of 59045 LinkedIn

Niet Haren, maar Groningen gaat financieel bergafwaarts

Ronald Pieters 5 reacties

In het kader van de door de provincie Groningen gewenste herindeling van de stad Groningen met Haren, zijn de kengetallen van beide gemeenten naast elkaar gelegd. Die kengetallen volgens de gemeentelijke meerjarenbegroting laten zien dat Haren financieel steeds beter gaat presteren en Groningen snel voorbij gaat streven.

Elke gemeente moet verplicht vanuit wetgeving jaarlijks vijf kengetallen openbaar maken. De overheid eist deze kengetallen om de financiële prestaties en ontwikkeling tussen gemeenten goed te kunnen vergelijken. Heeft een gemeente weinig schulden, een goede reserve en zijn de baten vrijwel ieder jaar even hoog of iets hoger dan de lasten, dan staat een gemeente er over het algemeen goed voor.
 

Schrikbarend verdampen de reserves van Groningen in rap tempo, van 18 procent in 2014 naar minder dan 10 procent in 2019 – een daling van circa 130 miljoen euro. Dit zeer lage niveau van reserves is bijna ongekend voor Nederlandse gemeenten, waardoor de stad rijp is voor toepassing van een artikel 12-status. Het is goed denkbaar dat dit exact de reden is waarom de provincie geen financieel onderzoek wilde (laten) doen naar de stad, zoals verzocht door Haren in het kader van de gewraakte mogelijke herindeling.
 

Ook de ontwikkeling van de schuldpositie van Groningen baart zorgen. Die schulden stijgen vanaf 2017 boven het niveau van Haren uit en dat verschil wordt steeds groter. Simpel gezegd, Groningen gaat schulden aan, Haren lost deze af. Toch schreeuwt de provincie moord en brand over de ‘torenhoge’ schulden van Haren, terwijl Haren de schulden fors afbouwt en Groningen schulden aantrekt.
 

Het kengetal solvabiliteit – de reserves – geeft inzicht in de mate waarin de gemeente een financiële buffer heeft in de vorm van eigen vermogen. Beide gemeenten scoren slecht op dit onderdeel. Haren heeft een taakstellend pakket aangenomen om de financiën op orde te maken. Hierdoor stijgen de reserves van Haren verder naar het minimaal vereiste niveau vanaf 2019 tot boven 26 procent in 2020. Voor Groningen verslechteren de reserves juist. De reden lijkt vooral de stijging van de schulden. Terwijl Groningen vanaf 2018 onder het 2014 niveau van Haren gaat duiken, heeft de provincie nog geen woord hierover gerept.

Voor de beoordeling van de financiën is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Een positief percentage betekent geen tekort; de structurele baten zijn dan voldoende om de structurele lasten (bijvoorbeeld de rente van een lening) te dekken. Dit kengetal daalt voor de stad en dit wordt zelfs een tekort in 2018. Dit staat in contrast tot Haren, waar dit saldo positief is en in de komende jaren stijgt.
 

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van een gemeente. Hier geldt: hoe hoger dit percentage, hoe hoger het risico. In Groningen stijgt dit risico naar 45 procent in 2020 en is zelfs tijdelijk boven een astronomische 50 procent, in Haren daalt deze naar 2 procent in 2020. Dit kengetal valt al in de categorie ‘meest risicovol’ vanaf 35 procent; Groningen gaat dit ruim te boven, Haren zit in de categorie ‘minst risicovol’.
 

De belastingcapaciteit drukt de gemiddelde lastendruk voor een huishouden uit in een percentage van het landelijke gemiddelde. In Groningen blijft deze nagenoeg stabiel; in Haren stijgt deze door ozb-tariefsverhogingen om Haren weer financieel gezond te maken, maar blijft onder het niveau van Groningen. In 2016 betaalt een gemiddeld gezin in een huis met 260.000 euro Woz-waarde in Groningen 927 euro woonlasten vergeleken met 833 euro in Haren – een verschil van ruim 11 procent.
 

Het risico dat, wanneer de marktrente stijgt, de toekomstige rentelasten van de stad verder zullen stijgen lijkt niet te zijn meegenomen in de meerjarenbegroting van Groningen. Groningen maakt zich sterk afhankelijk van schulden en dus wordt de begroting ook afhankelijker van rentelasten. Momenteel kan Groningen erg goedkoop lenen. Wanneer de rente stijgt, zullen de rentelasten stijgen en zullen overschotten afnemen of tekorten ontstaan. Belastingverhoging is dan vrijwel de enige remedie.
 

Groningen heeft meer ‘rode’ dan ‘groene’ waar het de kengetallen betreft in de periode 2015-2020. De verbeterende trend van Haren valt op, terwijl de kengetallen van Groningen slechter worden. Hierbij zijn 4 van de 5 kengetallen van Haren beter dan die van Groningen in 2020.
 

De houding van de provincie als toezichthouder op de gemeenten lijkt bizar gegeven het feit dat de provincie alleen af lijkt te geven op de financiën van gemeenten uit de Ommelanden en niets rept over de verdere  verslechtering van de financiële positie van de stad.
 

