of 59045 LinkedIn

Begrens lokale belastingen

Reageer

Verruiming van het gemeentelijk belastinggebied, zoals bepleit door onder andere het Centraal Planbureau en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), wordt te rooskleurig voorgesteld.

De VNG vindt dat gemeenten een groter eigen belastinggebied moet krijgen. Hoewel vorig jaar de gemeentelijke verkiezingen zijn geweest, was het politiek erg stil rond dit thema. De meeste gemeenten denken dat zij er beter van worden. Bijna overal lees ik vooral blijdschap van gemeenten met deze ‘extra beleidsvrijheid’’. Maar is dat terecht?

Als bestuurskundige, raadslid, strategische beleidsadviseur en als voormalig hoofd middelen bij diverse gemeenten, waag ik enkele kanttekeningen te plaatsen. Een ervan is dat armlastige gemeenten de klos zijn. Zij kampen al met financiële problemen en zijn na jaren durende bezuinigingsrondens ‘bezuinigingsmoe’. Ze zullen de belastingen verhogen, zonder dat de burger daar iets extra’s voor terug ziet. Vooral gemeenten met een zwakke sociale structuur zijn de klos. Honderd uitkeringsgerechtigden extra betekent een flinke financiële aderlating, die de gemeente zelf mag ophoesten. Dit wordt ook wel eens een ‘prikkel genoemd om werkgelegenheid te creëren’, maar de concentratie van werk in stedelijke centra en schaalvergroting breken vele gemeenten op. Zij mogen bijplussen.

De toegenomen vrijheid betekent ook dat gemeenten verkapt aan inkomenspolitiek kunnen doen, bijvoorbeeld door eigenaren van woningen zwaarder te belasten. Hoewel ze dat nu formeel niet mogen, wordt er nu op lokaal niveau wel degelijk inkomenspolitiek bedreven. Het percentage dat via de gemeente wordt beïnvloed is echter dermate laag dat het niet echt storend is. Een ruimer belastinggebied vergroot de impact van (verkapte) inkomenspolitiek.

Gemeenten die bij decentralisaties slecht uitkomen zullen minder snel aanspraak kunnen maken op tegemoetkomingen. Immers, zij hebben zelf mogelijkheden om de tekorten op te kunnen vangen. Nu zal er meer bereidheid zijn om naar verdeelmodellen en overgangsregelingen te kijken dan in de nieuwe situatie.

De totale belastingdruk zal toenemen. “Echt niet”, roepen de voorstanders in koor. “Het is alleen maar een verschuiving.” Niets is minder waar. Het nulpunt wordt zeer waarschijnlijk bepaald op de huidige situatie, waarna gemeenten één voor één langzaam hun tarieven omhoog gaan bijstellen… ver voorbij het huidige nulpunt waarop de neutrale belastingdruk wordt vastgesteld. “Nee dat doen gemeenten niet.” Nou, de recente praktijk wijst anders uit. De ozb heeft geen plafond meer, maar landelijk is een zogenaamde macro norm van 3 procent afgesproken. Dat betekent dat gemeenten tezamen ervoor zorgen dat de ozb jaarlijks niet meer dan 3 procent stijgt. Hoewel deze norm door de VNG is bekrachtigd, lappen gemeenten als collectief deze norm al jaren aan hun laars. Als gemeenten zich al niet aan een zelf opgelegde norm kunnen houden, hoe moet dat dan als zij de volledige regie hebben?

Tot slot de extra beleidsvrijheid. Als gemeenten meer ruimte hebben om zelf geld vrij te maken, zullen zij daar door iedereen, het rijk voorop, steeds op worden gewezen. Gemeenten mogen dan hun problemen steeds zelf oplossen. Niets extra beleidsvrijheid. Niks extra voorzieningen voor de burger. De praktijk zal zijn dat de burger gewoon meer gaat betalen en de voorzieningen hetzelfde blijven. Kortom gemeenten: verruiming van lokale belastingdruk lijkt fijn, maar kan zich flink tegen u keren.

Peter Ramautarsing Bestuurskundige, raadslid, adviseur

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.