Kopje kleiner
De gemeenteraden worden vanaf de volgende verkiezingen, in 2014, een kwart kleiner. Ook mogen er dan minder wethouders zijn.
Daardoor zijn er ook minder bestuurdersassistenten en secretaresses nodig. Zo wil het Rijk 110 miljoen euro per jaar besparen – want uiteraard pikt het Rijk de kostenbesparing in. Die kostenbesparing zou nooit zijn bedacht als het voordeel bij de gemeenten had mogen blijven.
De gemeenten zijn weer eens tégen. Ze erkennen weliswaar dat er 10 procent minder gemeenteraadsleden en wethouders kunnen zijn, maar niet 25 procent. Hun eerste argument voor dat standpunt komt neer op: wij zijn zo belangrijk en we worden door alle nieuwe taken nog belangrijker.
Maar dat argument botst met de erkenning dat ze wel met 10 procent minder politici toekunnen. Het is sowieso ongeloofwaardig om eerst voor grootschalige herindeling te pleiten, met bijbehorende vermindering van de gemeenteraden en wethouders, en later te zeggen dat het nauwelijks met minder politici kan.
Ook klagen de gemeenten dat het wetsvoorstel tot verkleining van de Tweede en Eerste Kamer enkele weken later komt. Het lijkt een variant op Calimero: ‘Zij blijven groot en wij worden klein, en dat is niet eerlijk, o nee.’ Dat zal weinig indruk maken bij een kabinet dat een kwart minder ministers en staatssecretarissen telt dan het vorige.
De gemeenten kunnen beter kijken op welke manier ze die bezuiniging gemakkelijker kunnen bereiken. En dat kan, door één simpele bepaling op te nemen in de Gemeentewet. Nu telt de stem van elke wethouder in het college even zwaar. Maar door te bepalen dat de stem van deeltijdwethouders minder zwaar telt, is veel te besparen.
Een simpel voorbeeld. Drie fracties willen samen het college vormen, een fractie heeft zes zetels en de twee andere fracties ieder drie. Als elke fractie een wethouder levert, ongeacht of ze fulltime of in deeltijd werken, dan hebben die twee kleine fracties samen twee stemmen in het college, en de grote fractie één.
Daarom krijgt de grootste fractie vaak een vierde wethouder. Maar als die twee kleinere fracties ieder een deeltijdwethouder krijgen die een halve stem hebben in het college, sluit de stemverhouding wel goed aan bij de grootte van de gemeenteraadsfractie. Tel uit je besparing! Dat lost meteen het probleem op van de versplintering van de politiek.
Er komen steeds meer fracties in de gemeenteraden, die gemiddeld steeds kleiner zijn. Vaak zijn eenmansfracties nodig om een meerderheid te vormen. Als die een volle stem in het college krijgen, geeft dat scheve machtsverhoudingen. Met een stem die minder zwaar telt, zullen beslissingen van het college meer aansluiten bij de uitslag van de verkiezingen en dus bij de wens van de bevolking. Zo kunnen bezuinigingen tot mooie oplossingen leiden.
Reactie op dit bericht
’Kleinere gemeenteraden per 2014 moet kunnen. Een goede oplossing ook voor de versplintering in de politiek’, stelt Jan Verhagen in BB05. Dit laatste wil ik weerleggen. Een simpele doorrekening van de vorige uitslagen met een vermindering van 21 naar 15 raadsleden heeft juist een verdere versplintering tot gevolg.
Momenteel zijn er in mijn gemeente geen eenmansfracties. Na het doorvoeren van de maatregel zou er een eenmansfractie en twee tweemansfracties ontstaan.
Een goede ontwikkeling? Ik denk het niet! Voor het hoog houden van de kwaliteit van de raad is het van belang dat een raadslid de tijd heeft en neemt om zich goed voor te bereiden op de besluiten die genomen moeten worden. Bij een- en tweemansfracties is die tijd al aanzienlijk minder dan bij een partij met meer zetels en mét een portefeuilleverdeling.
Een luxe die een eenmansfractie in zijn geheel niet heeft. Om niet te spreken over de overige rollen die een raadslid dient te vervullen. Een raadslid hoort ook in het veld te zijn om te weten wat er leeft. En een gemeenteraad wordt er op afgerekend als hij het functioneren van het college niet in de gaten houdt.
De kwaliteit van de raad en daarmee de kwaliteit van het openbaar bestuur is van groot en algemeen belang. Nieuwe taken en bevoegdheden door decentralisatie zorgen voor meer druk op raadsleden, omdat zij meer specialisatie en kennis moeten hebben. Een vermindering van raadsleden en hiermee specialismen staat hier haaks op. Ik ben niet tegen bezuinigingen, maar wel tegen ondoordachte bezuinigingen.
Dit kabinet zou de gemeenten de ruimte kunnen geven zelf het aantal raadsleden te bepalen. Lokale autonomie betekent eigen zeggenschap over de inrichting van het lokale bestuur. Het percentage lijkt mij uit de lucht gegrepen. Ik pleit dan persoonlijk voor een ingrijpendere wijziging van ons democratisch bestel, zodat het meer aansluit op de ontwikkelingen in de maatschappij. De raad afschaffen dan maar? Niet als je onze raadsleden ziet als de meest mondige burgers.
Want dat zijn ze, mondige burgers die tegen een gering bedrag fikse uren steken in het vorm en inhoud geven aan de groeiende complexe samenleving. Of zij nog nodig zijn, besluit de lokale burger. Blijven de verkiezingsopkomsten lager worden, zoek dan naar een alternatief, mevrouw Spies.