of 58940 LinkedIn

Verkoop in dialoog

Reageer

Waarde toevoegen aan ontwikkelprojecten.

Het zijn roerige tijden, dat kan niemand ontkennen. De wereld om ons heen verandert fundamenteel en op alle schaalniveaus. Technologische ontwikkelingen zijn een belangrijke aanjager van deze veranderingen; denk aan innovaties op het gebied van onder meer duurzame energie, 3D-printing, robotisering, zelfrijdende auto’s etc. Volgens Jan Rotmans leven we niet in een ‘tijdperk van verandering’ maar in een ‘verandering van tijdperken’. De potentiële impact hiervan op mensen en organisaties is groot. Dat geldt zeker ook voor de - vrij conservatieve - vastgoedsector. We weten zeker dat inmiddels ook in ons werkveld een aantal fundamentele veranderingen in gang is gezet en een aantal andere nog gaat komen. Toch weet niemand precies hoe de toekomst eruit zal zien.

Vanuit Fakton ben ik op dit moment betrokken bij verschillende ontwikkellocaties op stedelijke knooppunten. In dialoog met marktpartijen proberen grondeigenaren zoals gemeenten en NS Stations deze plekken een nieuwe en toekomstbestendige invulling te geven. Wat betekenen de (aanstaande) disruptieve veranderingen in de vastgoedsector voor deze ontwikkellocaties? Is het nodig om de toekomst te kunnen voorspellen om vandaag de dag goede vastgoedprojecten te maken? Ik denk van niet, maar dan moeten zowel ‘publiek’ als ‘privaat’ wel bereid zijn om de planontwikkeling op stedelijke knooppunten met elkaar anders en beter te doen.

 

In deze blog noem ik drie onderwerpen waarop ik concrete verbeteringsmogelijkheden zie om meer waarde toe te voegen aan dit type ontwikkellocaties:

  1. Mensgerichte conceptuele visies
  2. Adaptieve gebouwen
  3. Lange termijn business cases

 

Mensgerichte conceptuele visies

Om steden zich succesvol te kunnen laten ontwikkelen is visie nodig. Niet alleen vanuit de overheid maar zeker ook vanuit de markt. Voor ontwikkelopgaven op stedelijke knooppunten vraagt dat in de eerste plaats dat partijen stil staan bij het ‘waarom’. De Golden Circle van Simon Sinek is dan ook net zo relevant voor organisaties in de vastgoedsector als voor die in bijvoorbeeld telecom, energie of life sciences. Bedrijven die redereneren vanuit het waarom zijn immers succesvoller dan bedrijven die dat niet doen. Mijns inziens is dat voor vastgoed en gebiedsontwikkelingen niet anders.

 

Afbeelding 

Afbeelding van de “Golden Circle” – start ontwikkelopgaven vanuit het ‘waarom’ in plaats van uit het ‘wat’.

 

In de tenders voor de ontwikkellocaties van bijvoorbeeld het Noordgebouw en het Zuidgebouw in Utrecht en Coulissen West in Breda, dagen wij marktpartijen daarom uit om eerst hierover na te denken en hun visie en concept daarop te baseren. De (ruimtelijke) uitwerking komt daarna pas. Het gaat daarbij om het beantwoorden van vragen als: Wat zijn de kenmerken van deze stad (geografie, demografie, economie)? Wat is de kracht van juist dit gebied? Welke mensen gaan straks van deze plek gebruik maken? Hoe willen deze mensen wonen, werken en ontspannen? Waar ontmoeten ze elkaar? Hoe verplaatsen ze zich? En wat betekent dat vervolgens voor het vastgoed en voor de buitenruimte? Het gaat er daarbij niet om 50 jaar vooruit te kunnen kijken. Wel wordt inlevingsvermogen in de mens en in de stad gevraagd. Door van daar uit te starten ontstaan vaak ‘logische’ projecten met toegevoegde waarde voor de stad.

