of 59221 LinkedIn

Niet Haren, maar Groningen gaat financieel bergafwaarts

Ronald Pieters 9 reacties

In het kader van de door de provincie Groningen gewenste herindeling van de stad Groningen met Haren, zijn de kengetallen van beide gemeenten naast elkaar gelegd. Die kengetallen volgens de gemeentelijke meerjarenbegroting laten zien dat Haren financieel steeds beter gaat presteren en Groningen snel voorbij gaat streven.

Elke gemeente moet verplicht vanuit wetgeving jaarlijks vijf kengetallen openbaar maken. De overheid eist deze kengetallen om de financiële prestaties en ontwikkeling tussen gemeenten goed te kunnen vergelijken. Heeft een gemeente weinig schulden, een goede reserve en zijn de baten vrijwel ieder jaar even hoog of iets hoger dan de lasten, dan staat een gemeente er over het algemeen goed voor.
 

Schrikbarend verdampen de reserves van Groningen in rap tempo, van 18 procent in 2014 naar minder dan 10 procent in 2019 – een daling van circa 130 miljoen euro. Dit zeer lage niveau van reserves is bijna ongekend voor Nederlandse gemeenten, waardoor de stad rijp is voor toepassing van een artikel 12-status. Het is goed denkbaar dat dit exact de reden is waarom de provincie geen financieel onderzoek wilde (laten) doen naar de stad, zoals verzocht door Haren in het kader van de gewraakte mogelijke herindeling.
 

Ook de ontwikkeling van de schuldpositie van Groningen baart zorgen. Die schulden stijgen vanaf 2017 boven het niveau van Haren uit en dat verschil wordt steeds groter. Simpel gezegd, Groningen gaat schulden aan, Haren lost deze af. Toch schreeuwt de provincie moord en brand over de ‘torenhoge’ schulden van Haren, terwijl Haren de schulden fors afbouwt en Groningen schulden aantrekt.
 

Het kengetal solvabiliteit – de reserves – geeft inzicht in de mate waarin de gemeente een financiële buffer heeft in de vorm van eigen vermogen. Beide gemeenten scoren slecht op dit onderdeel. Haren heeft een taakstellend pakket aangenomen om de financiën op orde te maken. Hierdoor stijgen de reserves van Haren verder naar het minimaal vereiste niveau vanaf 2019 tot boven 26 procent in 2020. Voor Groningen verslechteren de reserves juist. De reden lijkt vooral de stijging van de schulden. Terwijl Groningen vanaf 2018 onder het 2014 niveau van Haren gaat duiken, heeft de provincie nog geen woord hierover gerept.

Voor de beoordeling van de financiën is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Een positief percentage betekent geen tekort; de structurele baten zijn dan voldoende om de structurele lasten (bijvoorbeeld de rente van een lening) te dekken. Dit kengetal daalt voor de stad en dit wordt zelfs een tekort in 2018. Dit staat in contrast tot Haren, waar dit saldo positief is en in de komende jaren stijgt.
 

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van een gemeente. Hier geldt: hoe hoger dit percentage, hoe hoger het risico. In Groningen stijgt dit risico naar 45 procent in 2020 en is zelfs tijdelijk boven een astronomische 50 procent, in Haren daalt deze naar 2 procent in 2020. Dit kengetal valt al in de categorie ‘meest risicovol’ vanaf 35 procent; Groningen gaat dit ruim te boven, Haren zit in de categorie ‘minst risicovol’.
 

De belastingcapaciteit drukt de gemiddelde lastendruk voor een huishouden uit in een percentage van het landelijke gemiddelde. In Groningen blijft deze nagenoeg stabiel; in Haren stijgt deze door ozb-tariefsverhogingen om Haren weer financieel gezond te maken, maar blijft onder het niveau van Groningen. In 2016 betaalt een gemiddeld gezin in een huis met 260.000 euro Woz-waarde in Groningen 927 euro woonlasten vergeleken met 833 euro in Haren – een verschil van ruim 11 procent.
 

