Cultuurmakers vangen bot
Half april stuurde het Utrechtse college een opvallende brief naar de gemeenteraad. B en W hadden voor de financiering van het nieuwe Muziekpaleis een interessante geldschieter gevonden: de Rabo Cultuurbank. Die leent de benodigde 130 miljoen euro tegen 0,85 procent minder rente dan de Bank Nederlandse Gemeenten. Reden: de Rabo Cultuurbank maakt gebruik van de Regeling Cultuurprojecten. Met die regeling kunnen culturele projecten profiteren van belastingvoordeel dat particuliere investeerders krijgen als ze in cultuur beleggen.
Bij het Utrechtse Muziekpaleis kopen particuliere beleggers obligaties van de Rabo Cultuurbank. Ze krijgen daarop slechts een half procent rente, maar de obligaties zijn toch interessant vanwege het belastingvoordeel van 2,5 procent. Rabo leent het geld uit aan de gemeente Utrecht. Met de constructie is niets mis; het mag allemaal. Dus Utrecht en Rabo zouden wel gek zijn als ze er geen gebruik van maken. Maar inhoudelijk is het een vreemde gang van zaken.
De opzet van de cultuurregeling uit 2004 was om particulieren te stimuleren in culturele projecten te investeren die anders niet van de grond zouden komen. Het belastingvoordeel moest particulieren over de streep trekken. Lichtend voorbeeld is de wijze waarop ooit het Amsterdamse Concertgebouw werd gebouwd: als particulier initiatief. In Utrecht is echter geen sprake van particulier initiatief. Het Muziekpaleis is een gemeentelijk project waar de gemeenteraad al lang mee akkoord was, inclusief het benodigde geld. Er moest alleen nog een lening worden afgesloten. Dat kan dus voordelig via de Rabo Cultuurbank. Feitelijk subsidieert het Rijk daarmee gedeeltelijk het Muziekpaleis, na aftrek van de winst voor de bank.
Garantie
Er zijn meer gemeenten die op deze manier goedkoop geld lenen voor een cultuurinstelling. Triodos Bank is al veel langer bezig met financiering via de cultuurregeling. Vorig jaar groeide de omvang van het Triodos Cultuurfonds tot 138 miljoen euro. Bijna 90 procent van het uitgeleende geld betreft leningen aan gemeenten. Onder meer voor het Muziekgebouw aan ‘t IJ, Carré en het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar ook het muziekkwartier in Enschede, De Spiegel in Zwolle en Theater Orpheus in Apeldoorn. Het zijn allemaal gemeentelijke projecten die al bestonden of er ook wel zonder belastingvoordeel waren gekomen.
Volgens Bas Rüter, directeur investment management bij Triodos Bank, is het verklaarbaar dat vooral gemeentelijke initiatieven worden gefinancierd. ‘Voor leningen moet je een zekerheid hebben. Dat kan een gebouw zijn, of een garantie van de gemeente. ‘Wij zouden ook graag meer particuliere initiatieven steunen. Het liefst willen we een verhouding van fiftyfifty gemeentelijk en particuliere projecten. Maar het aantal particuliere initiatieven is gering. De commerciële drive in de sector is niet groot genoeg. En het helpt ook niet dat de regeling recent is aangescherpt, waardoor er nog minder mogelijkheden zijn om kleinschalige, experimentele projecten te stimuleren.’
Rüter vindt het te simpel gesteld dat de huidige invulling van de cultuurregeling nu niet meer is dan een goedkope, door het Rijk gesubsidieerde, leenfaciliteit voor gemeenten. ‘Het rentevoordeel voor gemeenten komt hoe dan ook ten goede aan de cultuur. De regeling voorziet erin dat het financieel voordeel van een lagere rente niet naar de algemene begroting mag worden gehaald, maar binnen het project of de begroting cultuur blijft. Bovendien doen we meer dan alleen leningen verschaffen. Gemeenten zijn echt geïnteresseerd in hoe ze particuliere beleggers bij hun projecten kunnen betrekken. Daar helpen we bij.’
Voor de nieuwe Rabo Cultuurbank is het Utrechtse Muziekpaleis het eerste project. De ambitie is om in het eerste jaar 400 miljoen euro cultuurgeld op te halen bij particulieren. De Cultuurbank heeft een iets andere opzet dan Triodos. Bij Triodos kopen particuliere beleggers aandelen waarbij het rendement afhankelijk is van winst op de uitgezette leningen. Rabobank verkoopt obligaties met een vaste rente van een half procent. Beide beleggingen zijn financieel alleen maar interessant vanwege het belastingvoordeel van 2,5 procent.
Maar een belangrijk deel van dit door het Rijk geschonken belastingvoordeel sijpelt weg naar de banken. Het Utrechtse Muziekpaleis kan ‘slechts’ 0,85 procent goedkoper lenen, terwijl het Rijk er 2,5 procent fiscaal voordeel in steekt. Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht met kunst als specialisatie, vindt dat de cultuurregeling momenteel niet goed functioneert. ‘Het probleem van de fondsen bij banken is dat er geen betrokkenheid van de particulier bij cultuurprojecten wordt gecreëerd. Het zijn een soort beleggingsfondsen. Daar moet je mee oppassen, want dan kan zo’n regeling uit de hand lopen, zoals bij de film-cv’s is gebeurd. Eigenlijk gebruikt alleen het Amsterdamse Vastgoedcultuurfonds de regeling zoals ze is bedoeld.’