 

Toch leert de ervaring dat dit in de praktijk voor niet alle marktpartijen gesneden koek is. Sterker nog, ik ben van mening dat veel marktpartijen zich op dit gebied nog flink kunnen ontwikkelen. Dat vraagt onder meer de bereidheid om andere disciplines / competenties in hun ontwikkelteams op te nemen. Hoeveel marktpartijen kent u die in eerste instantie in plaats van met (alleen) een architect aan tafel komen met bijvoorbeeld een sociaal-geograaf of econoom? Ik kom graag met ze in contact.

 

Afbeelding 

Afbeelding: pagina uit de ‘krant’ van ABC Vastgoed, de winnaar van de markttender voor het Zuidgebouw

 

Vorige week zijn de plannen voor het Zuidgebouw in Utrecht gepresenteerd. Net als eerder het winnende plan voor het Noordgebouw deed, levert ook dit ontwikkelproject wat mij betreft het bewijs dat de bovenstaande ambitie niet teveel gevraagd is. Laat deze voorbeelden een bron van inspiratie zijn voor andere marktpartijen.

 

Adaptieve gebouwen

Vastgoed is geen wegwerpartikel. Goede gebouwen hebben een levensduur van meerdere decennia. Voor gebieden geldt eigenlijk hetzelfde. Wat zeker is, is dat tijdens deze levensduur de wereld en ons leven zullen veranderen. Sommige veranderingen kennen een exponentieel verloop, bijvoorbeeld op het gebied van ICT. Gezien het tempo waarin sommige veranderingen plaatsvinden is het dus onmogelijk om te voorspellen hoe de wereld er over pakweg 50 jaar uitziet. Maar het vastgoed dat we morgen bouwen, dient in 2065 nog wel gebruikt te worden. Kortom, dit vraagt om gebouwen die zich aan kunnen passen aan toekomstige veranderingen. De klassieke Amsterdamse grachtenpanden worden vaak als succesvol voorbeeld genoemd. Het idee is dus niet nieuw, en de uitwerking ook niet. Toch wordt dit type vastgoed vandaag de dag maar mondjesmaat gerealiseerd.

 

Afbeelding 

Afbeelding: Amsterdamse grachtenpanden als succesvol voorbeeld van adaptieve gebouwen

 

Gelukkig zijn er wel actuele voorbeelden, zoals het bouwconcept ‘solids’. Deze duurzame gebouwen zijn dankzij een slim ontwerp geschikt om tijdens hun levensduur op verschillende wijze gebruikt te worden; bijvoorbeeld als woning, kantoor, atelier of productieruimte. Om dit type vastgoed op steeds meer plekken mogelijk te maken moeten nog wel een aantal uitdagingen overwonnen worden. Van gemeenten vraagt dit bijvoorbeeld om flexibiliteit op te nemen in hun bestemmingsplannen. Het gebruik van het vastgoed moet immers ook binnen de 10-jaars periode van het bestemmingsplan van kleur kunnen verschieten. Dat vraagt in ieder geval een meedenkende en actief faciliterende houding van de gemeente. Niet ‘nee tenzij’ maar ‘ja mits’ dient daarbij het credo te zijn wat mij betreft. Mogelijk is dat niet voldoende en moet ook het ruimtelijke ordeningsinstrumentarium aangepast worden. Want tegelijkertijd vervaagt ook het traditionele onderscheid tussen functies en zien we steeds vaker mengvormen ontstaan tussen bijvoorbeeld wonen en hotel en tussen horeca en retail. Ook deze ‘blurring’ van functies dwingt overheden om mee te veranderen.

 

Het (vaker) realiseren van dit type vastgoed vraagt ook van beleggers om verandering. In potentie kan de business case van flexibel vastgoed ook voor hen zeer interessant zijn. Potentiële leegstand kan immers door een invulling met andere functies worden opgevangen. De opgave voor beleggers ligt er dan ook in om de aankoop van dit type vastgoed mogelijk te maken, zonder dat daar zware PvE’s en dito besluitvormingstrajecten voor nodig zijn. Het zou mooi zijn wanneer de komende jaren door beleggers met een paar goede pilots op dit gebied geëxperimenteerd kan worden.

