of 59045 LinkedIn

Zeeuwse gemeenten iets minder solidair met elkaar

De onderzoekers stuitten op veel differentiatie tussen de regio’s: de reikwijdte van gezamenlijke inkoop, wel of geen onderlinge verrekening, één- of meerjarige afspraken. Ondanks de grote variëteit, zijn drie basissmaken te ontwaren.

De samenwerking tussen de Zeeuwse gemeenten op het gebied van jeugdzorg wordt vanaf volgend jaar minder intens. Som­mige gemeenten willen meer naar het beginsel ‘ieder voor zich’, andere willen apart verder met een subregio. 

De 13 gemeenten kozen vorig jaar onder tijdsdruk voor maximale solidariteit ten wat betreft de onderlinge verdeling van de kosten en risico’s die samenhangen met de gedecentraliseerde jeugdzorg. Nu twijfelen ze of ‘de ander’ het allemaal wel zo goed op orde heeft. Wat er bovendien doorheen fietst, is dat in het nieuwe verdeelmodel van het rijk sommige Zeeuwse gemeenten er op achteruit gaan, terwijl anderen in de regio er op vooruit gaan. Dat heeft druk gezet op de afspraken over solidariteit. De regio bekijkt nu of voor volgend jaar elementen van het zogeheten profijtbeginsel kunnen worden ingebouwd.

Eerste lessen
Dat blijkt uit een inventarisatie van de manieren waarop de regionale samenwerking op het gebied van 3D vorm heeft gekregen. De inventarisatie is gemaakt door Ard Schilder en Yvette Raets van Think Public Advies in opdracht van Binnenlandse Zaken. In de handreiking Regionale risicoverevening: Eerste lessen brengen ze de in zwang zijnde modellen voor verdeling van kosten en risico’s in beeld.

Differentiatie
De onderzoekers stuitten op veel differentiatie tussen de regio’s: de reikwijdte van gezamenlijke inkoop, wel of geen onderlinge verrekening, één- of meerjarige afspraken. Ondanks de grote variëteit, zijn drie basissmaken te ontwaren. Aan de ene kant een kosten- en risicoverdeling gebaseerd op solidariteit en aan de andere kant het model gebaseerd op het zogeheten profijtbeginsel – zeg maar, volgens het principe van de vervuiler betaalt. Daartussenin zit nog een mengvorm.

Achteraf afrekenen
Bij het profijtbeginsel worden de risico’s en onzekerheden niet verevend tussen de samenwerkende gemeenten. Er is weinig tot geen solidariteit en elke individuele gemeente draagt de kosten en onzekerheden in het zorggebruik van de eigen inwoners: het zorggebruik wordt gezien als de eigen verantwoordelijkheid van iedere gemeente. Bij een gezamenlijke inkoop wordt vooraf een bijdrage vastgesteld op basis van het geschat verbruik en vindt de afrekening achteraf plaats. In de regio’s Zuid-Limburg en Zaanstreek-Waterland wordt bijvoorbeeld op deze manier gewerkt.

Zorgafname
In onder andere Zeeland en Noordoost-Brabant wordt juist samengewerkt volgens het solidariteitsmodel. Het garanderen van goede jeugdzorg wordt er als een gedeelde verantwoordelijkheid gezien. De gemeenten dragen de risico’s gezamenlijk, waarbij iedere gemeente als het ware een vaste verzekeringspremie afdraagt aan de regio, die de zorg namens alle gemeenten inkoopt. De omvang van de premie wordt gekozen op basis van een vaste verdeelmaatstaf, meestal het aantal inwoners of het aantal jongeren. Positieve en negatieve uitschieters in daadwerkelijke zorgafname tussen gemeenten worden tegen elkaar weggestreept. En wanneer de totale zorgkosten boven het gezamenlijke budget uitstijgen, worden de meerkosten naar rato van de vaste verdeelmaatstaf omgeslagen.

Tijdsdruk
De gekozen samenwerkingsvormen zijn volgens Schilder niet de eindmodellen. Ondanks het feit dat veel gemeenten de afspraken voor dit jaar onder tijdsdruk hebben moeten maken, verwacht hij niet dat het beeld er volgend jaar al veel anders zal uitzien. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste onderzochte gemeenten in de basis vasthouden aan het gekozen model. ‘Er zijn wel aanpassingen, maar dat betreft relatief kleine verschuivingen’, zegt hij.

Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nr. 13 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Roel Korsmit (partner Adlasz) op
Ik deel de mening van Frits. Aanvullend daarop het volgende. Gemeenten worden gestimuleerd tot een integrale benadering van de 3D's. Een integrale financiering hoort daar bij! Gelukkig wordt dit bevestigd door de financiering van het Rijk in het Gemeentefonds. Een onderdeel daaruit halen is onlogisch. Zeker omdat de preventieve maatregelen niet alleen voor de Jeugd gelden, maar ook voor de andere domeinen. Solidariteit kan pas werken als elke gemeente fezelfde benadering kiest. Maar dat is nu net niet de bedoeling van de decentralisaties. De essentie is dat elke gemeente hier zelf invulling aan geeft! De financiering maakt daar ongedeeld onderdeel van uit.
Door Frits van Vugt (adviseur en onderzoeker sociaal domein) op
Het solidariteitsbeginsel klinkt heel mooi, maar zal het op den duur afleggen tegen het 'eigen-broek-ophouden'-model (klinkt beter dan profijtmodel, want er is geen sprake van profijt, alleen van anders te verdelen kosten).
Omdat gemeenten dan het meest geprikkeld worden om een effectieve preventie, en betere 0e en1e lijn te hebben. Bovendien betalen andere gemeenten toch ook niet mee als de ene plotseling hogere bijstandsuitgaven heeft.
Via het solidariteitsmodel kunnen wethouders altijd verwijzen naar anderen, als het spaak loopt - ipv het zelf goed te regelen. Nadeel is ook dat men wantrouwend tegenover elkaar staat (net als in Zeeland nu) omdat men denkt dat de andere het minder goed doet. Kortom zgn. solidariteit leidt tot wantrouwen en calculerend gedrag, en dat hebben we nou net niet nodig.
Bovendien willen gemeenten schuiven tussen de kosten tussen de 3D's: als het bij de participatiewet niet goed loopt, wil men dat kunnen compenseren met een stringenter inkoopbeleid/ toegang in bijv de jeugdzorg. Dat vervalt als de jeugdzorgkosten door de regio worden bepaald.