Het risico dat, wanneer de marktrente stijgt, de toekomstige rentelasten van de stad verder zullen stijgen lijkt niet te zijn meegenomen in de meerjarenbegroting van Groningen. Groningen maakt zich sterk afhankelijk van schulden en dus wordt de begroting ook afhankelijker van rentelasten. Momenteel kan Groningen erg goedkoop lenen. Wanneer de rente stijgt, zullen de rentelasten stijgen en zullen overschotten afnemen of tekorten ontstaan. Belastingverhoging is dan vrijwel de enige remedie.
 

Groningen heeft meer ‘rode’ dan ‘groene’ waar het de kengetallen betreft in de periode 2015-2020. De verbeterende trend van Haren valt op, terwijl de kengetallen van Groningen slechter worden. Hierbij zijn 4 van de 5 kengetallen van Haren beter dan die van Groningen in 2020.
 

De houding van de provincie als toezichthouder op de gemeenten lijkt bizar gegeven het feit dat de provincie alleen af lijkt te geven op de financiën van gemeenten uit de Ommelanden en niets rept over de verdere  verslechtering van de financiële positie van de stad.
 

Ronald Pieters, Haren

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Rene R. Valkema (Oud raadslid gemeente Haren gn.) op
De heer Econoom schrijft een merkwaardige reactie. Ik voel mij betrokken bij het onderwerp, omdat ik in het verleden ben afgestudeerd op een onderzoek naar motieven voor herindeling onder 300 gemeenten in Nederland. In dat kader heb ik mij verdiept in wet- en regelgeving, de toepasbaarheid in de praktijk, de jurisprudentie en de bespreking in de commissie Binnenlandsbestuur van de Tweede Kamer.

Dat ik in 2013 een andere mening had was in de aanloop naar de keuze zelfstandig blijven of herindelen. Er was grote druk vanuit de provincie en in Haren wilden we zelf kunnen beslissen. Thans, 7 rapporten van deskundige bureaus verder heeft de gemeenteraad in 2013 en in 2014 zelf geconcludeerd dat herindelen de enige optie is. Alleen toen Tynaarlo aangaf niet te willen herindelen met Haren koos het gemeentebestuur voor zelfstandig blijven. Hoe die zelfstandigheid te realiseren qua organisatie, qua samenwerking met andere gemeenten of qua financiële maatregelen, was van later zorg. Haren wilde de provincie de pas af snijden met haar besluit. Dat besluit is onzorgvuldig onderbouwd. Reden waarom de provincie haar verantwoordelijkheid voor het regionaal bestuur oppakte.

Ik ben als onderzoeker geïnteresseerd in de uitleg en de toepassing van de spelregels. Ik vind het prima wat het Burgercomité doet, maar heb moeite met hun berichtgeving in diverse media waarin aantoonbare onjuiste informatie wordt gegeven. Steeds worden andere mensen uit het bestuur van de stichting Burgercomité naar voren geschoven. Daarom is mijn opmerking ‘van het burgercomité’ relevant. Nergens spreek ik over een lidmaatschap.

Ik betwist niet de cijfers uit de begroting. Ik maak bezwaar tegen het benoemen van cijfers uit 2020 waarbij in Haren sprake is van een forse lastenstijging en een grote besparing op voorzieningen, hard nodig om de zwakke financiële positie op orde te krijgen. Dat wordt vergeleken met Groningen in 2020. Een gemeente die op onderdelen ook niet op alle kengetallen goed scoort. In Groningen is geen noodzaak om dezelfde maatregelen te nemen. Vanuit het horizontaal (raad) en verticaal (provincie) toezicht is er in Groningen geen reden tot ingrijpen. Ook al schrijft de heer Pieters dat Groningen rijp is voor art. 12.
Dat heeft te maken met zoals u schrijft ‘wat is de onderliggende strategie en wat zijn de onderliggende waarden die een groter risicoprofiel rechtvaardigen’. In Groningen kunnen nog tal van politieke beslissingen volgen die tot andere kengetallen leiden. In Groningen is die ruimte er. In Haren niet meer.