 

Lange termijn business cases

Een derde punt waarop ik verbeteringsmogelijkheden zie op het gebied van toekomstgerichte planontwikkeling is financieel van aard. Wat mij betreft is de wijze waarop we in Nederland financieel sturen op vastgoedontwikkeling (nog) te veel gericht op de korte termijn. Dat geldt enerzijds voor ontwikkelaars en bouwers, maar ook voor gemeenten. Bij ontwikkelprojecten is het voor gemeenten gebruikelijk om marktpartijen in financiële zin met name te beoordelen op een eenmalige opbrengst (grondprijs). En dat is vreemd aangezien de doelstellingen van gemeenten toch vaak gericht zijn op de lange termijn. Werkgelegenheid, woonkwaliteit, sociale veiligheid, levendigheid, duurzaamheid, toekomstbestendigheid; allemaal aspecten die ook na het overmaken van de grondprijs relevant blijven. Wanneer gemeenten dus vragen om opbrengsten op lange termijn, dan hoort daar mijns inziens ook een ander soort business case bij. Dat hoeft echt geen uitgebreide MKBA te zijn, maar wel een financieel instrument dat verder kijkt dan alleen de grondexploitatie. In ontwikkeltenders wordt het hierdoor mogelijk om te kiezen voor de marktpartij die de meeste waarde voor de stad creëert. Dat is niet altijd hetzelfde als de hoogste grondprijs. Al is mijn ervaring dat bij plannen die in de breedte goed in elkaar zitten ook de grondprijs vaak goed scoort. Voor marktpartijen betekent dit dat het vermogen om waarde toe te voegen aan een ontwikkeling steeds belangrijker wordt.

 

En dit brengt mij in feite weer terug bij mijn eerste verbeterpunt (mensgerichte conceptuele visies). Voor de ontwikkellocaties op stedelijke knooppunten zie ik voor marktpartijen én gemeenten kansen om daar - meer dan nu - waarde aan toe te voegen. Dat begint bij een goede (mensgerichte) analyse van de vraag en het vertalen daarvan in een bijbehorende visie / concept. Wanneer deze basis staat vraagt dit vervolgens een krachtige ‘executie’ hiervan. Juist in deze fase kunnen zowel de marktpartijen als gemeenten mijns inziens hun echte toegevoegde waarde naar elkaar laten zien. Voor de markt betekent dat onder meer het beantwoorden van vragen als: Welke gebruikers contracteren we en welk type vastgoed realiseren we voor hen? Voor de gemeente betekent dit onder meer: Hoe maken we de benodigde programmatische flexibiliteit mogelijk in ruimtelijk-planologische zin? En voor beiden: Hoe passen we onze business cases aan van ‘eenmalig afrekenen op grondprijs’ naar ‘afrekenen op toekomstige waarde’?

 

De praktijk wijst uit dat het proces van waarde toevoegen aan ontwikkelprojecten voor zowel gemeenten als marktpartijen op dit moment nog een behoorlijke zoektocht is. Echter, de veranderingen in de wereld dwingen de organisaties die willen ‘overleven’ om mee te veranderen. Gelukkig zijn de goede voorbeelden inmiddels beschikbaar. Dus de partijen die dat echt willen kunnen op basis daarvan ook hun eigen organisatie hierop doorontwikkelen. Laat die kans voor zowel ‘publiek’ als ‘privaat’ een goed voornemen zijn om  mee verder te gaan.

    

Maarten Kievits, maart 2016

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingRotterdam

Beurs WTC 21st floor

Beursplein 37, 3011 AA Rotterdam

The Netherlands

T   +31 10 300 6000

E   info@fakton.com

www.fakton.nl

 

Postadres

PO Box 30188, 3001 DD Rotterdam

The Netherlands

Meer nieuws

Whitepapers van Fakton

Afbeelding


Afbeelding


Afbeelding


Afbeelding