of 59054 LinkedIn

Ook voor een uitkering hoor je iets terug te doen

Maarten Struijvenberg Reageer

Jarenlang was het heel normaal dat werkzoekenden met een bijstandsuitkering hun handen konden ophouden bij de overheid. Nu is het heel normaal dat werkzoekenden hun handen uit de mouwen steken. Want voor niks gaat de zon op, vinden we hier in Rotterdam. Ook voor een bijstandsuitkering hoor je iets terug te doen richting de samenleving.

Vanaf 1 januari mogen gemeenten bijstandontvangers verplichten een 'tegenprestatie' te leveren voor hun uitkering. In Rotterdam experimenteren we hier sinds twee jaar mee. Met succes. Per 2015 zijn in 22 van de 64 wijken bijstandgerechtigden verplicht om zich 20 uur per week nuttig te maken als vrijwilliger.


Dit heeft inmiddels hier in Rotterdam geleid tot veel bijzondere wendingen in mensenlevens. Een kunstenaar die jaren in de uitkering zat, depressief was en zichzelf verwaarloosde, geeft nu wekelijks een halve dag les aan kinderen die van huis uit weinig over kunst meekrijgen. Hij is helemaal opgebloeid. Dat geldt ook voor een vrouw die aanvankelijk weigerde mee te doen en nu niet meer uit het buurthuis is weg te slaan, waar ze baliemedewerker is, de taal leert, veel sociale contacten opdoet en weer trots is op zichzelf. Een man met rugklachten die dacht niks te kunnen, werd tuktuk- chauffeur, volgt nu een taxi- opleiding en maakt kans op een betaalde baan. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.


Duizenden bijstandgerechtigden doen inmiddels iets terug voor hun uitkering. We verplichten hen ertoe, maar vullen het niet in. Mensen hebben de vrijheid om iets te zoeken wat ze leuk vinden. Lukt dat niet? Dan zoeken wij samen iets. Niet zomaar iets, maar iets wat bij hen past en waar ook de wijk baat bij heeft. Werkt iemand niet mee? Dan wordt er gekort op de uitkering.  


We richten ons op mensen met een zogenaamde  grote afstand tot de arbeidsmarkt, die vaak langer dan vijf jaar in de bijstand zitten. Het is niet altijd makkelijk om hen in actie te krijgen. De weerstand is soms groot. Er spelen ook vaak andere problemen (schulden, verslaving, psychische problemen) zodat hun hoofd er niet naar staat. Maar eenmaal aan de slag, gebeurt er een klein wondertje. Mensen leven helemaal op.


Velen geven aan dat juist de verplichting hen het zetje gaf, dat ze anders nooit van de bank af waren gekomen. Dankzij deze figuurlijke ‘schop onder hun kont’ die de gemeente hen gaf, hebben ze nu weer een dagritme, voelen zich nuttig en gewaardeerd, ontwikkelen zelfvertrouwen en nieuwe vaardigheden, leggen sociale contacten en doen werkervaring op.

 

Dit kan uiteindelijk leiden tot een betaalde baan. Maar dat is in Rotterdam niet het hoofddoel van het verplichte vrijwilligerswerk. Het gaat eerst en vooral om de tegenprestatie. “Voor wat, hoort wat”, vinden we hier in de Maasstad. Voor wie betaald werk (nog) geen optie is, verwachten we – naar vermogen – een wederdienst. De bijstand is een plicht van geven, geen recht van nemen.
 

Met deze aanpak hebben we in deze stad weer aandacht voor een vergeten groep die langdurig in de uitkering zat en waar niemand nog iets van vroeg of verlangde. Kwaliteiten bleven onbenut, terwijl we in de stad handen tekort komen. Door het vragen van een wederdienst slaan we twee vliegen in één klap. We zien mensen opbloeien, omdat ze blij zijn zich nuttig te maken en weer mee te doen. En we hebben waardering voor wat deze mensen doen, want ouderen hebben iemand die een boodschap voor ze doet, het dierenasiel heeft extra handen, verwaarloosde tuinen worden opgeknapt. Iets terugdoen voor je uitkering is goed voor de stad én goed voor jezelf.


Maarten Struijvenberg
Auteur is wethouder werkgelegenheid en economie in Rotterdam

Verstuur dit artikel naar Google+