De Zuidelijke Rekenkamer noemt behalve de verkoopprijs geen bedragen maar constateert wel dat het bod van Waterland ver onder de richtprijs was. Uit verslagen van aandeelhoudersvergaderingen blijkt dat betrokken gemeenten geen overhaaste beslissingen wilden nemen en dat ook Attero de bedrijfsvoering eerst op orde wilden maken. Het waren vooral de provinciale aandeelhouders die niet meer wilden wachten op uitstel.

Tunnel
De onderzoekers constateren dat het verkoopproces in een tunnel is terechtgekomen zoals gemeenten vreesden. ,'In de laatste fase is niet meer overwogen om de verkoop af te blazen. Vanuit financieel oogpunt was het niet ondenkbaar geweest om de verkoop uit te stellen om te kijken hoe de markt zich zou ontwikkelen’, aldus een van de conclusies.

Context

De Zuidelijke Rekenkamer deed onderzoek op verzoek van Provinciale Staten van Noord-Brabant en Limburg, twee prominente aandeelhouders. Een andere conclusie is dat beide Provinciale Staten onvoldoende betrokken zijn geweest bij het verkoopproces. Nadat in een voorgaande bestuursperiode was besloten tot verkoop kreeg de politiek pas in 2014 weer de kans op een oordeel terwijl de context compleet was veranderd.

Aandeelhouders

De Brabantse gedeputeerde Bert Pauli die de verkoop namens de overheid leidde, zegt dat alle aandeelhouders de kans hebben gehad om het bod van Waterland af te wijzen. 'Er zijn geen overhaaste beslissingen genomen', laat hij een reactie weten.