Dan schrijf ik dat de lokale lasten vergeleken worden vanuit het oogpunt van een inwoner. Dat kan. Maar het stuk gaat over een vergelijking van twee gemeenten. Logischer is dan om uit te gaan van de gemiddelde WOZ-waarde in een gemeente om zo de gemiddelde lasten druk te vergelijken. Dat is ook hoe het COELO gemeenten vergelijkt. Het gaat mij om een inhoudelijk zuivere vergelijking. Dat zeg ik ook over de woonlasten. De nog te realiseren verbetering van kengetallen in 2020 komt door de lastenverzwaring. Dan is het zuiverder in de vergelijking om kengetallen en woonlasten beide uit 2020 presenteren.

De heer Pieters hamert op het ongelijk van de provincie bij de vergelijking van de financiële positie van Haren en Groningen in het licht van de ‘gewraakte herindeling’. Er zijn veel meer redenen zoals ik heb aangegeven waarom die herindeling noodzakelijk is geworden. Ook de raad vond dat. Juist die knelpunten gegeven voor de provincie de doorslag om te kiezen voor een herindeling.

U ziet dat ik juist heel inhoudelijk naar de feiten heb gekeken.
Door Econoom op
De heer Pieters geeft een analyse weer van de kengetallen conform Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) van de gemeente Groningen in relatie tot Haren, omdat naar zijn zeggen de provincie wel Haren betwist van slechte financiën, terwijl de provincie blijkbaar Groningen buiten schot laat.
Het artikel gaat over de objectieve BBV kengetallen, meer niet. Dit zijn wel degelijk belangrijke cijfers waar de rijksoverheid op stuurt en wat provinciën ook (zouden) moeten doen. Deze informatie is gevormd in kengetallen, juist omdat zo de grootte van een gemeente dat geen factor speelt, en zo gemeente goed vergeleken kunnen worden. De analyse lijkt helder en gebruikt objectieve cijfers en trends daaruit. Uit die trends kan je de financiële strategie van een gemeente lezen. Over die inhoud zouden reacties moeten komen. Groningen gaat blijkbaar meer risico’s aan, Haren minder. Dat blijkt ook uit de openbare meerjarenbegrotingen van deze gemeenten. Dat is niet moeilijk om te lezen cq analyseren, en vraagt om meer analyse of onderbouwing van de gemeente en provincie Groningen waarom dit zo is. Wat is de strategie en wat rechtvaardigt meer risicobereidheid van Groningen terwijl deze gemeente nu al niet goed scoort?
Ik ken de heer Valkema niet, maar lijkt hij zeer persoonlijk betrokken bij de Harense herindeling. Vandaar dat ik een google zoektocht heb uitgevoerd. Dat laat zien dat hij inderdaad politicus was en destijds geen voorstander van een herindeling van Haren met Groningen (zie o.a. artikel ‘CDA: We laten ons Haren niet uitleveren aan Groningen’,Harener Weekblad 20 maart 2013). Nu is hij wel voorstander van deze mogelijke herindeling, wellicht heeft deze ommekeer plaatsgevonden omdat door zijn eigen partij is afgezet (juni 2013). Helaas doen zijn reacties geen recht aan het artikel van de heer Pieters, wellicht omdat zijn wrok (?) zijn zicht vertroebelt. Ook zijn beschuldiging van een ‘lidmaatschap’ van een Burgercomité van zowel Pieters als Landstra heeft uiteraard niets te maken met de inhoud van dit of enig ander artikel. Trouwens, ik heb gelezen dat het Burgercomité van Haren een stichting is, daar kan je niet eens lid van zijn zoals Valkema onjuist beweerd. Feiten checken doet Valkema blijkbaar niet, maar dat blijkt ook wel uit de inhoud van zijn reacties. Het blijkt wel dat hij een politicus is geweest: getallen weerleggen als deze niet uitkomen, met verhalen de aandacht afleiden en zelfs zonder scrupules personen in diskrediet brengen. Ik vind dergelijke reacties van de heer Valkema niet passend in het Binnenlands bestuur of enig ander gerenommeerd medium. En nu maar hopen dat hij niet weer een persoonlijk gedreven reactie plaatst.
Door Rene R. Valkema (Oud Raadslid gemeente Haren gn.) op
Meneer Landstra (van het Burgercomité) u beschimpt ambtenaren en trekt zorgvuldige reacties in twijfel. Dat is precies mijn kritiek op het Burgercomité. Nergens betwist ik het democratisch recht tot protest tegen de herindeling. Wat ik aan de kaak stel is dat het burgercomité zich bedient van aantoonbare onwaarheden om de publieke opinie te bespelen. Het ingrijpen van de provincie wordt onrechtmatig genoemd. Er worden onjuistheden en onwaarheden de wereld in geslingerd.