Ronald Pieters, Haren

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door hoekstra (ambtenaar) op
Over die kengetallen kan van alles gezegd worden maar ze hebben weinig betekenis voor gemeenten. Pieters prijst de dalende schuld van Haren. Dat is niet zo moeilijk; een gemeente die niks investeert maakt geen schulden (tenzij de gemeente over heel veel eigen middelen beschikt). Een gemeente die veel investeert in wegen, scholen en noem maar op maakt doorgaans ook schulden. Het is maar net wat je liever hebt. Oplopende reserves is een andere. Gemeenten zijn niet in het leven geroepen op middelen op te potten maar op geld uit te geven. Houden ze te lang te veel over dan moeten ze de belastingen verlagen of meer uitgeven, maar oppotten doen renteniers. Dus: oplopende reserves zijn een teken van van óf te hoge belastingen óf een lui gemeentebestuur. Haren wil gewoon niet herindelen.
Door Rene Valkema (Oud raadslid gemeente Haren) op
Burgercomité verkoopt u appels voor citroenen

Opnieuw een artikel in de media om provincie zwart te maken en om de positie van Groningen negatief af te schilderen. De 'oorlogspropaganda' van het Burgercomité (Pieters is van het Burgercomité) draait op volle toeren.

Burgercomité verwijt de provincie dat deze alleen kijkt naar financiële motieven voor de herindeling. Hier doet zij hetzelfde. Er zijn vele redenen voor herindeling.
Herindelen van Haren is noodzakelijk geworden omdat de ambtelijke capaciteit en de kwaliteit onvoldoende is, specialistische kennis ontbreekt en moet worden ingekocht bij Groningen, kwaliteit van de processen niet op orde is, kennis en organisatieontwikkeling stagneert. Allemaal redenen volgens de gemeenteraad om te herindelen.
Burgercomité laat dat weg.

Het klopt dat de solvabiliteit in Groningen daalt. Het klopt ook dat deze in Haren stijgt. Dat komt omdat er in Haren om de slechte positie te verbeteren een pakket is meegenomen waarin de lasten worden verhoogd en er fors bezuinigd wordt op de voorzieningen. Deze maatregelen zijn in Groningen niet nodig.

Het nog te realiseren structurele surplus in Haren is dus hard nodig om de schulden naar een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Voor Groningen is die noodzaak er niet.
Overigens moeten voorgenomen bezuinigingen in Haren voor 2016 nog deels gerealiseerd worden. Verwachtingen (Haren) en staand beleid (Groningen) vergelijken is als glad ijs.

Groningen heeft een maatschappelijke (bv. Volkshuisvesting) en regionale functie. Dat vertaalt zich in uitgezette leningen aan woningcorporaties en overige deelnemingen. De vergelijking van Haren en Groningen door het simpel vergelijken van cijfers, zoals de schrijver dat doet, is wetenschappelijk onmogelijk.

Gaat de schrijver in dit stuk eerst uit van de ontwikkeling in de financiën, bij de berekening van de woonlasten kijkt hij alleen naar 2016 en laat gemakshalve de stijging van de lokale lasten in Haren weg.
Zo lijkt het als of de ontwikkelingen in Haren bij lagere lokale lasten dan in Groningen kunnen plaats vinden. Niet is minder waar. De OZB in Haren stijgt de komende jaren met circa 32%. De OZB in Groningen stijgt met de inflatie van 2%. Bij een woningwaarde van 260.000 euro in 2020 geeft een woonlast in Groningen van 944 euro en in Haren 946 euro. Bijna gelijk aan elkaar. Dat is wel iets anders dan de heer Pieters beweert.

Burgercomité beroept zich vaak op het COELO. Toch wijkt Pieters in zijn vergelijking af van de gangbare wijze van vergelijken van woonlasten. Immers woningwaarde en prijs voor de OZB zijn aan elkaar gekoppeld. Een lage WOZ- waarde geeft een hoge prijs. En omgekeerd geeft een hoge WOZ-waarde een lage prijs. Volgen we de methodiek van het COELO, dan zijn de woonlasten in Haren in 2020 18% hoger dan in de woonlasten in Groningen. Woningwaarde Haren: 260.000 en een woonlast van 947 euro. Idem in Groningen: 182.500 en een woonlast van 807 euro.

De toezichthoudende rol ligt sinds de wijziging van de wet in 2012 bij de gemeenteraad. Het is horizontaal toezicht. De gemeenteraad verzoekt om art. 12. Niet de provincie. Ook die bewering van het Burgercomité is suggestief.

Een opinie in Binnenlands Bestuur is een mening en daarom nog geen waarheid.
De waarheid kunt u vinden door de feiten te achterhalen.
Door PRAT op
He samengaan van de gemeenten Groningen,
Haren en Ten Boer wordt ook hier weer zeer ten onrechte
verengd tot alleen maar een financieel probleem. Niets is minder waar. Er is hier juist sprake van een landsdelige mogelijkheid om een economisch centrum noord nederland te vestigen. Dat is iets wat de dorpspolitiek maar niet wil snappen
Door W.F.Willems (pensioen) op
Woonde mijn leermeester W.F.Hermans daar nog, dan zou dat een paar mooie Boze Brieven van Bijkaart opleveren.
Door Oplettende Harenaar (ambtenaar) op
Meneer Pieters schetst een veel te rooskleurig beeld van de financiële positie van de gemeente Haren. In Haren ligt een compleet verlaten bedrijventerrein, genaamd Nesciopark; daar is nog geen m2 van verkocht. Ook het Raadhuisplein moet nog steeds ingevuld worden door een ontwikkelaar. Al deze feiten laat de heer Pieters buiten beschouwing. Op zich is dat niet verwonderlijk; dhr Pieters is lid van het zgn Burgercomité, een groep van gepensioneerde en rijke Harenaars die om de een of andere reden een gloeiende hekel aan de Stad Groningen hebben. Dit soort mensen vergeet dat de Harense welvaart alleen kan bestaan dankzij de nabijheid van de Grote Stad.