of 59221 LinkedIn

Verkoop gronden in de lift

De door de gemeenten aan het CBS doorgegeven cijfers laten een goed eerste half jaar zien op het gebied van grondexploitaties. Zowel om het gebied van niet-bedrijventerreinen (wonen) en fysieke bedrijfsinfrastructuur is er sprake van baten die de lasten overstijgen. Dat blijkt uit de rapportage Financiële gegevens bouwgrondexploitaties van hoogleraar Willem Korthals Altes van de Technische Universiteit Delft.

De opbrengsten van de grondverkopen van gemeenten zijn in 2016 voor het derde opeenvolgende jaar gestegen. Die positieve trend zet zich ook dit jaar door. 

De door de gemeenten aan het CBS doorgegeven cijfers laten een goed eerste half jaar zien op het gebied van grondexploitaties. Zowel om het gebied van niet-bedrijventerreinen (wonen) en fysieke bedrijfsinfrastructuur is er sprake van baten die de lasten overstijgen. Dat blijkt uit de rapportage Financiële gegevens bouwgrondexploitaties van hoogleraar Willem Korthals Altes van de Technische Universiteit Delft.

Licht hoger

Vorig jaar was er sprake van een stijging van 13 procent ten opzichte van de verkoop in 2015. Het in 2016 geboekte resultaat van grondexploitaties was 390 miljoen euro positief. Hoewel het resultaat van 321 miljoen euro over de eerste zes maanden van dit jaar de voorbode lijkt te zijn van een resultaat dat het resultaat van 2016 ruim zal overtreffen, hoeft dat volgens Korthals Altes niet het geval te zijn. Het resultaat is maar licht hoger dan dat van het tweede kwartaal van 2016.

Voorzichtiger

Wat Korthals Altes opvalt is dat gemeenten voorzichtiger zijn geworden met het waarderen van toekomstige grondopbrengsten. Dat voorzichtiger omgaan met het in de boeken opnemen van onzekere toekomstige opbrengsten sluit volgens hem aan bij beleid dat er op is gericht om minder risico’s te nemen met grondexploitaties.

 

Grote verschillen

Uit zijn inventarisatie komen grote verschillen tussen gemeenten en provincies aan het licht. Vooral gemeenten in de noordelijke provincies, Limburg en Zeeland laten nog tekorten zien die niet worden gecompenseerd door positieve resultaten elders in de provincie. Opmerkelijk is dat de uitkomsten in vrijwel alle provincies op het gebied van de niet-bedrijventerreinen positief zijn. Wat betreft fysieke bedrijfsinfrastructuur is er sprake van een nog grotere concentratie van activiteiten in Noord-Brabant, Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Dat komt volgens Korthals Altes waarschijnlijk omdat in de diensteneconomie veel grondexploitaties voor bedrijvigheid betrekking hebben op locaties waar ook andere functies – zoals wonen – te vinden zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Zuidas in Amsterdam en veel stationslocaties. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Afbeelding