Als u begrijpt wat ik bedoel
Voordat u mij verkeerd begrijpt, uiteraard houdt iedereen en alles op het ministerie zich volledig aan deze ambtsinstructie. Twee recente voorbeelden. Minister Remkes wil het gemeentefonds herverdelen. Gemeenten met een slechte bodem moeten meer geld krijgen, omdat hun wegen sneller slijten en eerder verzakken dan in andere gemeenten. Hij laat een extern bureau een onderzoek doen. Dat gaat - heel klantgericht - in nauwe samenwerking met de gemeenten met een slechte bodem. Constructief volgt de minister het voorstel van het onderzoek op. Als daarna de Raad voor de Financiële Verhoudingen een beperktere herverdeling voorstelt, staat de minister open voor de kritiek van het adviesorgaan en wijzigt van standpunt. Dat gewijzigde standpunt moet hij verdedigen in de Tweede Kamer. Die heeft ook wat kritiek. Sterker, met zijn laatste standpunt overtuigt de minister exact nul Kamerleden. De minister gaat daarop mee met de Tweede Kamer. Voordat u mij verkeerd begrijpt: Remkes heeft bij de slappe bodem-problematiek zeker geen slappe knieën of slappe ruggengraat, hij gaat gewoon constructief met kritiek om!
Een tweede voorbeeld komt uit het zeer gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Economisch Statistische Berichten van 5 mei. Dat tijdschrift heeft diverse vooraanstaande hoogleraren economie in de Commissie van Redactie, en geeft al negentig jaar 'beleidsrelevante aanbevelingen voor de overheid, maatschappelijke instellingen en bedrijven'. Denk niet dat het gemakkelijk is een artikel in het tijdschrift te plaatsen, want 'de redactie beoordeelt analyses op basis van onderbouwing, relevantie en toegankelijkheid'. Welnu, in dat zeer gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift schrijft een onderzoeker: "De vier grote steden krijgen per inwoner bijna twee keer zoveel uit het gemeentefonds, maar er is nooit aangetoond dat hun kosten twee keer zo hoog zijn. De uitgaven van de vier grote steden zijn nooit goed onderzocht. De cynische verklaring hiervoor is de sterke lobby van de vier grote steden bij de rijksoverheid. Dat pleit ervoor om de verdeling van de algemene uitkering weg te halen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en over te laten aan een onafhankelijke instantie.'
Voordat u mij verkeerd begrijpt: ik betwijfel of de bewering waar is dat Binnenlandse Zaken aan de leiband loopt van de vier grote steden. Ik ken wel wat voorbeelden die daar niet op wijzen. Maar als die economisch-statistisch onderzochte bewering wel waar is, dan moet u dat zeker niet opvatten als een teken van volstrekte incompetentie van het ministerie. U moet het gewoon zien als klantgericht gedrag!