of 59236 LinkedIn

Toename bureaucratie EU-subsidies

De verantwoordingslasten voor de bijdragen aan het MKB uit Brussel zijn verschoven naar de uitvoerders van de programma’s: de decentrale overheden.

De administratieve lasten bij Europese steunaanvragen nemen voor gemeenten eerder toe dan af. Met name aan de verantwoording over de besteding van de subsidiegelden stelt Brussel hogere eisen.

Behoud structuurfondsen
Hoofdinzet bij de lobby van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) richting Europa was behoud van de structuurfondsen. Dat is gelukt. De tweede inzet, reductie van de administratieve lasten, had geen resultaat. In de strijd om het al dan niet laten voortbestaan van de structuurfondsen waren rijk en decentrale overheden elkaars tegenstander. Wel trokken ze samen op om de bureaucratie terug te dringen die gepaard gaat met het verwerven en vooral het achteraf verantwoorden van Europese subsidies

Extra werk voor gemeenten
‘Helaas’, verzucht Bas van den Barg. ‘Geen succes.’ Eerder nog ziet hij een toename van de administratieve lasten. De verantwoordingslasten voor de bijdragen aan midden- en kleinbedrijf uit Brussel zijn verschoven van de eindontvanger naar de uitvoerders van de programma’s: de decentrale overheden. ‘Die krijgen er extra werk bij’, zegt de VNG-beleidsmedewerker Europese Zaken.

Verantwoording lastiger
Verder wordt de verantwoording lastiger omdat overheden de meerwaarde van het cohesiebeleid moeten aantonen. Daarvoor wordt een systeem ontwikkeld met indicatoren aan de hand waarvan effecten van de investeringen duidelijk kunnen worden aangetoond. ‘Let wel, over tien jaar dus. In 2023 moet je kunnen aangeven wat de effecten van de ontvangen EU-subsidies. Dat is uiteraard nooit zonneklaar. Natuurlijk is verantwoording over de bestedingen goed. Ik bedoel, in de huidige periode is het vooral vrijheid, blijheid. Als je de bonnetjes maar bewaart, en die kan overleggen, dan hoef je je geen zorgen te maken. Maar nu slaat het door in dat we moeten aantonen wat de investeringen opleveren. Vaak spelen factoren mee die je niet in de hand hebt. Daarbij komt dat de outcome van dat kleine beetje geld dat we in Nederland uit Brussel ontvangen nauwelijks te meten is. Ja, wel in Polen waar 80 procent van de overheidsinvesteringen uit Brussels geld bestaat. Maar als dat, zoals in Nederland, minder dan 1 procent bedraagt, is dat zo goed als onmogelijk,’ zegt Van den Barg.

Tussenmeting
Ter verhoging van deze administratieve feestvreugde komt er in 2018 – op speciaal verzoek van nettobetalers als Nederland – een tussenmeting. Om aan te tonen of je als regio wel op de goede weg bent met het behalen van je doelen. Aan de hand daarvan wordt bepaald of je in 2019 nog wel EU-geld krijgt uitgekeerd. Ook op dat vlak slaat Brussel door, vindt Van den Barg. ‘Dat is lastig met innovatieprojecten. Die moeten ook kunnen mislukken. Je probeert wat immers. Anders is het geen innovatie.’

Niet eenvoudig
Eenvoudiger wordt het er tenslotte niet op door de aanvullende eis om subsidie­projecten meer crosssectoraal, tripartitiet en over de landsgrenzen heen te organiseren. De bedoeling daarvan is dat topregio’s op hun specialisme in ontwikkeling zijnde centra’s elders in Europa ‘meevragen’.

Lees meer over staatssteun in de Europa-special van BB nr. 23.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Afbeelding