of 59250 LinkedIn

'Huwelijkscrisis tussen rijk en gemeenten'

De institutionele, financiële en democratische verhoudingen in ons land zijn uit balans. Volgens Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer bemoeit het rijk zich, ondanks de decentralisaties, te veel met de gemeenten. En de gemeenten wijzen te gemakkelijk naar het rijk als het verkeerd gaat. Hij spreekt van een huwelijkscrisis, voornamelijk veroorzaakt door ‘ondoorgrondelijke en onoverzichtelijke’ afspraken.

De institutionele, financiële en democratische verhoudingen in ons land zijn uit balans. Het rijk bemoeit zich, ondanks de decentralisaties, te veel met de gemeenten. En de gemeenten wijzen te gemakkelijk naar het rijk als het verkeerd gaat.

Bij gelegenheid van het opheffen van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) – die opgaat in de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) – bekritiseerde Arno Visser als president van de Algemene Rekenkamer vandaag de manier waarop beide overheden met elkaar omgaan. Hij spreekt van een huwelijkscrisis, voornamelijk veroorzaakt door ‘ondoorgrondelijke en onoverzichtelijke’ afspraken.

 

Ach en wee

Op landelijk niveau wordt volgens hem vooral met de mond beleden beleid en uitvoering ‘dichter bij de burger te brengen’ en de gemeente daartoe ruimte te geven. Maar als media lokaal afwijkende keuzes of grote verschillen in onroerendezaakbelasting tussen gemeenten uitlichten, menen Kamerleden nog steeds de minister ter verantwoording te moeten roepen. En aan de andere kant ziet hij gemeenten zich als ‘eerste overheid’ profileren en steeds meer taken, verantwoordelijkheden en budget naar zich toetrekken, maar als het mis gaat vrij snel ach en wee roepen over te weinig geld uit Den Haag.

 

Weeffout

Voor een belangrijk deel is dat volgens Visser te wijten aan een weeffout in de financiële verhoudingen – de manier van bekostigen van gemeenten. Hij wijst erop dat de wetgever met de decentralisaties van uitvoeringstaken op het gebied van jeugd, werk en zorg in 2015 voor lokaal maatwerk en lokale inkleuring van sociaal beleid heeft gekozen en daarmee expliciet ook voor ongelijkheid tussen gemeenten. Maar – en dat is het scheve – de belastinginning is niet veranderd. Het gros wordt nog steeds centraal geheven via de inkomstenbelasting. Dat wil zeggen: de fiscale grondslag voor iedere Nederlander is dezelfde gebleven. Hij betaalt overal hetzelfde maar krijgt daar niet in elke gemeente hetzelfde voor terug.

 

Rechtsongelijkheid

Volgens Visser leidt dat niet alleen tot een gevoel van rechtsongelijkheid, het zou ook nog maar eens gewoon zo kunnen zijn. Het is in zijn ogen slechts een kwestie van tijd voordat iemand die principiële vraag stelt. Hoe groter en onverklaarbaarder de verschillen zijn, des te dichter bij dat moment komt. Het gaat om niet meer of minder dan het vertrouwen van de belastingbetaler. Die betaalt belasting, maar kan onmogelijk volgen waar dat geld naartoe gaat. Dat doet afbreuk aan het aloude principe no taxation without representation. Volgens Visser hebben wij zowel belasting als representatie, maar de relatie tussen de twee is zoek als je niet weet bij welke volksvertegenwoordiger je je moet melden.

 

Volgen geldstromen

Bij het leggen van die relatie speelt met name informatie een cruciale rol. Visser pleit er daarom voor duidelijk af te spreken om de inning van belasting te koppelen aan de uitgaven of de inkomsten, uitgaven en resultaten op eenduidige en eenvormige wijze op te schrijven. De manier waarop het nu is geregeld, ontneemt het zicht op wie waarover gaat. Ook de Algemene Rekenkamer moet volgens hem, ondanks zijn wettelijke bevoegd­heden, anno 2017 behoorlijk wat moeite doen om de publieke financiën te begrijpen en geldstromen te kunnen volgen.

 

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 18 van deze week

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gerrit (beleidsadviseur) op
In dit deel van het artikel over de kritiek van Arno Visser bekritiseert hij op de eerste plaats dat de Kamerleden super-gemeenteraad spelen terwijl ze eerst hebben besloten de uitvoering aan de autonome overheidslaag gemeenten over te dragen en zich dus zelf daar niet meer mee te bemoeien.
Eerst stellen de betrokken ministeries voor hoeveel geld bij die overdracht wordt doorgeschoven en daarna besluit het Parlement (dus zowel Tweede als Eerste Kamer) de financiën door te schuiven naar de gemeenten. Maar door alle drie zonder toets over de werkelijk benodigde gelden en in plaats daarvan op basis van een 'vinger in de lucht omdat de taken gedecentraliseerd goedkoper kunnen worden uitgevoerd' met een kortingspercentage. Dat is waar de gemeenten al in het wordingsproces over klagen en bij de uitvoering hun klacht bevestigd zien. Nog daargelaten het tempo van de overdracht, omdat op rijksniveau namelijk een bezuinigingsdoelstelling moet worden gerealiseerd voor de volgende begroting.
Vanuit het principe dat Visser noemt, kun je dan de belastingheffing bij de gemeenten leggen. Gemeenten hebben daar begrijpelijk een voorkeur voor. Maar met monitoring kun je ook vanuit het Rijk maatwerk leveren aan gemeenten.
En in gemeenten is het de gemeenteraad die bepaalt hoe de taken worden uitgevoerd en dus ook hoeveel geld hij daarvoor in de gemeentebegroting beschikbaar stelt. Maar ook daarvoor is tijd nodig om de taken te kunnen implementeren en lokale monitoring.
De media leggen vingers op zere plekken, tillen die meteen naar het niveau 'de gemeenten' en de 'super-gemeenteraad' pakt die op alsof het nog steeds zijn pakkie-an is. Niet dus!
Door H. Wiersma (gepens.) op
Visser ziet spoken, die er m.i. helemaal niet zijn. Financieel maatwerk richting gemeenten kan nu ook heel gemakkelijk via het Rijk worden geleverd.
Uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied heeft de volgende nadelen:
a. het heeft onherroepelijk tot gevolg dat burgers nog meer belasting voor hun kiezen krijgen.
b. er gaan grote verschillen ontstaan in het gemeentelijk voorzieningenniveau, hetgeen meer nadelen dan voordelen gaat opleveren voor de mobiliteit van burgers.
c. de 'rupjes nooit genoeg' en hun politieke kornuiten zijn onverzadigbaar en in het huidige bestuurssysteem door burgers niet in de hand te houden.