Ik heb in mijn reactie zorgvuldig aangegeven dat twee gemeenten van verschillende omvang onmogelijk zijn te vergelijken. Hoewel de ontwikkeling is af te leiden uit de begroting 2017 kijkt Pieters voor de woonlasten alleen naar 2016. Hij laat dus de lastenstijging van Haren (+12%) voor het gemak achterwege. Net als de ontwikkeling tot 2020. En hoewel Burgercomité wegloopt met COELO, worden de woonlasten niet vergeleken volgens de gangbare methodiek van het COELO. U gaat voorbij aan al die feiten. En herhaalt slechts wat Pieters schreef. Pieters vergelijking is selectief en suggestief.

COELO zegt: ‘financiën ALLEEN is geen reden tot herindeling’. COELO zegt de financiële positie van Haren is zwak! Dat is naast de eerder door mij opgesomde knelpunten de reden voor de provincie om te kiezen voor herindeling van Haren. U plaatst ze even buiten het bestek. Maar geeft geen reactie op mijn feitelijke argumenten.

Wat u wel doet is ‘financiën en bestuurskracht worden telkens weer onderuitgehaald’. Zonder onderbouwing. Onjuist ook. Er zijn 7 rapporten geschreven (incl. COELO) die zowel de bestuurskracht als de financiële positie van Haren als zwak en zorgwekkend beschrijven. De knelpunten de reden dat Haren zelfstandig niet verder kan!

De gemeenteraad trok die conclusie in 2013 en 2014. Eerst samen met Groningen en TenBoer en later met Tynaarlo. Met het oplossen van de knelpunten als onderliggende argumentatie. Alleen in 2015 toen Haren ZELF NEE heeft gezegd tegen ambtelijke samenwerking met Tynaarlo, koos de raad voor zelfstandigheid. HOE? Dat wist de raad nog niet. Een onzorgvuldig besluit, waarmee de zwakke bestuurskracht wordt aangetoond.

Dat was ook precies het moment dat de provincie zich in het proces ging mengen. Volkomen legitiem. Het (wetgevende) herindelingsproces op grond van art. 8 ARHI is rechtmatig. Het wetgevingstraject mag door, dat heeft de rechter bevestigd.

U sluit af met vertrouwen. De burger mocht erop vertrouwen dat de politiek zorgvuldig met haar stem zou omgaan. Er was geen escape scenario. Het college heeft niet daadkrachtig doorgezet met Tynaarlo. En dus was herindeling nog de enige optie.

En de onzorgvuldige berichtgeving van het Burgercomité is zelf debet aan de ‘onverkwikkelijke’ berichtgeving. Want het Burgercomité schrijft dat herindelen noodzakelijk is. Maar zij wil niet bij de STAD. Dat is een heel andere agenda dan de inzet voor zelfstandigheid. Dus wie houdt nu wie voor de gek?
Door Jelle Landstra (Inwoner van Haren) op
Wonderlijke reacties op het artikel van de heer Pieters. Vooral de reacties van de 2 ambtenaren schetsen een zorgelijk beeld van de ambtenarij.

