of 58959 LinkedIn

Het ene windmolenprotest is het andere niet

Burgers die onverschillig staan tegenover duurzame energie, vragen een andere benadering dan pragmatici of tegenstanders. Om het maatschappelijk draagvlak voor windmolens, zonnevelden of een biogascentrale te creëren, moeten beleidsmakers hun boodschap – en boodschapper – afstemmen op de verschillende doelgroepen, stelt Motivaction na onderzoek.
Motivaction

Burgers die onverschillig staan tegenover duurzame energie, vragen een andere benadering dan pragmatici of tegenstanders. Om het maatschappelijk draagvlak voor windmolens, zonnevelden of een biogascentrale te creëren, moeten beleidsmakers hun boodschap – en boodschapper – afstemmen op de verschillende doelgroepen.

Gematigden en pragmatici

Dat stelt Motivaction na onderzoek in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het onderzoeksbureau bracht in kaart in welke subgroepen de Nederlandse bevolking is te verdelen als het gaat over hun houding ten aanzien van nieuwe duurzame energie technologieën. Dat leidde tot vijf typeringen: passief onverschilligen, gematigden, voorlopers, pragmatici en tegenstanders.

 

Verzetten

Elk type heeft een andere houding ten opzichte van  duurzaamheid en energie-innovaties, stelt Motivaction vast. Zo houden passief onverschilligen zich niet zo bezig met duurzaamheid en het milieu. Gematigden vinden dit wel belangrijk, maar voelen geen grote urgentie om hier maatregelen voor te nemen. Voorlopers nemen al veel maatregelen voor een beter milieu en pragmatici hechten naast het milieu ook veel waarde aan hun eigen belang. Tegenstanders zien het belang van duurzame maatregelen helemaal niet in en zullen zich hier zelfs tegen verzetten wanneer ze er hinder van ondervinden.

 

Actiebereidheid

Het bureau vertaalde deze houdingen in zeven dimensies: duurzaamheidscepsis, NIMBY, milieubezorgdheid, actiebereidheid, maatschappelijke betrokkenheid, financiële bereidheid en techno plus. De voorlopers scoren bijvoorbeeld hoog op actiebereidheid; de tegenstanders zijn het meest sceptisch. In het onderzoek is ook in kaart gebracht wat de specifieke houding van de verschillende burgersegmenten is tegenover verschillende energiebronnen. 

 

 

 Afbeelding

De bewonerstypen afgezet tegen de houdingen die zij kunnen innemen ten aanzien van duurzame energie.

 

Draagvlak door communicatie

Volgens onderzoeker Jasper Visscher kunnen lokale bestuurders en beleidsmakers draagvlak voor duurzame initiatieven krijgen, door hun communicatie af te stemmen op de types waarmee ze te maken hebben. De onderzoekers bekeken namelijk ook hoe de verschillende houdingen beïnvloed kunnen worden: welke boodschap, welke afzender en welke beïnvloedingsstechniek slaat het beste aan bij welk type burger?

 

Gemeente gewantrouwd

Visscher noemt als voorbeeld de passief onverschilligen: ‘Ze verwachten dat de gemeente veel voor hen regelt, maar hebben daar tegelijkertijd heel weinig vertrouwen in. Dat is een moeilijke groep, want elke boodschap die je als gemeente brengt, wordt gewantrouwd. Dan kun je beter een wijkambassadeur, of actieve bewoner inschakelen om als spreekbuis op te treden. Wij hebben wel gezien dat de whatsappgroep van een wijkplatform bewoners veel beter in beweging krijgt dan een brief van de gemeente.’

 

Argumenten

Per doelgroep kan ook het gebruik van argumenten verschillen en de inzet van een bepaald medium. Zo zijn passief onverschilligen het beste te overtuigen wanneer zij informatie krijgen over wat een voorstel hen oplevert in hun eigen portemonnee, volgens Motivaction. Voor het – in opdracht – maken van een gebiedsspecifieke analyse, gebruikt het bureau onder andere gegevens uit een database met consumenteninformatie tot op huishoudensniveau, legt Visscher uit. ‘We kunnen een goede voorspelling maken van de houding van groepen bewoners ten aanzien van een specifieke energiebron. De gemeente kan daar de communicatieplannen dan op afstemmen.’

Verstuur dit artikel naar Google+