of 58940 LinkedIn

P maal Q

Als je drie appels koopt, en ze kosten elk 30 cent, wat moet je dan betalen? Dat bereken je met de wiskundige formule ‘p maal q’, waarbij p staat voor de prijs en q voor het aantal – in het Engels quantity. Je moet voor drie appels dus 90 cent betalen. In feite is dit les 1 van de econometrie, het vak dat de economie beschrijft met wiskundige formules.

Daarna wordt de econometrie snel ingewikkelder. Zeg maar les 100 is het verdeelmodel voor de bijstand. Daarmee verdeelt staats secretaris Klijnsma van Sociale Zaken zes miljard euro voor de bijstand over de gemeenten. Het verdeelmodel berekent voor hoeveel uitkeringen elke gemeente geld krijgt. Het is zo ingewikkeld dat alleen hoogleraren econometrie het nog doorgronden. Die hoogleraren zagen in het model 2015 zelfs nog ‘beginnersfouten’, zoals ze zeiden. Klijnsma heeft die toen gecompenseerd, dat kostte haar vele miljoenen. Anderen zagen in het verdeelmodel nog systematische fouten, kleinere gemeenten hadden namelijk gunstigere uitkomsten dan grotere. Daarover lopen nog diverse rechtszaken.

Het model dat berekent voor hoeveel uitkeringen de gemeenten in 2017 geld krijgen, is technisch beter, verfijnder en evenwichtiger dan het verdeelmodel voor 2015 en 2016. Les 100 is begrepen. Maar hoewel het model evenwichtiger is, zijn de uitkomsten dat niet. Twee derde van de gemeenten met minder dan 100.000 inwoners heeft een voordeel en een derde heeft een nadeel. Grotere gemeenten hebben vaker een nadeel dan een voordeel. Ook in 2017 dus een systematisch voordeel voor de kleinere gemeenten. Dat blijkt niet te komen door het ingewikkelde model dat het aantal uitkeringen per gemeente schat, maar omdat die geschatte aantallen uitkeringen nog moeten worden vermenigvuldigd met een bedrag per uitkering.

U weet wel, p maal q. Voor het bedrag per uitkering heeft de staatssecretaris zelf een modelletje gemaakt. Dat modelletje is heel primitief: elke gemeente krijgt namelijk hetzelfde bedrag per uitkering. Niemand heeft ooit onderzocht of er verschillen zijn in woonlasten, of er verschillen zijn in terugvorderingen, of er verschillen zijn in bijverdiensten. Maar dat primitieve modelletje van de bedragen per uitkering blijkt voor de grote en systematische voordelen en nadelen te zorgen. Dus les 100 van de econometrie is correct toegepast, maar les 1 van p maal q is vergeten. Een typische beginnersfout.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.