of 59054 LinkedIn

Delft krijgt tekort niet weggewerkt, moet hopen op financiële hulp rijk

Delft komt de komende jaren structureel geld tekort. Meer bezuinigen lukt niet, meer geld halen bij de inwoners ook niet. ‘De grens is bereikt’, zegt wethouder Financiën Aletta Hekker (D66). Maar de vraag is of Delft dat nog wel bepaalt.

Delft komt de komende jaren structureel geld tekort. Meer bezuinigen lukt niet, meer geld halen bij de inwoners ook niet. ‘De grens is bereikt’, zegt wethouder Financiën Aletta Hekker (D66). Maar de vraag is of Delft dat nog wel bepaalt.

Er kan veel gebeuren in twee decennia. Werd Delft halverwege de jaren negentig bewierookt als de op twee na best bestuurde gemeente ter wereld, nu staat de stad aan de rand van de afgrond. ‘Op dit moment zijn er bedreigingen en zelfs verstoringen in de stadskracht en bestuurskracht van Delft’, schreef het college vorige week in de aanbiedingsbrief van de programmabegroting 2015-2018 aan de gemeenteraad. ‘De begroting sluit structureel niet en reserves zijn geslonken.’

Het klinkt de raad inmiddels bekend in de oren. Jaar na jaar presenteert het Delftse college een begroting die bij nader inzien van een nog somberder scenario moet uitgaan dan het jaar daarvoor. Telkens blijken opbrengsten te hoog en kosten en risico’s te laag ingeschat. De financiële noodkreet die het nieuwe college van Delft nu slaakt – ‘de grens is bereikt’ – vormt de apotheose van de aftakeling. Terwijl er de afgelopen jaren al voor 57 miljoen euro aan bezuinigingen is ingeboekt – 20 procent van de totale begroting – kondigden zich eerder dit jaar nieuwe tegenvallers aan. In september bleek dat er nog eens 16 miljoen structureel vanaf moest. Waarop het college liet weten de begroting niet meer sluitend te krijgen. Het bestuur kwam tot maximaal 12 miljoen extra bezuinigingen, 4 miljoen te weinig.

Delft nam een maand extra tijd om nadere analyses te maken van ingeschatte opbrengsten, kosten en risico’s, alvorens een meerjarenbegroting naar raad en toezichthouder te sturen. Nog los van het structurele begrotingstekort betekende het niet halen van de uiterste leverdatum dat Delft onder verscherpt toezicht van de provincie komt. Uit de begroting blijkt dat de financiële ellende nog groter is. Het structurele tekort komt in 2018 niet uit op 4, maar op 6 miljoen euro. Voor 2015 geldt een tekort van 11,3 miljoen.

Muur
Wat is er aan de hand met Delft? De grootste strop om de nek van de stad is het project Spoorzone. Een ongelukkige timing en een te hoog roze brilgehalte zijn de oorzaak. De discussie over het spoorviaduct begon al eind jaren tachtig, nog voordat Delft bestuurlijke wereldfaam verwierf. Het talud splitste het stadscentrum in tweeën, veroorzaakte veel geluidsoverlast en was bovendien niet berekend op het aanzwellende treinverkeer. Maar als puntje bij paaltje kwam durfde het rijk de ondertunneling niet te financieren. Uiteindelijk trok het plaatselijke actiecomité ‘Spoortunnel Delft Nu’ toenmalig minister Peijs met tienduizend Delftse handtekeningen over de streep. Bij de start van het project in 2005 noemde Peijs het viaduct ‘een Delftse variant op de Berlijnse muur’. Rijk, provincie, stadsgewest en de gemeente Delft droegen samen de kosten om die muur te slechten. Delft stak zich voor 80 miljoen in de schulden als bijdrage aan de tunnel en nam bovengronds lachend het volledige financiële risico. Er kwam immers dertig hectare grond vrij, hartje Delft en bovenop een treinstation. Op deze AAA-locatie zouden 1500 woningen verrijzen, naast 50 duizend vierkante meter kantooroppervlak, waaronder het nieuwe stadskantoor. Projectontwikkelaars NS Vastgoed en Ballast Nedam bevestigden dat Delft die ondergrondse 80 miljoen met de bovengrondse grondwaarde probleemloos zou terugverdienen.

Peijs’ opvolger Camiel Eurlings zette op 9 juli 2008 zijn handtekening onder het bouwcontract, met de woorden: ‘Nu kunnen we eindelijk aan de slag’. Twee maanden later viel in de Verenigde Staten effectenbank Lehman Brothers. De wereldwijde economische recessie die daarop volgde, deed Delft de das om.

Inmiddels is de tunnel klaar, maar hebben alle projectontwikkelaars voor de bovengrondse ontwikkeling de Spoorzone verlaten. Delft staat er alleen voor. Deskundigen vertellen dat Delft zich schromelijk rijk heeft gerekend. Het bebouwbare oppervlak is geen 30 hectare groot, maar slechts een tiende daarvan. Waardoor het aantal woningen en kantoren nooit gehaald gaat worden. Bovendien is de vurig gewenste ondergrondse parkeergarage verworden tot een financieel debacle. Het is wijsheid achteraf, vindt Spoorzone-wethouder Lennart Harpe (VVD). ‘In 2008 stonden projectontwikkelaars in de rij om in de Spoorzone te investeren.’

