of 59108 LinkedIn

Vrij baan voor uitbreiding kansrijke bedrijventerreinen

Elk jaar moet er 400 miljoen euro worden geïnvesteerd in de regio’s. Dat is het advies van een speciale commissie onder leiding van de Tilburgse PvdA-burgemeester Peter Noordanus. Het rijk zou een kwart moeten inbrengen, provincies en gemeenten samen ook en het bedrijfsleven en de kennisinstellingen samen 200 miljoen euro.

Elk jaar moet er 400 miljoen euro worden geïnvesteerd in de regio’s. Rijk, provincies, gemeenten en het bedrijfsleven moeten gezamenlijk zo’n fonds voeden. Voorwaarde is wel dat er extra hectaren bedrijventerreinen kunnen komen daar waar economische kansen liggen.

Dat is het advies van een speciale commissie onder leiding van de Tilburgse PvdA-burgemeester Peter Noordanus. Het rijk zou een kwart moeten inbrengen, provincies en gemeenten samen ook en het bedrijfsleven en de kennisinstellingen samen 200 miljoen euro. Met dat geld is een investeringsimpuls mogelijk voor wat de commissie ‘de ecosystemen van toonaangevende clusters’ noemt. Regionale ontwikkelingsmaatschappijen zouden de ruimte moeten krijgen om door de Staat gegarandeerde achtergestelde leningen ter beschikking te stellen.

Economische kansen
De expert-commissie, met daarin onder andere ook IPO-directeur Henry Meijdam, hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw en oud-staatssecretaris Co Verdaas, vindt dat het urgentiebesef over waarmee Nederland in de toekomst haar geld verdient, momenteel ontbreekt. Zeker op rijksniveau is er weinig oog voor de ontwikkeling van het regionale verdienvermogen: in het nationale topsectorenbeleid ontbreekt die dimensie vrijwel volledig. ‘Het ruimtelijk ordeningsbeleid is meer gericht op regulering en aanbodsturing dan op economische kansen stimuleren en ruimtelijke faciliteren’, aldus de commissie die in het leven was geroepen door de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland.

Soepel samenwerken
Om het nationale verdienvermogen veilig te stellen is het noodzakelijk het verdienvermogen van de regio's te vergroten, zo is de overtuiging van de commissie. Er moet niet uitsluitend worden gekeken naar topsectoren, maar naar een kruising tussen topsectoren en kansrijke regio’s. Dat zijn regio’s waar randvoorwaarden voor ontwikkeling van bedrijven aanwezig zijn, zoals talent, toegang tot technologie, beschikbaarheid van start- en doorgroeikapitaal, fysieke vestigingscondities en waar bedrijven, kennisinstellingen en overheden soepel samenwerken. En daar moet dan volop geïnvesteerd kunnen worden.

Versnellingsagenda
Een regionaal economische versnellingsagenda en een versterking van het ‘breed’ fysiek vestigingsklimaat moet dat mogelijk maken. Kernpunt is dat vooral goed naar de regionale kansen wordt gekeken. Daarop moeten de investeringen worden gepland. De huidige aanbodgerichte en vooral kwantitatief ingestoken bedrijventerreinplanning wordt dan losgelaten. ‘De tijd van hectaren-discussies moet voorbij zijn’, aldus de commissie. Economische kansen zijn voortaan leidend.

Tegelijkertijd moet er wel ook worden geschrapt in het teveel aan capaciteit voor bedrijventerreinen en kantoren. Om die reden blijft het ‘kader’ van een kwantitatief programma noodzakelijk om ‘niet alleen met het hoofd in de wolken te lopen.’ Maar dat is wat anders dan de strakke provinciale omgevingsvisies die nu als kaders worden gegeven.

De provincie verdwijnt sowieso meer naar de achtergrond: het rijk krijgt straks een plaats aan tafel om samen met de regio’s een nationale kansenkaart te tekenen.

Sloop elders
Ook de Ladder van Duurzame Verstedelijking als sturingsinstrument kan worden opgeborgen. Vanuit de noodzaak het regionale verdienvermogen te vergroten, vindt de commissie die Ladder niet meer van deze tijd. Dat instrument gaat immers uit van het principe ‘nee, mits’; dat wil zeggen alleen ruimte geven voor een nieuw bedrijventerrein als het niet anders kan. Dat principe wordt ingeruild voor een Ladder voor Economische Groeikracht (en Duurzame Verstedelijking) met als uitgangspunt 'ja, mits'. Het 'mits' betreft dan het treffen van compenserende maatregelen voor de natuur of maatschappij. Als extra randvoorwaarden kunnen bijvoorbeeld worden meegegeven dat de filedruk niet fors mag groeien, dat het totale areaal bedrijventerreinen niet mag toenemen of dat ontwikkeling op de ene plaats gepaard moet gaan met sloop elders.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.