of 59045 LinkedIn

CPB: gemeentefonds kan stabieler

De bekostiging van de gemeenten door het rijk kan stabieler en voorspelbaarder dan met de huidige indexering van het gemeentefonds. Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) in een onderzoek op verzoek van de ministeries van Financiën, Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

De bekostiging van de gemeenten door het rijk kan stabieler en voorspelbaarder dan met de huidige indexering van het gemeentefonds. Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) in een notitie op verzoek van de ministeries van Financiën, Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Lastig begroten

De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds – het zogeheten accres – wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens de geldende afspraken – de normeringssystematiek van samen de trap op en samen de trap af – leiden hogere rijksuitgaven tot een hogere uitkering aan gemeenten. Geeft het rijk minder uit dan begroot, dan krijgen gemeenten minder. 
De afgelopen jaren bleek dat de toe- af afname van de algemene uitkering lastig te voorspellen was: tussentijds vonden grote bijstellingen plaats. Omdat gemeenten qua inkomsten voor een groot deel afhankelijk zijn van die inkomsten uit het gemeentefonds, maakt die onvoorspelbaarheid het moeilijk om een jaarbegroting op te stellen. Een goed voorspelbare ontwikkeling van de algemene uitkering vergemakkelijkt namelijk het opstellen van gemeentebegrotingen en vermindert de noodzaak tot mogelijk pijnlijke beleidsaanpassingen gedurende het jaar.

 

Voorbeeld Vlaanderen

Volgens de CPB-notitie is het mogelijk meer stabiliteit in te bouwen in de normeringssytematiek. Het meest stabiel en voorspelbaar is een vast nominaal groeipercentage zoals in Vlaanderen. Een vaste nominale groeivoet komt neer op een jaarlijks in procenten even grote stijging in nominale termen, dat wil zeggen ongeacht de inflatie. Ook een vaste groeivoet aangevuld met de ontwikkeling van de inflatie leidt tot een stabielere ontwikkeling. Het voordeel van het opnemen van de inflatie is bovendien dat gecompenseerd wordt voor eventuele forse prijsontwikkelingen, zodat gemeenten een stabiel reëel uitgavenpatroon kunnen handhaven.

Een vast nominaal groeipercentage zoals in Vlaanderen is volgens de CPB-onderzoekers Annette Zeilstra en Kenny Martens uit het oogpunt van voorspelbaarheid een uiterste. ‘Dat leidt echter niet tot een stabiele reële ontwikkeling. ‘Een stabiele reële ontwikkeling wordt wel bereikt door indexatie op basis van inflatie plus een vaste groeivoet. Deze manier van indexeren leidt bovendien ook tot een beter te voorspellen ontwikkeling van de algemene uitkering dan het gebruik van de huidige normeringssystematiek,’ stellen Zeilstra en Martens deze week in een essay in Binnenlands Bestuur.

 

Lees het hele essay in Binnenlands Bestuur nr. 19 van deze week.

 

 

 

.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
@Hoekstra. In tegendeel. Bij uitbreiding van het belastinggebied binnen het huidige politieke spectrum gaan gemeenten nog veel meer gekke dingen doen. Daarom gewoon de prullenbak in met die dwaze ideeën.
Door hoekstra (adviseur) op
@tiekstra: het is een vergissing om te denken dat de gemeentelijke inkomsen voorspelbaarder en stabieler worden als deze uit meer eigen, gemeentelijke belastinginkomsten zullen bestaan. Wat er nu met de OZB opbrengsten gebeurt is geen maatstaf.
@wiersma: Wat u noemt is juist een reden om het belastinggebied wel te vergroten. Nu wordt grosso modo 70% van die 18 mio waar u het over heeft door het rijk betaald via de algmene uitkering uit het gemeentefonds. Moet u eens opletten wat er gebeurt als burgers (en bedrijven) in de gaten krijgen dat het voor heen veel groter deel uit belastingopbrengsten betaald wordt die ze zelf rechtstreeks aan de gemeente moeten betalen.
Door H. Wiersma (gepens.) op
@Ricus Tiekstra. Uitbreiding van het belastinggebied voor gemeenten (de rupjes nooit genoeg) is zeer onwenselijk. Te veel gemeenten bezondigen zich al aan/met statussymbolen, politieke hobby's e.d. Eén gemeente die 18 miljoen euro besteedt aan 400 honkballers is er al één te veel.
Door Ricus Tiekstra (griffier) op
Nog een reden om het lokaal belastinggebied uit te breiden. De inkomsten van de gemeente minder afhankelijk maken van de grappen en grollen van het Rijk.
Door Herman Nijskens (raadslid) op
Er zijn nog wel andere methodes denkbaar die meer stabiliteit opleveren.
Naar analogie met de bijstandsuitkeringen kun je accressen alleen toepassen op toekomstige boekjaren, bijvoorbeeld t+2.
Ik ken niet zo uit het hoofd het grootste accres dat we ooit beleefd hebben maar op de totale rijksbegroting is het even goed geen grote impact.
De gemeenten moeten even wachten maar weten ieder jaar wel vooraf waar ze aan toe zijn.
Door Hoekstra (adviseur) op
Tja, als je een groeivoet die schommelt vervangt door vaste wordt het voorspelbaarder wat er met de groei gebeurt. Daar hebben we CPB nier voor nodig om te bedenken. Gemeenten schieten zichzelf weer eens in de voet: zekerheid en voorspelbaarheid kost gewoon geld. Gemeenten die stabiliteit en voorspelbaarheid willen moeten niet achter die acressen aan hollen maar een eigen lijn trekken die lager ligt dan de accressen. Komt er meer dan je zelf een meevaller en niet het rijk. Komt er minder dan moet je die opvangen maar dat moet nu ook.
Door f. Scheerder (controller) op
De primaire vraag is of er in het Gemeentefonds voldoende middelen zitten om het takenpakket (voorzieningenniveau) waarvoor gemeenten zorg (moeten) dragen uit te kunnen voeren. Dat is een complex vraagstuk, aangezien niet iedere gemeente hetzelfde is en ook iedere gemeente andere beleidsprioriteiten kent. Weliswaar wordt er bij de verdeling van de rijksmidellen hiermee zo goed mogelijk rekening gehouden via het verdeelsysteem, maar de verdeling zegt nog niets over de omvang c.q. toereikendheid van de middelen. Dat het werken met een nominale groeivoet i.p.v. de huidige 'trap op trap af systematiek' leidt tot meer stabiliteit is op zichzelf geen opzienbare conclusie (niets nieuws). Overigens wordt de dynamiek in het Gemeentefonds niet alleen verklaard door de accresontwikkeling, maar ook de ontwikkelingen in de uitkeringsbasis (o.a. aantallen bijstandsontvangers) spelen een belangrijke rol.
Door H. Wiersma (gepens.) op
Dit is één mogelijkheid. Als jaarlijkse verschillen in de uitkering zo'n probleem is voor gemeenten kan ook met gemiddelde uitkeringen over bijv. 3 tot 5 jaar worden gewerkt. Uiteraard zal voor de financiële middelen, die beschikbaar komen voor nieuwe taken, altijd een afzonderlijke regeling moeten gelden. Er is dan ook geen enkele reden om het belastinggebied voor gemeenten uit te breiden. Er is op allerlei manieren gemakkelijk tegemoet te komen aan het gekrakeel van gemeenten over te veel flexibiliteit in de rijksuitkeringen. Overigens is financiële planning/financieel beleid niet meer dan je geld verstandig uitgeven en daar hebben politiek gestuurde bestuurslichamen kennelijk nog steeds grote moeite mee.