Effectievere raadsleden: doorbreek het taboe
De roep om een stevig bestuur is legitiem. Gemeenten voeren meer taken uit met minder geld en experimenteren met een nieuwe rol. Dit onder het toeziend oog van kritische stemmers en een op incidenten gebrande media.
Ambitieuze en enthousiaste raadsleden geven vanuit betrokkenheid zo goed mogelijk invulling aan hun rol en verantwoordelijkheid. Zij boeken veel resultaat, maar we horen raadsleden ook zeggen dat zij nog onvoldoende effectief hun verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger waarmaken.
Media, wetenschap, maatschappij, bestuurders en ambtenaren laten zich met grote regelmaat kritisch uit over de effectiviteit van de raad. Het functioneren van ons hoogste orgaan is echter geen regulier gespreksonderwerp tussen raad, college, griffie en ambtelijke organisatie. De effectiviteit van de raad lijkt een ‘taboe’. We vinden er iets van, maar zijn niet in staat samen te bespreken hoe het anders kan. Ons hoogste orgaan is een orgaan geworden zonder reflectie.
Wij zien een aantal mechanismen dat het lokale bestuur minder krachtig maakt. Het zijn vooral raadsleden die deze elementen onderkennen, hoewel ze niet gelden voor elke raad of elk raadslid.
De veelheid aan onderwerpen op de bestuurlijke agenda leidt ertoe dat de hoofdlijn van het beleid onvoldoende tot zelfs geen tijd krijgt. Het versnipperde politieke landschap leidt tot minder ruimte voor het inhoudelijke debat. Ook is de zichtbare verantwoording door raadsleden een prikkel tot inzet van ‘formele instrumenten’.
De raad roept om betrokkenheid aan de voorkant. Maar het college ziet op tegen ‘afrekening’ en wil daarom pas in gesprek als alle opties zijn uitgedacht. Gemeenten zijn niet meer standaard leidend in de uitvoering, dit vraagt een andere manier van kaderstellen en controleren. En dan is er nog de reactiepolitiek: incidenten worden niet gezien als uitzondering, maar zijn dominant voor het handelen van gemeenten.
Wij nemen de zelfkritiek van raadsleden serieus en vinden dat zij (net als college, griffie en ambtenaren) recht hebben op hulp bij hun functioneren. Zeker in een tijd van schaarse middelen waarin niets vanzelfsprekend is en waarin alles effectiever moet. Daarom roepen we op tot een dialoog; een dialoog waarin we durven te benoemen dat het anders kan en anders moet. Van daaruit kunnen we zoeken naar verbeteringen en oplossingen. Oplossingsrichtingen als nieuwe vergadermethoden, een netwerkanalyse, een onafhankelijk observator of voorzitter, verbeteren van het proces van de stukkenstroom, het hanteren van een strategische agenda of het flexibiliseren van de agendasetting.
Janneke Oudenhoven en Ilse Hofland werken als organisatieadviseur en Joscha de Vries is directeur bij adviesbureau Hiemstra & De Vries
Reactie op dit bericht