Stroppenpot
In plaats van de winst zoekt Delft naar manieren om het verlies te verdelen. Dat blijkt nauwelijks te doen. Sinds 2011 legt de stad jaarlijks 4 miljoen euro opzij om een geschat tekort van 42 miljoen aan het einde van het project te kunnen dekken. Dit voorjaar kwam er een nieuwe schatting: uit een ‘stresstest’ bleek dat de gemeente rekening moest houden met een extra verlies van 62 miljoen. Ook dat was nog te optimistisch, zo bleek uit de resultaten van een second opinion die het college vorige week samen met de begroting presenteerde. De extra verliezen in het Spoorzoneproject kunnen nog veel hoger uitvallen: misschien wel boven de 100 miljoen euro.

Delft houdt in de meerjarenbegroting nu rekening met een extra verlies van 80 miljoen. Om dat bedrag over vijftien jaar bij elkaar te hebben gespaard, stopt het gemeentebestuur jaarlijks nog eens 5,3 miljoen euro in de stroppenpot. In totaal gaat dus alleen al 9,3 miljoen per jaar op aan reserveringen voor tekorten die rond 2030 moeten worden opgehoest.

Een extra pakket aan bezuinigingen moet de gemeente 12 miljoen opleveren. De grootste aderlating komt van de gemeentelijke bedrijfsvoering: 8 miljoen eraf. In 2018 moet het ambtenarenapparaat 25 procent kleiner zijn. Andere grote bezuinigingen treffen de cultuursector en de bijzondere bijstand. Delft gaat daarnaast meer geld ophalen bij de inwoners. De ozb gaat in 2015 met 5 procent omhoog, de riool- en afvalheffing met 5,7 procent. Volgens wethouder Hekker loopt de gemeente met de tariefsverhogingen vooruit op het verscherpte provinciale toezichtregime.

Ozb
Maar genoeg is het niet. De vraag is daarom of Delft wel in de positie is om te zeggen dat de grens is bereikt. Het rijk zet alles op alles om gemeenten met grondproblematiek buiten de artikel 12-status te houden, omdat anders het einde zoek zou zijn. Een extern adviseur zei half september tegen de Delftse gemeenteraad dat sommige gemeenten gedwongen worden de ozb met soms wel 60 procent ‘boven redelijk peil’ te verhogen. Voor Delft zou een stapsgewijze ozb-verhoging tot 30 procent in 2018 genoeg zijn om het begrotingsgat van 6 miljoen te dichten.

De gemeente hoopt echter op begrip. ‘Ook de provincie vindt dat we het maximale doen’, stelt Hekker. In plaats van de lokale lasten te moeten verhogen, hoopt Delft op kostenverlaging. Die zou met name van het ministerie van Infrastructuur en Milieu moeten komen. Terwijl vorige week zaterdag de eerste testtrein onder Delft doorreed, stuurt de gemeente aan op een alsnog andere kostenverdeling dan bij de aanleg afgesproken. Voor precedentwerking hoeft niemand bang te zijn, vindt Spoorzonewethouder Harper. ‘Er is maar één gemeente met een tunnelprobleem. En dat is Delft.’


De zeven plagen van Delft
De Spoorzone is maar één van de problemen waarmee Delft kampt.
• De gemeente lijdt grote verliezen op bouwproject de Harnaschpolder. Het is een klassiek geval van verlies op grondexploitatie, zoals zoveel gemeenten met uitbreidingslocaties die hebben. In de Harnaschpolder moeten 1300 woningen komen, maar de verkoop stagneert. Inmiddels spaart Delft voor een eind 2019 te nemen verlies van 63 miljoen euro.

• Een gevolg van de grondexploitatietegenvallers is dat de Delftse schuldenberg momenteel 309 miljoen euro hoog is en doorstijgt naar 354 komend jaar en 384 miljoen in 2016. De rentelasten zijn zo hoog dat ‘de aflossing van de schuld grotendeels wordt doorgeschoven naar de toekomst’, zo vermeldt de meerjarenbegroting. De rentestand is weliswaar extreem laag, maar omdat zo’n groot deel van de begroting opgaat aan rente is de gemeente zeer gevoelig voor eventuele rentestijging. Voor dat risico moet een buffer worden aangelegd.

• Zo ontstaat het vierde probleem: een zichzelf versterkend proces waarbij op alle fronten de financiële risico’s toenemen. De reserveringen die de stad daarvoor moet doen, slokken een steeds groter deel op van het beschikbare budget.

• Dan is er nog het probleem dat Delft niet alle investeringen achterwege kan laten. Bezuinigen op de kenniseconomie of op citymarketing kost uiteindelijk meer geld dan het oplevert. Daarnaast zijn er wettelijke verplichtingen op het beheer van infrastructuur. Met name het onderhoud van de vele bruggen in Delft is een kostbare aangelegenheid. En Delft loopt al flink achter.

• Aan de inkomstenkant zitten de andere plagen. Delft beklaagt zich over een relatief lage algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit komt doordat Delft twee grote steden in haar directe nabijheid weet – Den Haag en Rotterdam – die nogal wat ‘centrumfunctiegeld’ voor de neus van Delft wegkapen. Een volgend probleem gaat zich de komende jaren voordoen, doordat een nieuwe definitie van woonruimte in het gemeentefonds ervoor zorgt dat veel studentenwoningen niet meer meetellen, hetgeen Delft op een korting van 1,8 miljoen euro per jaar komt te staan (zie BB nr. 21).

• Tot slot kunnen de eigen inkomsten nauwelijks omhoog. Ten opzichte van de 35 grootste gemeenten heft Delft 9 procent meer ozb en rond 16 procent meer reinigings- en rioolheffingen. De woonlasten zijn daarmee 13 procent hoger dan elders. Nog meer halen bij de eigen inwoners wordt lastig.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.