Volg ons op: , 31461 LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Adverteren BB Magazine

Romeins sportbeleid revisited

0 reacties

Een kostenoverzicht van de Olympische Spelen is nooit volledig. Het blijft oppassen voor de ‘camel nose-tactiek’. 

De bijzondere relatie tussen overheid en sportbeleid dateert al uit de tijd van de Romeinen, waar brood en spelen een belangrijke rol speelden in de verhouding tussen de heersende elite en het gewone volk. Het vrij toegankelijke vermaak in de sportarena, waar gladiatoren voor hun leven vochten, en de bijbehorende gratis versnaperingen zorgden ervoor dat de aandacht van het volk zich niet richtte op die andere, politieke arena.

Het Nederlandse kabinet zet zich in om de Olympische Spelen (OS) van 2028 te mogen organiseren. De nu voorliggende discussie splitst zich uiteen in twee afzonderlijke vraagstukken: economische kosten en baten enerzijds, maatschappelijke kosten en baten anderzijds.

Nog voordat duidelijk is of Nederland zich kandidaat stelt, hebben gemeenten, provincies en het Rijk al 188 miljoen euro uitgegeven aan dienstreizen, lobbycomités en investeringen. Daarnaast zou minister Schippers (VVD) de Tweede Kamer onvolledig hebben geïnformeerd over acht miljard euro aan kosten.

Deze werkwijze doet sterk denken aan de ‘camel nose’- tactiek: een expres lage raming van de kosten (de neus), die in een later stadium gevolgd worden door een veelvoud aan kosten (de kameel zelf). Overheidsbeleid gaat over de inrichting en sturing van de samenleving. Sport is voor veel mensen van groot belang. Zo speelt de breedtesport en het bijbehorende verenigingsleven een belangrijke rol in de sociale cohesie.

Daarnaast heeft het ministerie van VWS een economisch belang: sportende mensen zijn fysiek en geestelijk gezonder, waardoor jaarlijks veel geld wordt bespaard op de gezondheidszorg. Anders wordt het als het grootschalige commerciële sportactiviteiten betreft. In Amerika bouwden lokale overheden voor miljarden aan stadions voor met name honkbal- en basketbalteams.

Treffend voorbeeld van dit soort praktijken in Nederland is de voortdurende discussie over de relatie tussen betaald voetbalorganisaties (bvo’s) en gemeenten. Nederlandse gemeenten hebben in de afgelopen jaren tientallen miljoenen euro’s gestoken in hun ‘plaatselijke trots’.

Feit is dat multinationals bij de marketing het alleenrecht opeisen. Een groot deel van de opbrengsten vloeit direct naar de grote sponsoren van het evenement. Evaluatiestudies over grote sportevenementen tonen aan dat in onderontwikkelde landen het organiseren van een groot evenement en bijbehorende infrastructurele investeringen een economische impuls betekenen. Ondanks files en uitval van treinen kan niet volgehouden worden dat Nederland een ontwikkelingsland is.

Bestuurders overschatten de opbrengsten en onderschatten de kosten. Hierbij wordt keer op keer dezelfde klassieke fout gemaakt: het onderscheid tussen weten (ratio) en wensen (emotie) verdwijnt. Bestuurlijke grootheidswaanzin. Ik vertrouw erop dat een meerderheid van de Tweede Kamer haar rol als volksvertegenwoordiger serieus neemt.
In tijden van grote bezuinigingen (ook op de breedtesport) is het stellen van kritische vragen aan de minister slechts een begin van verantwoording. Maar besef: onderzoeken naar de kosten en baten zijn nooit volledig. Er dient een principiële afweging gemaakt te worden: durven we te accepteren dat er slechts gegist kan worden naar de kosten en baten van de OS 2028? De keuze om wel of niet door te gaan moet daarom nu genomen worden. Kiezen we voor het brood of voor de spelen?

Jasper de Wit, bestuurskundige en jonge ambtenaar

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures