of 59183 LinkedIn

Rfv: Stop afromen ozb-inkomsten

Het advies om af te zien van het afromen de ozb-inkomsten is afkomstig van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv). In het rapport Economisch omgaan met financiële verhoudingen zet de raad uiteen waarom dat de afroming suboptimaal is, zeker wanneer een volgend kabinet inzet op een verruiming van het lokaal belastinggebied.

Het rijk zou moeten stoppen met het korten van gemeenten die door een waardestijging van woningen meer aan onroerendezaakbelasting (ozb) binnen krijgen. Nu wordt die stijging in belangrijke mate afgeroomd door een verlaging van de algemene uitkering.

Economisch beleid
Het advies om af te zien van het afromen de ozb-inkomsten is afkomstig van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv). In het rapport Economisch omgaan met financiële verhoudingen zet de raad uiteen waarom dat de afroming suboptimaal is, zeker wanneer een volgend kabinet inzet op een verruiming van het lokaal belastinggebied. Voor het economisch beleid heeft het vergroten van het eigen belastinggebied meer effect als de wijze waarop de belastingcapaciteit via het gemeentefonds wordt verevend tegelijk wordt aangepast. De waardestijging van ozb wordt nu grotendeels afgeroomd door het verdeelmechanisme van de algemene uitkering en dit remt volgens de Rfv de gewenste ontwikkeling. Want zoals het nu is geregeld leidt een hogere waarde van onroerende zaken als gevolg van een geslaagd economisch beleid tot een lagere algemene uitkering.

Verbeteren effectiviteit
Wat de Rfv betreft wordt er via het gemeentefonds minder verevend en wordt er meer verschil toegestaan. Zo kan met name verevening van kosten voor collectieve taken in het fysieke deel van het gemeentelijk takenpakket worden beperkt. Ter verbetering van de effectiviteit van het beleid moet volgens de Raad worden geprobeerd een evenwicht te bereiken tussen inspanningen en opbrengsten. ’Dit kan door gemeenten meer te laten profiteren van hun inspanningen die leiden tot waardestijging van de onroerende zaken’, aldus de Rfv.

Vruchten plukken
Dat kan worden bereikt door de verevening van de belastingcapaciteit in de verdeling van de algemene uitkering zo in te richten dat waardestijgingen pas met vertraging tot een lagere uitkering leiden. Gemeenten profiteren dan langer van de waardeontwikkeling van het onroerend goed. ‘Dat zet gemeenten aan om investeringen die tot hogere WOZ-waarden leiden ook uit de eigen belastingopbrengst te bekostigen. Omdat ze ook de vruchten van hun investeringen mogen plukken, vergroot dit de bereidheid om meer te investeren en meer resultaat te bereiken in economische kracht, werkgelegenheid, sociale structuur van een gebied’, aldus de Rfv.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Henk Donkers op
Ik ben een beetje bang dat H. Wiersma het niet helemaal begrepen heeft. De korting is gewoon een objectieve berekening van de WOZ waarde in relatie tot de Algemene uitkering. Het heeft helemaal niets te maken met gemeenten die zich niet aan de landelijke spelregel houden (dat is er namelijk niet één) of een financiële sanctie. het is gewoon een onderdeel van de afgesproken rekenmethode, en ja, daar kun je over praten.
Door H. Wiersma (gepens.) op
Een wel heel wonderlijke stellingname van de Rfv. Gemeenten hebben maar een zeer beperkte invloed op de waardestijging van onroerend. Van invloed zijn vooral de ligging en de beschikbare werkgelegenheid van/in gemeenten. Gemeenten behoren zich gewoon te houden aan de landelijke spelregels voor de OZB. Wie dat niet doet krijgt terecht te maken met financiële sancties.
Door Rboe (gemeenteambt) op
@Henk niet helemaal. Vergeet niet dat de rekentarieven gecorrigeerd worden voor inflatie. Het nieuwe rekentarief (zie meicirculaire 2017) wordt gecorrigeerd met de inflatie in 2016, zoals dat door het CPB is vastgesteld op 0,9%. Waarmee de overheid de gemeenten verplicht de belastingen ten minste met dit percentage te verhogen willen ze er niet op achteruit gaan.
Door Henk Donkers op
Ik heb altijd begrepen dat de hogere WOZ waarde tot uitdrukking komt in een lager rekentarief. En dat strookt met het feit dat dit voor 2017 inderdaad verlaagd is tov 2017.
En ik heb ook altijd begrepen dat de omvang van het gemeentefonds door de eigen balastingcapaciteit niet verlaagd is maar dat het alleen een verdeeleffect heeft.
Door Gerber van Nijendaal (pv. secretaris Rob-Rfv) op
De reactie van de heer Scheerder is begrijpelijk. De Rfv bepleit ook niet het stoppen met de verevening van de OZB-capaciteit maar pleit voor een meer genuanceerde wijze van afroming van de waardestijging van de OZB-capaciteit. De Raad nuanceert in zijn advies juist ook de betekenis van het decentraal voor de economische ontwikkelingen in het land. Een eenzijdige oriëntatie binnen de financiële verhoudingen op de economische opgaven leidt daarbij al snel tot een overschatting van het economisch belang van decentrale overheden voor de economische ontwikkeling en het doet afbreuk aan het brede maatschappelijke takkenpakket dat gemeenten en provincies hebben.
Door f. Scheerder (controller) op
Destijds is de OZB-capaciteit als verdeelmaatstaf in het Gemeentefonds opgenomen op basis van het derde aspiratieniveau van prof. Goedhart (gemeenten in staat te stellen een gelijkwaardig voorzieningenniveau te realiseren bij een gelijke belastingdruk). Een (gedeeltelijke) verevening van de OZB-capaciteit was uit dit oogpunt dus wenselijk. Gemeenten met een hoge OZB-capaciteit (zoals bijvoorbeeld Wassenaar) worden meer gekort in het Gemeentefonds, maar zijn ook in staat om meer OZB-opbrengsten te ontvangen. Deze hogere OZB-capaciteit is - zeker niet in alle gevallen - zozeer toe te schrijven aan het eigen gemeentelijke economische beleid, maar eerder de natuurlijke omgeving en ligging dichtbij bij grotere steden. Het is ook maar de vraag in hoeverre gemeenten een grote bijdrage kunnen leveren aan het economisch klimaat in zijn algemeenheid. De economische ontwikkeling moet m.i. toch vooral op macroniveau worden beschouwd. En als gemeenten op zekere hoogte wel in staat zijn het economisch klimaat binnen de gemeente of regio te beïnvloeden, is het maar de vraag of je deze gemeenten hiervoor moet belonen en dus de gemeenten die door exogene factoren (o.a. ligging, infrastructuur, opleidingsniveau bevolking e.d.) daartoe minder in staat zijn, daarvoor moet 'straffen'. Het risico bestaat dat er een grotere tweedeling tussen de gemeenten gaan ontstaan (rijke en arme gemeenten). Lijkt mij allerminst wenselijk, ook al zou dit wellicht economisch gezien optimaler zijn.