is te weinig. De daadwerkelijke teksten van de (meeste) retaildeals zijn nogal vaag. Complexe issues worden op het bord van een impulsteam gelegd en over de noodzakelijke fondsvorming lezen we weinig. Het is een tenenkrommende opsomming van termen als verkennen, aanjagen van de samenwerking, versterken van het organiserend vermogen, informatie aansluiten, samen de opdracht formuleren, en vooral faciliteren.

 

De provincie heeft 1 prioritaire taak: die van regisseur. Dat vraagt bestuurlijke wil(s)/kracht. Daarnaast zou het mooi zijn wanneer meegeïnvesteerd zou worden in de transformatie-opgaven. Wat betreft de kerntaak detailhandel, lopen provincies die al voorloper waren (Zuid-Holland , Noord-Holland en Limburg) nog steeds voorop. Op onderdelen voegen Noord-Brabant en Gelderland zich daarbij. Deze ‘voorbeeldprovincies’ schakelen deskundigencommissies en verplichte regionale detailhandelsvisies in of hebben regionale bestuursafspraken bekrachtigd in de omgevingsverordening. Provincies waar de opgave en complexiteit het grootst is, spreken bizar genoeg alleen over vrijblijvende regionale detailhandelsvisies (Groningen, Drenthe, Zeeland). Flevoland spreekt trouwens helemaal nergens over.

 

De provincies die middelen toezeggen zijn Gelderland, Noord-Holland en Overijssel. Inmiddels weten we dat Drenthe en Limburg middelen uittrekken voor meer vitale en compacte binnensteden. Brabant werkt aan een specifieke Brabantse brede aanpak van leegstand waar ook middelen aan zijn gekoppeld. Provincies zijn ruimhartig in het omarmen van “kennisdeling”. Het kost weinig tot niets en vraagt weinig bestuurlijke moed cq. daadkracht.

 

De deals maken echter geen eind aan incidentenplanologie waarbij betrokkenen over elkaar vallen als er een nieuwe outlet, Decathlon, Hornbach of BAUHAUS komt. Of gaat Friesland straks echt voor een nieuw Cambuurstadion met forse perifere retailuitbreiding liggen? Zal Overijssel bouwmarkt nummer zoveel in Twente nu eens een keer tegen houden? In Drenthe verandert weinig. Drie weken na de ondertekening van de Retaildeal spreken Gedeputeerde Staten zich uit voor de komst van een Factory Outlet Center aan de rand van Assen. Waar blijft de echte daadkracht?

 

Dennis Melenhorst is secretaris SER Overijssel,

Cees-Jan Pen is lector Fontys hogescholen

 

Verstuur dit artikel naar Google+