Als ik het goed begrijp hebben begrotingen en financiële kengetallen in de ogen van deze ambtenaren geen waarde. Financiële buffers om tegenslagen te kunnen opvangen zijn blijkbaar onzin. Ik hoop niet dat dit soort denken model staat voor het beleid van de stad Groningen. Mocht dit wel zo zijn dan is dat nóg een goede reden voor Haren om annexatie door Groningen af te wijzen.

Opvallend is dat de kritiek grotendeels voorbij gaat aan de portee van het artikel van Pieters. Dat vergelijkt de financiële situatie van de 2 gemeenten, niets meer en niets minder. Basis daarvoor is de door de gemeenteraad aangenomen begrotingen. Als je die in twijfel trekt verdient dat een serieuzere onderbouwing.

De provincie stelt voortdurend dat Haren "financieel te weinig armslag zou hebben om alleen verder te gaan". Onderzoek van het COELO toont aan dat de financiële situatie van Haren geen reden is voor herindeling. Pieters toont aan dat annexatie door Groningen eerder een belang is van de stad. Gezien de labiele financiële situatie van Groningen is Haren is met zijn interessante bouwgronden en hoge WOZ-opbrengst interessant als wingewest.

Financiën en bestuurskracht worden door de provincie telkens opgevoerd als hoofdargumenten voor annexatie. Ze worden ook steeds weer onderuit gehaald. De gedecentraliseerde overheidstaken op het sociaal domein zijn in Haren nl. prima geregeld.

Daarnaast zijn er inderdaad nog andere overwegingen voor al of niet herindelen. Dat ligt buiten het bestek van dit artikel, maar ook daar snijden de argumenten van de herindelers weinig hout.

Daar waar in de reacties het lidmaatschap van het Burgercomité blijkbaar als negatief wordt weggezet bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel. Betrokkenheid en actie van onderop moeten we in een democratische samenleving juist koesteren.

Zou Binnenlands Bestuur geëquipeerd zijn een onafhankelijk onderzoek te doen naar deze zo langzamerhand onverkwikkelijke affaire? Het wegebben van het vertrouwen in de politiek heeft ook de brave burgers van Haren bereikt. Een zorgelijke ontwikkeling!
Door hoekstra (ambtenaar) op
Over die kengetallen kan van alles gezegd worden maar ze hebben weinig betekenis voor gemeenten. Pieters prijst de dalende schuld van Haren. Dat is niet zo moeilijk; een gemeente die niks investeert maakt geen schulden (tenzij de gemeente over heel veel eigen middelen beschikt). Een gemeente die veel investeert in wegen, scholen en noem maar op maakt doorgaans ook schulden. Het is maar net wat je liever hebt. Oplopende reserves is een andere. Gemeenten zijn niet in het leven geroepen op middelen op te potten maar op geld uit te geven. Houden ze te lang te veel over dan moeten ze de belastingen verlagen of meer uitgeven, maar oppotten doen renteniers. Dus: oplopende reserves zijn een teken van van óf te hoge belastingen óf een lui gemeentebestuur. Haren wil gewoon niet herindelen.
Door Rene Valkema (Oud raadslid gemeente Haren) op
Burgercomité verkoopt u appels voor citroenen

Opnieuw een artikel in de media om provincie zwart te maken en om de positie van Groningen negatief af te schilderen. De 'oorlogspropaganda' van het Burgercomité (Pieters is van het Burgercomité) draait op volle toeren.

Burgercomité verwijt de provincie dat deze alleen kijkt naar financiële motieven voor de herindeling. Hier doet zij hetzelfde. Er zijn vele redenen voor herindeling.
Herindelen van Haren is noodzakelijk geworden omdat de ambtelijke capaciteit en de kwaliteit onvoldoende is, specialistische kennis ontbreekt en moet worden ingekocht bij Groningen, kwaliteit van de processen niet op orde is, kennis en organisatieontwikkeling stagneert. Allemaal redenen volgens de gemeenteraad om te herindelen.
Burgercomité laat dat weg.

Het klopt dat de solvabiliteit in Groningen daalt. Het klopt ook dat deze in Haren stijgt. Dat komt omdat er in Haren om de slechte positie te verbeteren een pakket is meegenomen waarin de lasten worden verhoogd en er fors bezuinigd wordt op de voorzieningen. Deze maatregelen zijn in Groningen niet nodig.

