Warenmarkt: bezuiniging met behoud regierol voor gemeenten
De warenmarkt maakt al decennia, soms zelfs eeuwenlang, onderdeel uit van onze stads- en dorpscultuur. Eén dag in de week bepaalt de markt het aangezicht van dorpskernen en stadsharten. De warenmarkt levert dan ook een bijdrage aan cultuurbehoud en economische activiteit. Waarom dan toch de roep om verandering vanuit de diverse geledingen?
In een aantal gemeenten is de discussie losgebrand over de toekomst van de wekelijkse warenmarkt. Enerzijds veelal ingegeven door de noodzaak tot bezuinigen, anderzijds heeft de toekomst van de warenmarkt de aandacht vanwege de soms teruglopende bezoekersaantallen en de vergrijzing voor en achter de kraam. Minder kramen, stijgende kosten en niet-kostendekkende leges hebben bij enkele gemeenten al geleid tot rode cijfers voor wat betreft de organisatie van de markt.
Bij de gevolgen van bezuinigen op de organisatie van de warenmarkt denken we niet meteen aan mogelijkheden tot verbetering van de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van de markt. Toch zijn deze, op het eerste oog tegenstrijdige zaken, goed verenigbaar.
In onze juridische praktijk worden wij met enige regelmaat door gemeenten gevraagd mee te denken over herijking van het marktbeleid, deels als gevolg van ingezette bezuinigingen en deels vanuit de gedachte dat de gemeente alleen een regierol wil vervullen. Als we samen met de gemeenteambtenaren de marktverordening en het beleid evalueren, komen we veelal tot de slotsom dat het verminderen van de bemoeienis van de gemeente een vernieuwingsimpuls teweeg kan brengen. Zo kan het loslaten van het anciënniteitsbeginsel en het principe van het hanteren van lange, niet meer actuele wachtlijsten, nieuwe en vernieuwende ondernemers aantrekken.
Waarom niet op termijn een sollicitatieprocedure introduceren voor openvallende standplaatsen? Waarom niet de strikte eisen in de marktverordening versoepelen ten aanzien van voortzetting van het bedrijf en het overgaan van de vergunning? Afgezien van vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten en de hiermee gepaard gaande verlaging van kosten, kunnen deze maatregelen leiden tot meer interesse voor de gemeentelijke warenmarkt van enthousiaste, creatieve ondernemers.
In een aantal gemeenten is, veelal op gezamenlijk initiatief van de marktkooplieden en de gemeente, de organisatie van de warenmarkt in handen gelegd van een coöperatief van marktkooplieden of een externe organisatie. Ook kan hier een rol liggen voor de plaatselijke detailhandel. De markt moet niet als concurrent worden gezien, maar als tool om de kern levendig te houden. De gemeente bemoeit zich bijvoorbeeld niet meer met het uitgeven van individuele vergunningen, het zetten van kramen, het handhaven van de aanwezigheidsplicht van marktkooplieden en het opruimen van afval.
De organisator van de markt heeft er, uit economische motieven, belang bij dat de markt goed wordt bezocht en er aantrekkelijk uitziet. Dit kan aanleiding geven tot afspraken met marktkooplieden over uniforme aankleding van de markt, promotieactiviteiten, de aanwezigheid op de markt en het opruimen van het afval. Goed voor de organisator, de gemeente, de marktkooplieden en de burgers. Deze gezamenlijke activiteiten kunnen immers leiden tot een efficiëntere organisatie, minder inzet van (en daarom minder kosten voor) de gemeente, een aantrekkelijkere weekmarkt en derhalve meer inkomsten voor zowel marktkooplieden als detailhandel.
De tijd dat de gulden van de gemeente en van de consument een daalder waard was, is definitief voorbij. Met dit adagium kan de ambulante handel zich al lang niet meer onderscheiden van de concurrenten. De warenmarkt is toe aan ruimte voor eigen initiatief van ondernemers en aan nieuwe retailconcepten voor inhoud, indeling en uitstraling. En dit alles kan met minder regels en met een regierol voor de gemeente.
mr. Hisse de Vries
De Vries Juristen, adviesbureau voor bestuursrecht
Reactie op dit bericht
06-53234150