of 59221 LinkedIn

Grootste digitale dreiging komt niet van de Rus

August Hans den Boef en Rinke Smedinga Reageer

Brigadier-generaal Wilfred Rietdijk betoogde op 29 augustus in de Volkskrant dat er snel een organisatie opgetuigd moet worden om digitale dreigingen uit het buitenland in kaart te brengen. Alle ministeries moeten daar volgens hem bij betrokken worden. 

Traditionele tegenstanders van de westerse wereld als Rusland, China en Iran concentreren zich volgens Rietdijk via digitale technieken op de zwakke kanten van onze samenleving. Deze informatieoorlog ziet hij als een grote bedreiging voor de democratie. Terecht, maar zijn analyse is verre van compleet. Want de informatieoorlog kent nog een tweede front. De grootste digitale dreiging voor Nederland komt uit onverwachte hoek: van ons parlement. Dat weigert al decennia om de afhankelijkheid te beperken van ICT-bedrijven aan wie de overheid haar digitalisering heeft uitbesteed.

 

Daarmee raakt de overheid in een chantabele positie. Bedrijven kunnen failliet gaan of in handen komen van slechteriken. Dat is een gegeven. De grote jongens in de ICT-markt worden hiermee ‘to big to fall’. Want als zij failliet gaan kan de overheid niet meer bij haar informatie en zijn de maatschappelijke consequenties daarvan niet te overzien. Hedgefondsen weten dit. Met een meerderheidsbelang in marktleiders kunnen ze de afhankelijkheidsrelatie van de overheid blijven uitmelken en kan die weinig anders dan onze blauwe portemonnee weer te trekken. Als voorheen bij de banken.

 

De groeiende afhankelijkheid van bedrijven werd pijnlijk zichtbaar. Zo was er de verkoop van het IT-bedrijf FOX-IT, dat Nederlandse staatsgeheimen versleutelt en beveiligt. Ondanks zorgen bij de inlichtingendiensten kwam het concern uit Delft in november 2015 in handen van het Britse NCC Group. De Belastingdienst haalt de pers geregeld met ICT-perikelen. In de zogeheten Broedplaats had directeur Blokpoel de multinational Accenture feitelijk carte blanche gegeven om alle beschikbare data van Nederlandse burgers en bedrijven vrijelijk en ongecontroleerd in te zien. Een eerder voorbeeld was de dreigende verkoop in 2013 van KPN aan de Mexicaanse telecommiljardair Carlos Slim.

 

De Nederlandse overheid heeft allerhande informatiesystemen die gebruik maken van de infrastructuur van KPN. Die zijn van belang voor de veiligheid en openbare orde. Die wil je niet laten bungelen onder het imperium van een miljardair overzee. Minister Henk Kamp kwam februari dit jaar met een wetsvoorstel dat het kabinet aan de bevoegdheid zou moeten helpen om ongewenste buitenlandse overnames in de telecomsector tegen te gaan. De gevaren echter worden in zijn voorstel niet verkleind. Die zijn immers niet zozeer gelegen in de nationaliteit van de aandeelhouders, maar in het winstoogmerksprincipe van de ondernemingen. 

 

De digitale aanval op de democratie wordt al jaren door het parlement gefaciliteerd. Minister na minister neemt met ongepast genoegen de Big Brother Award in ontvangst voor het schenden van privacy. Klachten van burgers en ombudsmannen worden gebagatelliseerd. Adviezen van ministeriële commissies genegeerd. Zelfs nu de inning van belasting door ICT-problemen in gevaar komt, gaat het rode lampje in Den Haag nog niet knipperen. Extra geld brengt geen oplossing zolang ingehuurde ICT-bedrijven baat hebben bij mislukte projecten en een inefficiënte overheid.

 

Kortom, de overheid moet om veiligheidsredenen een deel van haar automatisering weer zelf ter hand nemen. De huidige kabinetsformatie biedt een uitstekende gelegenheid om daarmee te beginnen.

 

August Hans den Boef en Rinke Smedinga

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.