of 59183 LinkedIn

Minimumnorm zorg leidt tot kaalslag

Uiteindelijk resultaat van die verlaging van het voorzieningenniveau is dat geen hulpbehoevende burger straks tevreden is over het zorgaanbod. Voor dat kaalslag-scenario waarschuwt de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) in haar meest recente rapport Geld (om te) zorgen. Illustratief is volgens de raad wat er de afgelopen jaren op dat vlak is gebeurd met de huishoudelijke hulp.

De decentralisatie van de taken op het gebied van jeugd, werk en zorg dreigt te mislukken als het rijk vasthoudt aan ingrepen van bovenaf en het opleggen van minimumnormen. Dat leidt slechts tot uniforme versobering van voorzieningen.

Rfv: rijk moet gemeenten hun gang laten gaan

Uiteindelijk resultaat van die verlaging van het voorzieningenniveau is dat geen hulpbehoevende burger straks tevreden is over het zorgaanbod. Voor dat kaalslag-scenario waarschuwt de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) in haar meest recente rapport Geld (om te) zorgen. Illustratief is volgens de raad wat er de afgelopen jaren op dat vlak is gebeurd met de huishoudelijke hulp.

Het bovenaf beïnvloeden van het lokale beleid staat volgens de adviesraad haaks op de mate van beleidsvrijheid die gemeenten nodig hebben om lokaal de beste oplossingen vorm te geven. Als de landelijke politiek – ondanks het risico van het mislukken van de decentralisaties – de uitkomsten van het lokaal beleid toch wil blijven bepalen en prikkels voor het behalen van beleidsdoelen wil stimuleren, dan hoort daar volgens de Rfv een andere financiering bij, namelijk een specifieke uitkering sociaal domein. Daarbij draagt het rijk dan ook het financiële risico. Voor alle duidelijkheid: zo’n bekostigingswijze is niet wat de Rfv voorstaat, het sluit alleen beter aan bij een stelsel waarin gemeenten voornamelijk een uitvoeringsloket zijn van landelijk beleid.

Veel beter zou het zijn als de landelijke politiek de gemeenten gewoon hun gang laat gaan, incidenten en eventuele grote lokale verschillen in zorgaanbod- en kosten ten spijt. Dat past bij de politieke keuze die bij de decentralisatie gemaakt is. Bovendien is het voorschrijven van minimumnormen en bestedingseisen helemaal niet nodig, vindt de adviesraad: ‘De uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over de huishoudelijke hulp en de jeugdzorg zijn wat dat betreft duidelijk.

Ze laten zien dat de wet zoals die nu is, voldoende voorwaarden biedt voor het borgen van een minimumniveau aan zorg en dat gemeenten zich te houden hebben aan een zorgvuldige beoordelingsproces.’ De Rfv waarschuwt er verder voor de decentralisaties tijd te gunnen om zich uit te kristalliseren. ‘Rust is daarvoor essentieel, qua regelgeving en qua budget. Anders ontstaat overmatig en frequent bijsturen door gemeenten van beleid om ad hoc kosten te besparen.’ Daardoor komt het vertrouwen van burgers in gemeenten onder druk te staan.

In het rapport staat een opvallende beschouwing over de vermeende overschotten of tekorten die gemeenten zouden hebben op het sociaal domein. De vraag of de gemeente toereikende middelen hebben gekregen van het rijk valt volgens de adviesraad slechts indirect te beantwoorden. ‘Binnen het gemeentefonds kan immers niet van ‘tekort’ of ‘overschot’ gesproken worden: gemeenten zijn vrij in de afweging van kosten en baten. Bij stijgende uitgaven voor het sociaal domein zouden ze kunnen besluiten om minder aan fysieke en ruimtelijke taken uit te geven, of om meer belasting te heffen.’

Als na enkele jaren blijkt dat gemeenten toch echt te weinig geld hebben om hun (noodzakelijke) taken uit te voeren, dan staat de landelijke politiek voor de opgave met een structurele oplossing te komen. De keuze is volgens de Rfv dan uit drie opties: een verhoging van het budget voor het gemeentefonds, een andere verdeling van het gemeentefonds – waarbij verschraling op bepaalde terreinen wordt geaccepteerd – of verhoging van de gemeentelijke belastingen zodat gemeenten de ontstane tekorten kunnen dekken.


Potjesdenken
De voorgenomen overheveling van de rijksbudgetten voor het sociaal domein – inclusief de huishoudelijke hulp – naar de vrij besteedbare algemene uitkering moet volgens de Rfv met kracht worden doorgezet. Dat voorkomt ‘potjesdenken’ en ‘biedt rust’. Het budget van de afzonderlijke geldstromen is dan niet meer apart zichtbaar en het budget van een gemeente wordt dan door de gemeenteraad vastgesteld, zonder dat de geldstroom vanuit het rijk onbedoeld normerend werkt. Dan kan ook de discussie over de aanwending van middelen en de afweging van kosten en baten worden gelegd waar die hoort: in de raad, en niet in de Tweede Kamer. Het beoogde jaar van overgang van de integratie-uitkering naar de algemene uitkering was 2018, maar dat wordt op zijn vroegst 2019.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.