Het nog te realiseren structurele surplus in Haren is dus hard nodig om de schulden naar een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Voor Groningen is die noodzaak er niet.
Overigens moeten voorgenomen bezuinigingen in Haren voor 2016 nog deels gerealiseerd worden. Verwachtingen (Haren) en staand beleid (Groningen) vergelijken is als glad ijs.

Groningen heeft een maatschappelijke (bv. Volkshuisvesting) en regionale functie. Dat vertaalt zich in uitgezette leningen aan woningcorporaties en overige deelnemingen. De vergelijking van Haren en Groningen door het simpel vergelijken van cijfers, zoals de schrijver dat doet, is wetenschappelijk onmogelijk.

Gaat de schrijver in dit stuk eerst uit van de ontwikkeling in de financiën, bij de berekening van de woonlasten kijkt hij alleen naar 2016 en laat gemakshalve de stijging van de lokale lasten in Haren weg.
Zo lijkt het als of de ontwikkelingen in Haren bij lagere lokale lasten dan in Groningen kunnen plaats vinden. Niet is minder waar. De OZB in Haren stijgt de komende jaren met circa 32%. De OZB in Groningen stijgt met de inflatie van 2%. Bij een woningwaarde van 260.000 euro in 2020 geeft een woonlast in Groningen van 944 euro en in Haren 946 euro. Bijna gelijk aan elkaar. Dat is wel iets anders dan de heer Pieters beweert.

Burgercomité beroept zich vaak op het COELO. Toch wijkt Pieters in zijn vergelijking af van de gangbare wijze van vergelijken van woonlasten. Immers woningwaarde en prijs voor de OZB zijn aan elkaar gekoppeld. Een lage WOZ- waarde geeft een hoge prijs. En omgekeerd geeft een hoge WOZ-waarde een lage prijs. Volgen we de methodiek van het COELO, dan zijn de woonlasten in Haren in 2020 18% hoger dan in de woonlasten in Groningen. Woningwaarde Haren: 260.000 en een woonlast van 947 euro. Idem in Groningen: 182.500 en een woonlast van 807 euro.

De toezichthoudende rol ligt sinds de wijziging van de wet in 2012 bij de gemeenteraad. Het is horizontaal toezicht. De gemeenteraad verzoekt om art. 12. Niet de provincie. Ook die bewering van het Burgercomité is suggestief.

Een opinie in Binnenlands Bestuur is een mening en daarom nog geen waarheid.
De waarheid kunt u vinden door de feiten te achterhalen.
Door PRAT op
He samengaan van de gemeenten Groningen,
Haren en Ten Boer wordt ook hier weer zeer ten onrechte
verengd tot alleen maar een financieel probleem. Niets is minder waar. Er is hier juist sprake van een landsdelige mogelijkheid om een economisch centrum noord nederland te vestigen. Dat is iets wat de dorpspolitiek maar niet wil snappen
Door W.F.Willems (pensioen) op
Woonde mijn leermeester W.F.Hermans daar nog, dan zou dat een paar mooie Boze Brieven van Bijkaart opleveren.
Door Oplettende Harenaar (ambtenaar) op
Meneer Pieters schetst een veel te rooskleurig beeld van de financiële positie van de gemeente Haren. In Haren ligt een compleet verlaten bedrijventerrein, genaamd Nesciopark; daar is nog geen m2 van verkocht. Ook het Raadhuisplein moet nog steeds ingevuld worden door een ontwikkelaar. Al deze feiten laat de heer Pieters buiten beschouwing. Op zich is dat niet verwonderlijk; dhr Pieters is lid van het zgn Burgercomité, een groep van gepensioneerde en rijke Harenaars die om de een of andere reden een gloeiende hekel aan de Stad Groningen hebben. Dit soort mensen vergeet dat de Harense welvaart alleen kan bestaan dankzij de nabijheid van de Grote Stad.