Wat een onbeschaamdheid!
Wat een onbeschaamdheid van het Rijk om zich nu te bemoeien met het provinciefonds! De afgelopen jaren is bij de provincies veel goed gegaan. Zeker op financieel gebied. Ze hebben fantastische resultaten bereikt met de verkoop van hun nutsbedrijven.
Nuon en Essent zijn tegen topprijzen verkocht; miljarden boven de marktwaarde. De provincies verdienen alle complimenten hiervoor, die hebben ze van het Rijk nooit gekregen.
Er is ook wel wat mis gegaan bij de provincies. Ze hebben bijvoorbeeld te veel geld besteed aan activiteiten waar ze geen verantwoordelijkheid voor dragen en er zijn bedrijfsongevallen geweest zoals Ceteco en Landsbanki. Maar die missers waren veel kleiner dan de successen. De financiële positie van de provincies is daarom nog steeds riant. En die positie is nog rianter geworden door de overbodige, jaarlijkse verhogingen van de provinciale opslagen op de motorrijtuigenbelasting.
Als de rijksoverheid net zulke fantastische resultaten had geboekt met haar bedrijven als de provincies met de provinciale bedrijven, dan had Nederland er een stuk beter voor gestaan. Helaas kósten de rijksbedrijven, zoals ABN Amro, vooral geld. De financiële situatie van het Rijk is daarom penibel.
Onder het motto ‘eerlijk delen’ haalt het Rijk vanaf dit jaar een kwart weg van het provinciefonds. Dat eerlijk delen moet overigens niet al te letterlijk worden opgevat: het Rijk wil wel eerlijk delen in de riante financiële positie van de provincies, maar niet in de financiële bedrijfsongevallen van de provincies. Wat een onbeschaamdheid van het Rijk om zich nu arrogant op te stellen bij de nieuwe verdeling van het provinciefonds! Sinds 1998 heeft het Rijk de verdeling van het provinciefonds laten versloffen. Zelfs minister Donner van Binnenlandse Zaken erkent dat er ‘achterstallig onderhoud’ is. Het fonds wordt bijvoorbeeld nog verdeeld op basis van de lengte van de provinciale wegen uit 1995 en op basis van de gemiddelde opslag op de motorrijtuigenbelasting uit 1998, en ook de overgangsmaatregel van de verdeling in 1998 geldt nog. Maar dat houdt de arrogantie uit Den Haag niet tegen.
Minister Donner beloofde dat hij de nieuwe verdeling in januari zou presenteren, ruim voor de verkiezingen van 2 maart, maar hij kwam er pas eind maart mee, en gaf zo de bevolking geen kans zich uit te spreken over de benodigde bezuinigingen. En nu het voorstel voor de nieuwe verdeling er eindelijk is, geeft de minister alleen maar de uitkomsten. Een spreadsheet met de verdeelmaatstaven en de aantallen van elke maatstaf per provincie, wil de minister niet vrijgeven. Deugdelijke argumenten voor de gemaakte keuzes geeft de minister evenmin.
Zo gaat hij niet uit van de gemiddelde opslag op de motorrijtuigenbelasting, maar van een opslag die 3 procent lager is dan wat de goedkoopste provincie vraagt, met als argument ‘zo dwing ik geen enkele provincie om de belastingen te verhogen’. Blijkbaar is er niemand in de buurt van de minister die hem kan vertellen dat dit argument absolute nonsens is. Wat een onbeschaamdheid van het Rijk om zich blijkbaar zonder enige kennis te bemoeien met het provinciefonds!