of 59045 LinkedIn

Dilemma's voor de jeugdhulp van de toekomst

Gea de Jong 2 reacties

In de eerste honderd dagen na de invoering van de jeugdwet op 1 januari 2015, zijn gelukkig geen acute problemen ontstaan. Desondanks liggen er voor de jeugdhulp van de toekomst een aantal dilemma's, die vroeg of laat tot problemen zullen gaan leiden als ze niet de volle aandacht hebben.

Voor de komende jaren zijn forse bezuinigingen ingeboekt op het jeugdhulpbudget. Hierdoor zullen jeugdhulpinstellingen steeds meer moeite krijgen hun hoofd boven water te houden en zullen ze geen tijd en energie hebben om prioriteit te leggen bij de innovatie van de jeugdhulp. Door de stapeling van bezuinigingen de komende jaren zal bovendien steeds meer weerstand ontstaan bij de jeugdhulpaanbieders om mee te bewegen en mee te denken met de gewenste innovatie. Daar komt bij dat de innovatie naar geïntegreerd, wijkgericht werken met inzet van 'eigen kracht', waar veel gemeenten op papier voor hebben gekozen, in de praktijk nog grotendeels vorm moet krijgen. Veel van de benodigde veranderingen zijn nog nauwelijks bediscussieerd met degenen die ze daadwerkelijk moeten gaan uitvoeren. Naast het opstellen van een transformatie agenda waar veel gemeenten nu mee bezig zijn, is het daarom hoog tijd voor dialoog met de uitvoerders van de jeugdhulp om de overgang naar geïntegreerde wijkgerichte jeugdhulp goed te laten landen in de praktijk.

 

Een tweede dilemma is dat door de invoering van de jeugdwet, we overgaan van het precies vastleggen van de jeugdhulp waar iemand recht op heeft, naar het bieden van de jeugdhulp die nodig is. Gevolg daarvan is dat er verschillen zullen ontstaan tussen de hulp die mensen krijgen. Dit staat haaks op de maatschappelijke tendens om te krijgen waar je recht op hebt, en de behoefte om te komen tot steeds verdere aanscherping van regels. Een uitweg uit dit dilemma is, om op alle niveaus van de jeugdhulpverlening zorgvuldig het gesprek te voeren over wat nodig is en wat mogelijk is, en in die gesprekken het vertrouwen te geven dat het kind centraal staat.

 

Om te komen tot ontbureaucratisering, kiezen sommige gemeenten er voor om de niet-vrij toegankelijke, gespecialiseerde jeugdhulp open te stellen met een behandelplan dat door een jeugdhulpprofessional is opgesteld. Andere gemeenten kiezen er voor om het voormalige Bureau Jeugdzorg (BJZ) te vervangen door een gemeentelijk 'bureau jeugdzorg' dat de slagboom naar de gespecialiseerde jeugdhulp pas openzet nadat er een beschikking is opgesteld die de functie heeft van de voormalige indicatiestelling door BJZ . Weer andere gemeenten kiezen voor een mengvorm, waarbij een behandelplan of verwijsbriefje moet worden bekrachtigd door een formele beschikking van de gemeente. De komende tijd zullen alle gemeenten in de praktijk hun toegangsproces verder moeten vormgeven en moeten leren wat werkt en niet werkt, en moeten nagaan of het afgeven van beschikkingen zinvol is.

 

Veel gemeenten kiezen voor toegang tot de gespecialiseerde jeugdhulp via een wijkgerichte aanpak. Daarnaast mogen volgens de jeugdwet ook huis- en jeugdartsen met een verwijsbriefje rechtstreeks toegang verlenen tot de gespecialiseerde jeugdhulp. Bij het afgeven van zo'n verwijsbriefje hebben huis- en jeugdartsen niet de tijd en het overzicht om te zorgen voor een geïntegreerde, wijkgerichte benadering en de inzet van 'eigen kracht'; en ook na afloop van de gespecialiseerde jeugdhulp ontbreekt hen de tijd om te zorgen voor afschaling naar de wijkgerichte jeugdhulp. Wanneer de gemeentelijke toegang tot de gespecialiseerde jeugdhulp verloopt via een langdurig indicatiestelling- en beschikkingentraject, dan is de kans groot dat veel ouders kiezen voor de route via de huis- of jeugdarts, met als gevolg dat van de gemeentelijke, geïntegreerde wijkgerichte jeugdhulp niet veel terecht komt. Het is daarom nodig de gemeentelijke route tot de gespecialiseerde jeugdhulp en de route via de huis- en jeugdartsen met elkaar te verbinden en er voor te zorgen dat beide routes aan elkaar gelijkwaardig zijn en even snel verlopen.

