of 59045 LinkedIn

Schuldenlast gemeenten wordt dingetje

Bij gemeenten die voor een aanvullende uitkering aankloppen bij het rijk dient ook te worden gekeken naar hun schuldenlast. Die moet meewegen bij het vaststellen van de omvang van de benodigde steun. Dat is het advies van de Raad voor financiële verhoudingen (Rfv) aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken

Bij gemeenten die voor een aanvullende uitkering aankloppen bij het rijk dient ook te worden gekeken naar hun schuldenlast. De financiële vermogenspositie moet meewegen bij het vaststellen van de omvang van de benodigde steun.

Grondexploitatie

Dat is het advies van de Raad voor financiële verhoudingen (Rfv) aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken inzake het opstellen van nieuwe kaders voor het verlenen van financiële steun aan armlastige gemeenten. Binnenlandse Zaken werkt aan een nieuwe handleiding voor zogeheten artikel 12-aanvragen. De belangrijkste wijziging van die handleiding houdt verband met de verplichte set van financiële kengetallen die gemeenten (en provincies) moeten opnemen in hun begroting en jaarrekening. Dat betreft onder andere de netto schuldquote, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit.

 

Beter inzicht in financiële positie

In de nieuwe handleiding is opgenomen dat deze informatie voortaan ook relevant zal zijn voor het onderzoek dat de rijksinspecteur doet in verband met de beoordeling of een gemeente in aanmerking komt voor een aanvullende uitkering. De kengetallen helpen volgens de Rfv de artikel 12-inspecteur wel om gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van gemeenten, maar daarmee is niet gezegd dat ze goed aansluiten bij de beoordeling van de benodigde aanvullende steun. Uit de handleiding valt namelijk niet op te maken hoe de kengetallen kunnen bijdrage aan het bepalen van die omvang. ‘Een artikel 12 inspecteur kijkt al naar de schuldpositie, grondexploitatie, belastingcapaciteit etc. Onvoldoende duidelijk wordt wat nu de meerwaarde is van het betrekken van de kengetallen voor het onderzoek dat de inspecteur doet in verband met de beoordeling of een gemeente in aanmerking komt voor een aanvullende uitkering.’

 

Aanvullende steun

De Raad vindt het een goede zaak dat de kengetallen ook worden betrokken bij het onderzoek dat de rijksinspecteur doet in verband met de beoordeling of een gemeente in aanmerking komt voor een aanvullende uitkering. De kengetallen an sich bieden volgens de Raad echter geen basis voor het vaststellen van de omvang van de benodigde aanvullende steun.

 

Achterstallig onderhoud

Eerder al adviseerde de Rfv Plasterk om bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente, breder te kijken dan het criterium van een structureel en reëel evenwicht van de gemeentebegroting en daarbij ook de schuldenlast bij te betrekken. ‘De schuldenlast bepaalt immers in hoge mate de wendbaarheid en weerbaarheid van een gemeente om toekomstige tegenvallers op te vangen’, aldus de Raad. Daarom vindt de Raad dat bij de beoordeling van de benodigde aanvullende steun ook rekening wordt gehouden met de financiële vermogenspositie, met name de schuldquote van de gemeente, zoals die in de kengetallen tot uitdrukking komt. Een gemeente met bijvoorbeeld een groot tekort, maar weinig schulden kan wellicht een deel van bijvoorbeeld het achterstallig onderhoud zelf oplossen door geld te lenen.

 

Norm vastleggen

De Raad vind dat louter kengetallen niets zeggen. Daaraan moet een (vastgelegde) norm worden verbonden en die in samenhang bezien om een oordeel te kunnen geven over de financiële positie van de gemeente. In de nieuwe handleiding artikel 12 staat echter niets over zo’n norm. De Rfv dringt er in haar advies bij de minister op aan die op te nemen, zodat bij het vaststellen van de benodigde steun straks ook rekening kan worden gehouden met de schuldenlast van de gemeente.

 

Waarschuwen en aansporen

De kengetallen, die met ingang van 2016 van kracht worden, moeten het inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaarheid en wendbaarheid van de gemeente vergroten. Vooral voor de gemeenteraad en de provinciale toezichthouder is dat inzicht relevant. De wijze waarop Gelderland daar onlangs invulling aan heeft gegeven – de provincie deelde op basis van een check op de kengetallen zes zware onvoldoendes uit –  is volgens de Rfv een goede aanzet: ‘Het gaat ook om het waarschuwen en aansporen van gemeenten om tijdig de nodige maatregelen te nemen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door bezorgde burger (nvt) op
‘voorkomen is beter dan genezen’

Wanneer gaat het financiële toezicht zorg dragen dat voorkomen wordt dat een gemeente de artikel 12 status krijgt of dat problemen naar volgende generaties worden doorgeschoven?

Vraag: bieden de artikelen 203-211 van de Gemeentewet voldoende uitkomst voor de toezichthouder?

Casus:
* als een gemeente een hoge en stijgende schuldenlast laat zien in de laatste jaarverslagen, de begroting en meerjarenraming en
* als die gemeente (structurele) kosten niet in de meerjarenraming opneemt omdat financiële dekking nog niet gevonden is, bovendien incidentele, kwestieuze financiering zoekt om de begroting sluitend te maken en vervolgens stelt dat de begroting en meerjarenraming sluitend is, en
* als die gemeente op de balans posten heeft opgenomen die risicovol zijn, zoals hoge boekwaarden van grondposities of als deze niet zichtbaar zijn omdat ze in deelnemingen (pps-en) zitten opgesloten,

Antwoord: NEE
Door H. Wiersma (gepens.) op
Het lijkt me niet overbodig om daar ook een gemiddeld voorzieningenniveau en het tarievenbeleid bij te betrekken.
Door Henk Bakker (zelfstandig financieel adviseur.) op
Het kan toch niet zo zijn dat de gemeente met een groot tekort en maar weinig schulden dan maar moeten lenen? Dan komt de rente van die lening alsnog in een volgend jaar bovenop het bestaande tekort en wordt het tekort dus nog groter. In bedrijfseconomisch opzicht kan dit gewoon niet!
Door eva (ambtenaar) op
Beste redactie,
'Schuldenlast gemeente wordt dingetje', seriously? Awkward!
Gebruik eens normaal Nederlands in een normaal artikel. Anders voel ik me genoodzaakt ook met infantiele taal te reageren.