of 58959 LinkedIn

Eigen vermogen gemeenten slinkt

Het eigen vermogen van de gemeenten is tussen 2010 en 2014  afgenomen van 1.898 euro tot 1.727 euro per inwoner. Ook provincies zagen in deze periode de reserves slinken van 946 euro naar 938 euro per inwoner. Dat blijkt uit Deloitte Insight: de financiële trendanalyse Gemeenten, Provincies en Waterschappen.

Het eigen vermogen van de gemeenten is tussen 2010 en 2014  afgenomen van 1.898 euro tot 1.727 euro per inwoner. Ook provincies zagen in deze periode de reserves slinken van 946 euro naar 938 euro per inwoner.

Stabilisatie

Het positieve nieuws is dat in 2014 over het algemeen sprake is van een stabilisatie van de financiële positie. De verslechtering van de financiële positie in de periode 2010–2012 is tot stilstand gekomen. Dat blijkt uit Deloitte Insight: de financiële trendanalyse Gemeenten, Provincies en Waterschappen.

 

Incidenteel beleid

Het eigen vermogen per inwoner van gemeenten is in 2014 gedaald met een bedrag van 40 per inwoner ten opzichte van 2013. Dat komt met name door een wijziging in de verslaggevingsvoorschriften. Ook het eigen vermogen per inwoner van de provincies is gedaald met een bedrag van 51 euro per inwoner. Deze daling betreft met name de inzet van incidentele dekkingsmiddelen om incidenteel beleid mee te dekken. Bij de waterschappen bleef het eigen vermogen met 44 euro per inwoner gelijk.

 

Economische tegenwind

De schulden van de lokale overheden blijken de afgelopen jaren behoorlijk toegenomen. De nettoschuld van de gemeenten steeg tussen 2010 en 2014 van 1.433 euro naar 1.917 euro per inwoner. De nettoschuld van de waterschappen steeg tussen 2010 en 2014 van € 347 per inwoner naar € 397 per inwoner.  Het nettobezit van provincies nam af van 751 tot 724 euro. Volgens de onderzoekers van Deloitte geeft dat aan dat lokale overheden in de afgelopen jaren met economische tegenwind aanzienlijk hebben geïnvesteerd.

 

Financiële problemen

De financiële weerbaarheid van de lokale overheden is te midden van de banken- (2008), euro- (2011) en economische (2012/2013) crisis over het geheel bezien ‘redelijk’ gebleken. ‘In relatief weinig gevallen kwamen lokale overheden in ernstige financiële problemen terecht en konden zij er zonder steun niet meer uit komen. Over het geheel genomen zijn de reserveposities niet enorm aangetast’, aldus de onderzoekers.

Wel constateren ze voor het derde jaar op rij dat de financiële posities van de lokale overheden sterk verschillen sterk. De provincies blijken over het algemeen erg weerbaar, met aanzienlijke financiële reserves en een lage schuldpositie. Sommige provincies, zoals Zuid-Holland, Noord- Holland, Zeeland, Utrecht, Flevoland en in mindere mate Drenthe, zijn wat minder weerbaar.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
En......hoe verliep de stijgende ontwikkeling voor 2010?
Door Broadcaster op
Dit is helemaal niet erg. Integendeel het is juist toe te juichen. Het is al een oud bijbels principe dat als je in tijden van overvloed spaarzaam bent, je dat in slechte tijden, wanneer dat nodig is, kunt uitgeven. Dat zou het rijk ook moeten doen maar die geven in tijden van voorspoed te veel uit om vervolgens te moeten bezuinigen wanneer de economie juist moet worden aangejaagd.