Hemels begrijpt wel waarom de cultuurregeling zoveel wordt gebruikt door gemeenten. ‘Banken willen garanties als ze geld uitlenen. Een gemeente kan die geven. Bij de financiering van bijvoorbeeld een tentoonstelling is dat lastiger. Want dat is er geen onderpand voor geval de tentoonstelling mislukt.’
Tentoonstellingen
Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes wilde in zijn vorige baan als directeur van de Rotterdamse Kunsthal de Regeling Cultuurprojecten juist wél inzetten om exposities te financieren. Hij hoopte zo een particulier fonds te creëren voor de aanvangsinvesteringen in ‘blockbuster-tentoonstellingen’. ‘Juist die eerste 2,5 ton is het moeilijkst bij elkaar te krijgen. Als dat geld er eenmaal is, komen de sponsors vanzelf. Wij wilden een eigen fonds waarin het particuliere geld steeds weer zou terugvloeien, omdat dit soort grote tentoonstellingen zichzelf uiteindelijk terugverdient. Particuliere beleggers zouden inclusief het fiscale voordeel een rendement van 3,5 procent maken, want we zouden er zelf ook een procent rente bij doen. Maar we liepen vast in een regelmoeras. Doodzonde, want met de regeling hadden we meer grote tentoonstellingen kunnen organiseren. Er was namelijk veel animo bij particulieren’, aldus Pijbes.
Volgens Pijbes stuitte het plan van de Kunsthal op strenge eisen van met name de AFM, ter bescherming van de particuliere belegger. Het Rijksmuseum maakt geen gebruik van de cultuurregeling. ‘Er zitten te veel toeters en bellen aan de regeling, waardoor je er niet mee kunt doen wat je als culturele instelling wil. Ik zou denken: laat de directeur van het Rijksmuseum uitleggen hoe zo’n regeling het beste eruit kan zien, zodat het geld ook echt bij de cultuur terechtkomt. Nu zijn banken als Triodos en Rabo de lachende derde.’
De leningen van cultuurfondsen gaan ten koste van de partijen die ‘reguliere’ leningen aanbieden. De gemeente Utrecht stelt expliciet dat de cultuurlening bij Rabo goedkoper is dan bij de BNG. Daarover zijn ze bij de BNG nogal verbaasd. Volgens een BNG-woordvoerder heeft Utrecht geen offerte opgevraagd voor het Muziekpaleis. BNG heeft zelf nog geen plannen voor een cultuurfonds, ‘hoewel we dit soort regelingen toejuichen’. De BNG-woordvoerder wil niet ingaan op de vraag of BNG met de cultuurfondsen geen valse concurrentie wordt aangedaan. ‘Dat zouden we van geval tot geval moeten bekijken. Het is logisch dat gemeenten gebruikmaken van regelingen die er zijn.’ Tot nu toe hebben 45 projecten verklaringen gekregen dat ze van het belastingvoordeel mogen profiteren. Ze hebben samen een waarde van 567 miljoen euro.
De regeling is voorlopig goedgekeurd tot 2013. Er is nog geen evaluatie geweest. Het ministerie van OCW is ervan op de hoogte dat het meeste geld naar gemeentelijke projecten gaat.
Minder belasting
Particulieren die in een erkend cultureel beleggingsfonds beleggen kunnen daarmee een belastingvoordeel halen van maximaal 2,5 procent op het ingelegde bedrag. Over de inleg hoeft namelijk geen 1,2 procent vermogensrendementsheffing te worden betaald. Daarnaast is er een heffingskorting in box 1 van 1,3 procent van het totaal ingelegde bedrag. De maximale inleg per belastingbetaler bedraagt voor 2010 iets meer dan 55 duizend. Wie dat bedrag cultureel belegt, krijgt van de fiscus een kleine 1400 euro cadeau.
MuzyQ blijft steken op 3 ton
Het vorig jaar geopende Muziekmakerscentrum muzyQ in Amsterdam moest worden gefinancierd met de cultuurregeling. MuzyQ is een particulier initiatief met doel het verbeteren van de oefen- en opnamefaciliteiten voor muzikanten. Maar het speciaal voor muzyQ in het leven geroepen Vastgoedcultuurfonds is geen succes. ‘Wij zijn geen financiële instelling en missen dus de marketingmachine die banken hebben,’ zegt initiatiefnemer Chris de Jong. ‘Voor de bouw van muzyQ was 26 miljoen nodig. We hadden graag de helft daarvan willen ophalen via het Vastgoedcultuurfonds, maar we zijn blijven steken op 3 ton. Gevolg is dat de financiering van muzyQ veel duurder is geworden en daarmee ook de exploitatie. Financiering via het Vastgoedcultuurfonds had in plaats van 5,5 procent rente iets meer dan 1 procent rente betekend.’
De Jong is in gesprek met verschillende partijen die mogelijk de financiering van muzyQ kunnen overnemen, met behoud van de speciale fiscale status als cultuurinvestering. Verschillende banken, ook Triodos en Rabo, hebben interesse, maar De Jong wil het project niet zomaar overdragen. ‘Wij zijn zelf afkomstig uit de culturele wereld en hebben bepaalde idealen met dit centrum. Die wil ik nog niet bij de kachel zetten.’ De Jong is erg teleurgesteld dat juist zijn project zo weinig geld heeft opgehaald bij particulieren. ‘Bij muzyQ zijn particuliere beleggers écht betrokken. Dit is iets anders dan geld storten in een fonds waarvan het geld ook nog eens naar gemeentelijke projecten gaat als het Utrechtse Muziekpaleis. Dat vind ik toch al geen sterk project, maar het is volgens mij ook oneigenlijk gebruik van de regeling.’
Reactie op dit bericht