of 58940 LinkedIn

Regeldrift bedreigt kanteling

Jeanette van der Meer Reageer

Na een jaar waarin binnen het sociaal domein veel aandacht uitging naar de transities, is het nu dringend nodig dat gemeenten de grote ambities van de transformatie centraal stellen. Die ‘kanteling’ houdt in: meer eigen verantwoordelijkheid en inzet van burgers en hun omgeving, en een verschuiving van intensieve, langdurige dure hulp naar lichte, vroegtijdige ondersteuning.

Maar door decentralisatieproblemen als budgetoverschrijdingen in de jeugdhulp en faillissementen in de thuiszorg maakt zich nu een regeldrift van gemeenten meester, die de kanteling op z’n zachtst gezegd belemmert. Hulp- en zorgverleners zijn tegenwoordig voor elk uur ondersteuning ook een uur kwijt aan administratie, en de ‘prestatieafspraken’ die raadsleden maken met hulporganisaties, lijken vaak verdacht veel op eenzijdig opgelegde verplichtingen.
 

Terwijl meer regels, toezicht en bureaucratie gemeenten geen zelfredzamere burgers gaat opleveren, die minder dure hulp nodig hebben. De kanteling vraagt juist om open gesprekken tussen alle betrokken partijen (van uitvoering tot bestuur) en de vrijheid om nieuwe kennis en ideeën uit te proberen in de praktijk, zonder meteen afgerekend te worden op het resultaat.

 

Een resultaat dat trouwens meestal wordt uitgedrukt in cijfers, terwijl cijfers alleen niets zeggen. Ze leveren pas echt iets op als ook hierover een open gesprek wordt gevoerd met inwoners en uitvoerende professionals. Zij hebben ideeën over hoe het beter kan en willen zich daar ook voor inzetten. Bij hen zit de emotie, de inhoudelijke drijfveer en het directe belang bij verbeteringen, wat een enorme veranderkracht teweeg brengt. En deze kracht wordt nu niet benut. Praat dus als gemeente met een jongere in de jeugdhulp, welzijnswerker in het buurthuis en  zorgmedewerker in de thuiszorg. Ga op zoek naar het verhaal achter de cijfers, en je hoort naast veel ergernis en kritiek ook meteen meerdere mogelijkheden tot verbetering.

 

Naast de ervaringen en inzichten van professionals en inwoners, wordt ook veel andere kennis niet benut. Alle organisaties in het sociaal domein hebben hun eigen kwaliteitsinstrumenten, casusevaluaties en procesevaluaties, maar gebruiken die op dit moment alleen voor zichzelf. Er is geen open kennisdeling om te leren van elkaars successen en tegenvallers, terwijl juist hier kansen liggen voor effectievere en efficiëntere resultaten.

 

Gemeenten zouden met alle betrokken partijen een cyclisch leerproces in gang moeten zetten van evaluatie en innovatie, waarin gezamenlijk wordt vastgesteld wat uiteindelijk het maatschappelijke resultaat voor inwoners moet zijn. Organisaties denken zelf mee welke indicatoren hun bijdrage aan dit resultaat het best kunnen meten, en heel belangrijk: ook inwoners krijgen vroeg in het proces de mogelijkheid hun steentje bij te dragen aan het zoeken naar verbeteringen.

 

Maar een cruciale voorwaarde voor het slagen van dit leerproces is dat niet één partij ‘de baas’ speelt en anderen oplegt wat er moet gebeuren, en wat het resultaat moet zijn. De kunst is om samen de schouders eronder te zetten, vanuit vertrouwen in elkaar. Alleen dan zal de gewenste kanteling werkelijkheid worden.

 

Jeanette van der Meer

Auteur is adviseur JSO een kennis- en adviesbureau binnen het sociaal domein 

Verstuur dit artikel naar Google+