of 59045 LinkedIn

Scherper toezicht op 3D

Volegns Arno Visser, lid van de Algemene Rekenkamer, zullen de provincies in hun rol als toezichthouder op de gemeentefinanciën een slag moeten maken.

De Algemene Rekenkamer wil dat het ministerie van Binnenlandse Zaken het toezicht op de gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugd, werk en zorg beter organiseert.

Tot het rijk de zogeheten 3D-taken overhevelde naar de gemeenten controleerde de Algemene Rekenkamer de uitvoering ervan. Nu de taken per 1 januari niet langer bij het rijk liggen, gaat de Algemene Rekenkamer er niet meer over. De verantwoordelijkheid voor de controle op de uitgaven ligt bij respectievelijk de gemeenteraden, de lokale rekenkamers en de provincies als toezichthouders op de gemeentefinanciën. Volgens Arno Visser, lid van de Algemene Rekenkamer, ligt de verantwoordelijkheid dan precies waar deze hoort te liggen. ‘Het is alleen nog niet sluitend geregeld. En dat hoort wel het geval te zijn, want anders is er geen goed zicht op de 10 miljard euro die in het kader van de decentralisaties van het rijk naar de gemeenten is gegaan’, aldus Visser.

Zo moet onder andere nog helder worden aan wie de diverse (rijks)inspecties rapporteren. Ze deden dat altijd aan de minister, maar omdat die er niet meer over gaat, dienen de resultaten van het inspectiewerk een andere ontvanger te krijgen.

Rol provincies
Volgens Visser zullen ook de provincies in hun rol als toezichthouder op de gemeentefinanciën een slag moeten maken. ‘De gemeenten hebben er per 1 januari 2015 veel taken en veel geld bijgekregen. Wil je als toezichthouder de omvangrijkere en complexere gemeentelijke begrotingen en verantwoordingen doorgronden, dan zijn extra inspanningen nodig’, zegt hij. ‘De risico’s nemen navenant ook toe.’

Als een soort nulmeting heeft de Algemene Rekenkamer aan de vooravond van de decentralisaties al een eerste scan uitgevoerd aangaande de aard en omvang van en verschillen in het provinciaal toezicht. Het is volgens hem zeker niet de bedoeling dat de Algemene Rekenkamer de provincies gaat controleren, maar wel om na te gaan of en hoe ze acteren nu de omstandigheden zijn gewijzigd. Bijvoorbeeld wanneer door de provincie wel of niet wordt overgegaan tot het onder verscherpt toezicht plaatsen van gemeenten.

Doel is inzicht te krijgen en van de analyses te leren. ‘Nogmaals, als het rijk de taken in het sociaal domein zou uitvoeren, dan zijn wij als Algemene Rekenkamer het sluitstuk. Een nieuwe vorm van toezicht is nodig die ook totaal-inzicht geeft’, zegt hij. In datzelfde licht past het streven van de Algemene Rekenkamer de eerste drie jaar te gaan samenwerken met de lokale rekenkamers. Met twaalf rekenkamers – in elke provincie één – is de Algemene Rekenkamer het gesprek aangegaan met als doel samen onderzoeken op te zetten op het terrein van de gedecentraliseerde taken. ‘Om op die manier de rekenkamers in hun kracht te zetten’, legt Visser uit. Zijn ervaring is dat er een grote diversiteit aan rekenkamers is, van hele actieve en wakkere tot de zogeheten slaaprekenkamers waar weinig tot niets gebeurt. Bekend is ook dat op veel rekenkamers wordt bezuinigd, met Arnhem als meest schrijnende voorbeeld. Daar halveerde de gemeenteraad het budget. ‘Omdat dat ook de minister van Binnenlandse Zaken zorgen baart, komt die nog deze zomer met een plan’, zegt Visser.

Autonomie
Onderdeel van het ‘hulpaanbod’ aan de lokale rekenkamers is het opzetten van een joint-audit: een samenwerkingsprogramma om te komen tot een onderlinge vergelijking van een aantal gemeenten op 3D-gebied. Handig daarbij is als de gemeenten een ‘eenheidstaal’ gaan spreken. Daarmee bedoelt Arno Visser dat ze dezelfde definities gaan hanteren, bijvoorbeeld wat precies onder zwerfjongeren of vormen van dienstverlening in de zorg wordt verstaan. Dat maakt onder meer het onderling vergelijken van effecten van beleid mogelijk. In dat kader heeft de Algemene Rekenkamer sessies belegd met onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Uiteindelijk moet het ministerie van Binnenlandse Zaken daarin volgens hem het voortouw nemen en nieuwe richtlijnen laten opnemen in de BBV, de begrotings- en verantwoordingsregels voor decentrale overheden.

Visser: ‘Het is niet zo dat dit ten koste gaat van de autonomie van gemeenten. Die autonomie zit namelijk in de inhoud van beleid, niet in de manier waarop de verslaglegging moet geschieden. Je moet gewoon dezelfde taal spreken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens) op
Op zichzelf heeft Visser natuurlijk groot gelijk. Het klinkt echter een beetje 'als mosterd na de maaltijd'. Feitelijk hadden de (aangepaste) procedures en afspraken over de controle er per 1 januari 2015 al moeten zijn. Het gehele proces vertoont nu de kenmerken van een veel te traag opererende (Rijks)overheid met een slechte coördinatie van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken en de VNG (slecht samenwerken heet dat).
Door Alfred op
De AR moet geloof ik nog doorkrijgen wat decentralisatie betekent.

En: ‘De risico’s nemen navenant ook toe.’ Waar was de AR toen Rijk/provincies jeugdzorg nog deden, al die jaren? Het lukt beide partijen al niet/nauwelijks om consistente informatie over iets basaals als aantallen clienten te leveren.
Door Vraagje op
Kunt iemand de bron van dit bericht (het onderzoek) achterhalen. Zoeken bij Rekenkamer lever geen resultaat,
Door Vraagje op
Kunt iemand de bron van dit bericht (het onderzoek) achterhalen. Zoeken bij Rekenkamer lever geen resultaat,