of 59236 LinkedIn

Goede hofhouding

De Tweede Kamer heeft eind april ingestemd met de Wet Houdbare overheidsfinanciën, koosnaam: Wet Hof. 

Die wet wijkt uiteindelijk sterk af van het oorspronkelijke voorstel. Er komt geen maximum voor het jaarlijkse kastekort van individuele gemeenten (en provincies en waterschappen), maar alleen een maximum voor alle gemeenten samen. Als de gemeenten een groter kastekort hebben dan dat maximum, krijgen ze niet direct een boete, maar komt er een pedagogisch verantwoord opvoedkundig gesprek met de minister van Financiën. Niet meer direct ‘stout kindje in de hoek’ dus, maar de hele klas moet beloven nooit meer stout te zijn. 

Wat gebleven is, is dat het voor gemeenten bijkans onmogelijk is zich te houden aan dat maximum van het kastekort. Want gemeenten kijken niet naar hun kasuitgaven, kasinkomsten en kastekort, maar hebben een veel intelligenter financieel systeem. Want ze stemmen onderling niet af wie in welk jaar mag investeren, en evenmin welke gemeenten in welk jaar hun reserves mogen inzetten en welke gemeenten hun reserves moeten aanhouden (tegen een rente die lager is dan de inflatie).

Want bijna de helft van het kastekort wordt pas geboekt in november en december – onmogelijk dus om daarna het beleid nog aan te passen. Tot overmaat van ramp gaat de minister van Financiën over enkele jaren dat maximale kastekort verlagen. Voor een wet waaraan onmogelijk te voldoen is, zal geen enkele gemeente haar best doen. Hoogste tijd dus voor een nuttig instrument waarmee gemeenten zich wel aan de Wet Hof kunnen houden. Hoogste tijd voor een goede Hof-houding.

Twee tweedejaarsstudenten van de Universiteit Leiden hebben zo’n instrument bedacht. Gemeenten moeten niet worden afgerekend op het kastekort van 1 januari tot en met 31 december, maar op het kastekort van 1 oktober tot en met 30 september. Na drie maanden is dan al meer dan de helft van het kastekort bekend. De gemeenten hebben daarna nog negen maanden om elkaar te informeren over hun kastekorten en kasoverschotten.

Sommige gemeenten, die al na drie maanden een hoog kastekort hebben, kunnen dan binnen hun begroting investeringen uitstellen tot de laatste drie maanden van het volgende jaar, en daarmee tot de volgende Hof-periode. Andere gemeenten, met een kasoverschot na drie maanden, kunnen de kasuitgaven van heel het volgende begrotingsjaar vast doen in de eerste negen maanden.

Alle gemeenten zullen daar blij mee zijn. Over alle 408 gemeenten samen middelt zich dat uit, en dat zal ook de minister van Financiën en de Europese Unie blij maken. De kastekorten dalen immers niet door de Wet Hof, maar dalen pas als de gemeenten in staat zijn zich te houden aan deze wet.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.