Gea de Jong, procesmanager en onderzoeker transformatie sociaal domein bij JeugdhulpDichtbij

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door A Meerding op
Geen acute problemen? Wat was er ook al weer aan de hand in Rotterdam met Bureau Frontlijn? En in Heerlen met het wijkteam?
Door Bert op
"In de eerste honderd dagen na de invoering van de jeugdwet op 1 januari 2015, zijn gelukkig geen acute problemen ontstaan."

Wat noemt men geen acute problemen?
*PGB hulpverleners die al 4 maanden geen salaris hebben gehad?
*PGB houders die al vanaf september 2014 met gemeenten communiceren of hun hulp door de gemeenten georganiseerd moet worden of onder de WLZ valt. Die een half jaar van het kastje naar de muur gestuurd worden en dat nog 7 maal, tot de gemeente er in maart 2015 achter kwam dat zij het toch wel moesten organiseren, maar nog niet wisten hoe en deels nog steeds niet weten. Dit opgelost is door een nieuwe jeugdwerker vanuit het principe: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan, maar het zal opgelost worden ook al klopt er nog niets van.
*Mensen in wijkteams die geen voldoende ondergrond hebben om de juiste signalen op te vangen dan wel via communicatie te krijgen, waardoor veel te lang zelf gekeken wordt of niet voldoende gedaan wordt met als gevolg veel meer crisissen, zoals in Gelderland?
*Kinderen en ouders in crisis, omdat in sommige gemeenten mensen in de wijkteams lopen die niet geremd door kennis, kunde en ervaring, maar met veel enthousiasme en goede bedoelingen mensen willen helpen, deze kinderen en verzorgers van de wal in de sloot helpen.
*Het ontbreken van professionaliteit.
*Het blijven roepen: we zijn in een leerproces, terwijl de kennis in Nederland inmiddels professioneel genoemd mag worden, maar er veel professionals ontslagen zijn of niet op de juiste plaatsen werken.
enz. enz. enz. zie verder het verslag van de Kinderombudsman.

In mijn beleving zijn dit wel acute problemen die voorzien zijn en jammer genoeg uitgekomen zijn.
Als je meer crisissen niet als acute problemen ziet, dan kun je niets fout doen in je eigen ogen. Ik denk dat de heren die deze woorden hebben gesproken, dan wel onderschrijven, hun straatje koste wat kost schoon willen houden of blind zijn geworden voor realiteit. Elkaar continu vertellen dat het zo ontzettend goed gaat, elkaar versterken dat zij geweldig bezig zijn met het redden van het land, maar achter hun rug zijn een aantal kinderen en verzorgers en de dupe.

Vooral niet naar achter kijken, maar naar voor, dan blijf je in jezelf geloven en ziet de ellende achter je niet.

De eerste tientallen jeugdzorgwerkers hebben inmiddels bij diverse gemeenten hun ontslag al ingediend, omdat ze in deze organisatorische puinhoop niet hun werk kunnen doen. Zij zijn meer bezig met de ICT die nog niet op orde is en welk formulier voor welke aandoening voor welke instantie voor welke vorm van hulpverlening nodig is, hier niet achter kunnen komen, omdat de gemeente dit systeem nog aan het ontwikkelen is.
De Jeugdzorgwerker valt onder het tuchtrecht, maar de gemeenten hebben geen gereedschappen klaarliggen om dit werk goed te kunnen doen, maar de jeugdzorgwerker komt voor de tuchtrechter als er ongelukken gebeuren of klachten worden ingediend.
"In de eerste honderd dagen na de invoering van de jeugdwet op 1 januari 2015, zijn gelukkig geen acute problemen ontstaan."
Dit zijn acute problemen die alleen opgelost kunnen worden als zij als problemen worden gezien.