of 59236 LinkedIn

Niet blind uitbesteden, ook al is het crisis

Reageer
Het behalen van de door het kabinet voorziene besparing van €35 miljard euro leent zich niet voor de gebruikelijke kaasschaafmethode - ook al is de verleiding daartoe groot. Nieuwe paden dienen door de overheden te worden bewandeld.

Dat is niet alleen noodzakelijk om de bezuiniging te halen, ook om het broodnodige innovatieve vermogen van de overheid te versterken. Heroverweging is nodig of bepaalde overheidstaken nog moet plaatsvinden, en hoe en door wie die taken beste kunnen worden verricht. In het bedrijfsleven hebben afgelopen jaren brede heroriëntaties plaatsgevonden tussen ‘blijven doen’, ‘zelf gaan doen’ en ‘laten doen’.

 

Daarbij is meestal de strategische keuze gemaakt om te focussen op kernactiviteiten. Andere activiteiten worden in de regel outsourced (uitbesteed). Hierdoor ontstaan positieve effecten van specialisatie en schaalgrootte bij leveranciers. Hetgeen resulteert in lagere productiekosten. In analogie met het bedrijfsleven overwegen steeds meer (semi-)overheden om activiteiten te outsourcen. Met enige terughoudendheid worden de beleidsneutrale faciliteiten, zoals schoonmaak, onderhoud, catering & kantoorautomatisering en de beleidsarme operations uitbesteed, bijvoorbeeld openbaar vervoer, de zorgdiensten en telecommunicatie.

 

Voor verdere outsourcing bij de overheid zijn vier elementen van belang. Ten eerste een strategische afweging over wát precies tot de kernactiviteit behoort en wat niet; ten tweede het vaststellen van de omgangswijze met niet kernactiviteiten (uitbesteden aan markt, herbeleggen bij een andere overheidsorgaan); ten derde het goed functioneren van een ‘inkoop’-regieorganisatie.

 

En tot slot moet worden nagedacht hoe de toekomstige control wordt ingericht. Zonder strategische afwegingen wordt de beslissing om uit te besteden aangekleed met ad hoc drogredenen, zoals ‘de markt is er beter in’. Dat is bij goederen die de overheden aanbieden niet altijd het geval: een belangrijk bestaansrecht voor de overheid is het bestaan van marktimperfecties. Juist omdat de markt vanuit bedrijfseconomisch perspectief niet in het product kan voorzien, doet de overheid het.

 

Indien een overheid overgaat tot uitbesteding komt zij vaak in een situatie terecht van onvolkomen concurrentie of monopolievorming. Veel overheidsuitbestedingen hebben tot nu toe absoluut niet het gewenste rendement opgeleverd. De kwaliteit ging omlaag, terwijl de kostprijs omhoog ging. Precies het tegenovergestelde van wat werd nagestreefd.

 

Een betere oplossing is om niet de gehele overheidstaak in één keer uit te besteden, maar de overheidstaak uit te splitsen naar losse componenten (bijvoorbeeld personeel, materieel, techniek en kennis). Maak per component de keuze wat gelet op de prijskwaliteitverhouding beter in huis kan blijven en wat beter door de markt wordt geleverd. Zo’n aanpak vereist wél een stevige regieorganisatie.

 

Vroeger was er het zogenaamde Rijksinkoopbureau, wellicht is het hoog tijd voor het oprichten van een Rijksuitbestedingbureau. Outsourcing leidt tot een stijging van het aantal transacties. Deze stijging levert voor de financiële en administratieve control een uitdaging op. De overheid dient namelijk elke losse uitgave te toetsen op doelmatigheid, doelbereik en rechtmatigheid.

 

Anders dan bij het bedrijfsleven is het resultaat niet allesbepalend. Naast het te bereiken resultaat speelt het proces hoe het resultaat is bereikt vaak een belangrijke rol bij de overheid. Het op rechtmatigheid toetsen (is alles binnen de regels gebeurd) kan leiden tot zoveel administratieve lasten dat de economische winst van de uitbesteding verdampt. Natuurlijk kan dat worden voorkomen door de inbestedende partijen aan allerlei normen en procedures te binden, maar daarmee verwordt de marktpartij al snel tot een pseudo-overheidsbedrijf.

 

Titus Mars (rijksambtenaar)
Richard Lankester (consultant)

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.