of 59236 LinkedIn

‘IJslandse tegoeden niet helemaal weg’

André de Vos 1 reactie
Lagere overheden hebben er weinig vertrouwen in dat ze wat terugzien van hun IJslandse tegoeden. Ten onrechte, vindt de Nederlandse bewindvoerder Marinus Pannevis, die de Nederlandse boedel van Landsbanki beheert.

De gemeente Den Haag gaat uit van het ‘worst case’ scenario. Uit de jaarrekening 2008 blijkt dat al het geld dat in IJsland was uitgezet, tien miljoen euro, als verloren wordt beschouwd. Pijnacker- Nootdorp ziet de IJslandse toekomst een stuk zonniger in. Pijnacker-Nootdorp beschouwt slechts tien procent van de 12 miljoen die in IJsland is weggezet als oninbaar. Noord-Holland (20 procent van 78 miljoen afgeschreven) en Amstelveen (80 procent van 14,9 miljoen) zitten er tussenin.

 

Wellicht dat Pijnacker-Nootdorp erg optimistisch is; Den Haag is veel te pessimistisch. Dat is althans de mening van Marinus Pannevis van DLA Piper, die samen met Henk Sliedrecht in Nederland de boedelafhandeling doet van het Nederlandse Landsbanki-kantoor. De Nederlandse bewindvoerders werden via een noodregeling door de rechtbank benoemd op verzoek van toezichthouder DNB toen Nederlandse spaartegoeden bij Landsbanki en dochter Icesave in gevaar bleken.

 

Pannevis acht het realistisch dat zo’n tachtig procent van de Nederlandse spaartegoeden uit de failliete boedel kan worden betaald. In het slechtste geval is dat veertig procent. ‘Dat zijn de getallen van mijn IJslandse collega’s. Het geld is niet allemaal weg. Er zit nog vrij veel in de boedel bij Landsbanki. Alleen al in Nederland zo’n 600 à 800 miljoen euro aan uitgezette leningen.

 

Hoe het geld wordt verdeeld, hangt er vanaf in welk land en volgens welke wet het faillissement wordt afgehandeld. Gebeurt dat in Nederland, dan zijn spaarders en depositohouders gelijk aan andere crediteuren. Dan zal rond de veertig procent uit de boedel terugkomen bij de spaarders en depositohouders. Gebeurt de afhandeling volgens de IJslandse wet dan is volgens de IJslandse afwikkelaars tachtig procent voor deze beperkte groep waarschijnlijker.’

 

Cruciaal verschil tussen beide landen is dat in IJsland spaarders preferente crediteuren zijn. Zij krijgen dus als eerste hun geld terug. In Nederland geldt die preferente positie alleen voor de Belastingdienst. Probleem is dat nog onduidelijk is volgens welke wet het faillissement moet worden afgehandeld.

 

Goedkoper

 

De IJslandse regering ziet het liefst het gehele faillissement volgens de IJslandse wet gaan. In dat geval gaat het geld naar de spaarders en staan obligatiehouders, leveranciers en belastingdienst met relatief lege handen. Voordeel voor de IJslandse regering is dat die laatste groepen niet hoeven te worden gecompenseerd, maar de spaarders, via de garantieregeling, wel. Een IJslands faillissement is dus goedkoper voor IJsland. B

 

egin augustus probeerde IJsland de Nederlandse bewindvoerders voor de rechter uit te schakelen. Dat lukte niet. De rechtbank zag geen reden om de Nederlandse bewindvoerders van hun functie te ontheffen. De IJslanders zijn in appèl gegaan. Overigens zijn de Nederlandse overheden, die niet onder de garantieregeling voor gewone spaarders vallen, ook bij een IJslands faillissement niet helemaal zeker van teruggave van het merendeel van het geld. De wet waardoor spaarders preferente crediteuren zijn, is kort voor de kredietcrisis aangenomen en wordt aangevochten door schuldeisers die achter het net dreigen te vissen.

 

Pannevis: ‘We zitten met de moeilijke situatie waarin niet duidelijk is volgens welke wet het faillissement van Landsbanki wordt afgehandeld. Het is zelfs mogelijk dat dat in twee landen gebeurt. Wie krijgt dan wat? Elke schuldeiser, waar ook ter wereld, kan zich ook bij ons melden. Zeker obligatiehouders doen daar slim aan. Maar ik raad alle schuldeisers, dus ook de Nederlandse overheden, aan zich in ieder geval voor 30 oktober te melden in IJsland, want dan loopt de claimtermijn daar af.’

 

Jaren

 

Decentrale overheden en rijksoverheid trekken samen op in de Landsbanki-affaire. Namens de lagere overheden zit advocatenkantoor Stibbe aan tafel bij het IJslandse crediteurenoverleg, waar ook DNB aanzit. Volgens de provincie Noord-Holland, die als woordvoerder van de decentrale overheden met IJslandse tegoeden (met uitzondering van Den Haag en de provincie Groningen) optreedt, hebben Rijk en lagere overheden hetzelfde belang. Het is onduidelijk of dat ook zo is.

 

Voor het Rijk speelt namelijk de discussie dat minister Bos een deal heeft gesloten met de IJslandse regering dat het geld dat Nederland in plaats van IJsland aan de Nederlandse Icesavespaarders heeft uitgekeerd (1,3 miljard euro) door IJsland wordt terugbetaald. Die deal over de garantiestelling stuit bij het IJslandse parlement op grote tegenstand.

 

Bij het ter perse gaan van dit nummer van Binnenlands Bestuur was onduidelijk hoeveel en wanneer IJsland gaat terugbetalen. En volgens Pannevis kan dat nog jaren duren. ‘Zeker als pas alle financiën helemaal aan het eind worden afgewikkeld. Het is gebruikelijk om ook tussentijds al geld terug te betalen.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Henry van der Burgh (Wmo consulent) op
Wat ik mij eigenlijk in heel deze situatie afvraag is waar al dat geld is gebleven en of de bestuurders van deze bank zijn aangepakt!?

Afbeelding