of 59108 LinkedIn

Lokale overheden en filantropie

Theo Schuyt Reageer

Hoe kunnen (lokale)  overheden omgaan met nieuw en oud particulier initiatief? Welke mogelijkheden en kansen bieden zich aan; hoe de kansen te benutten en hoe valkuilen in de relatie te vermijden?

Filantropie is in Nederland een moeilijk begrip dat altijd nadere toelichting behoeft. Het staat voor de vrijwillige inzet en bijdrage aan de maatschappij.  Vroeger heette dat hier  ‘particulier initiatief’, maar internationaal spreekt men van ‘philanthropy’  in de betekenis dat voorzieningen gefinancierd kunnen door de overheid, uit marktinkomsten en uit filantropische inkomsten, al dan niet in combinatie. Denk in Nederland aan de culturele sector die door het oprichten van fondsen, van steun- en vriendenstichtingen steeds meer aan geldwerving doet, terwijl ook een groter beroep op vrijwilligers wordt gedaan.

 

 Hoe gaat het op het gemeentelijke erf? In de Postacademische Opleiding  “Overheid en filantropie” van de VU werd  in de eerste bijeenkomsten aan de aanwezige ambtenaren de vraag gesteld welke filantropische fondsen en instellingen zij in hun of haar gemeenten konden opsommen. Opmerkelijk weinig antwoorden kwamen terug.  Ambtenaren zijn in de regel niet zo bekend met het bestaan en de activiteiten van lokaal aanwezige vermogensfondsen, van kerkelijke organisaties, serviceclubs, Van Harte Resto’s,  van maatschappelijk betrokken bedrijfsleven, van vrijwilligers- en buurtinitiatieven, Stichting Present en Buurtbussen, om een aantal van deze vormen van filantropisch particulier initiatief te noemen.

Toch is voor gemeenten  zaak hiervan notie te nemen. De toekomst van de waardevolle Nederlandse verzorgingsstaat kan mede worden veilig gesteld door in het beleid ook aandacht te schenken aan maatschappelijke betrokkenheid. Sterker nog, door aan oud – en nieuw particulier initiatief een plaats aan de tafel in te ruimen.
 

Daarbij is de erkenning van ieders eigen identiteit de kracht én tegelijkertijd de zwakte wanneer overheid en filantropie elkaar ontmoeten. In de Nederlandse verzorgingsstaat is de overheid verreweg de belangrijkste partij in het regelen van de collectieve voorzieningen en moet dat blijven. De kracht van filantropie is dat het  kan bijdragen aan de pluriformiteit van de maatschappij en daarmee de maatschappij kan verrijken. Politieke democratie verschilt evenwel van basis- sociale – of directe democratie. De motivatie, legitimatie en organisatie van beide verschilt wezenlijk.  Beide komen wel overeen in een gedeelde  doelstelling: het dienen van de maatschappij.  Maar de aanvliegroutes zijn totaal verschillend. 
 

Voor het contact tussen  overheden en filantropische instellingen is het advies aan beide partijen: kieper de verantwoordelijkheden niet over de schutting bij de ander. Over en weer loert de valkuil van de substitutie. Overheden denken te gemakkelijk  dat fondsen wel zullen meebetalen aan de gemeentelijk beleidsplannen, terwijl filantropische instellingen verwachten dat na de startfase de gemeente hun initiatieven structureel zullen gaan financieren.
 

Wat te doen? Het antwoord is eenvoudig: ken elkaar, ontmoet elkaar en kijk waar samenwerking mogelijk is, met respect voor ieders eigen identiteit. Dit advies geeft ons onderzoeksteam aan overheden in Nederland, Frankrijk en aan Brussel waar het EC Department “Research and Innovation” contact zoekt met research Foundations om de kenniseconomie – en daarmee de concurrentiepositie van de EU te versterken.
 

Prof. dr. Theo Schuyt is Hoogleraar ‘Filantropische Studies’ aan de VU Amsterdam en Bijzonder Hoogleraar ‘Filantropie en Sociale Innovatie’ aan de UM vanwege het Elisabeth Strouven Fonds

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.