of 59054 LinkedIn

'Gemeenten moet duurzaamheidscriteria datacenters helder hebben'

Ben Timmer Reageer

De datacenter-markt in Nederland groeit nog steeds flink. Ongeveer 50 procent van de datacenters in Nederland verwacht in de komende vijf jaar nieuwe faciliteiten te gaan bouwen. Ben Timmer roept gemeenten op om lokale regelgeving beter af te stemmen.

Om de benodigde vergunningen voor de bouw hiervan te krijgen, moeten datacenter-leveranciers voldoen aan een toenemend aantal criteria die door lokale gemeenten worden opgesteld. Hierbij speelt duurzaamheid terecht een centrale rol. Gemeenten moeten de duurzaamheidscriteria, waar ze de specialisten aan willen houden, heel helder voor ogen hebben. Daar zit nu net de crux.

Datacenterspecialisten houden zich aan internationale standaarden voor de ontwikkeling van nieuwe faciliteiten. Voorbeelden zijn die van het Uptime Institute, ASHRAE, of internationale overeenkomsten zoals de EU Code of Conduct of het Kyoto-verdrag. De meest gebruikte standaard is PuE (Power Usage Effectiveness). Deze standaard was ook de basis voor afspraken die de Nederlandse overheid maakte in de MeerJarenAfspraken. De definitie van PuE kent echter verschillende vrijheidsgraden en laat dus ruimte voor verschillende interpretaties. Hierdoor is het aanbod van datacenter-leveranciers voor klanten en voor overheden die duurzaamheid nastreven, moelijk te vergelijken.

De datacenter-markt is lokaal van aard. Met 63 procent van het totale aantal datacenter-vloeren is Amsterdam met afstand de grootste regio. Daarnaast zijn er grote concentraties rond Rotterdam, Eindhoven, Groningen en Twente (Overijssel). Lokale overheden zijn, met het oog op de groeiende datacenter-activiteiten, begonnen om specifieke lokale criteria voor datacenters vast te leggen. In een poging om meer grip te krijgen op de energie-efficiëntie-specificatie van datacenters, heeft een aantal gemeenten daarom de definitiegevoelige PuE vereiste laten vallen, en het gebruik van ‘vrije koeling’ als verplichting opgenomen.

Een niet eenduidige standaard vervangen met een heel concrete koelmethode lijkt een weloverwogen en praktische beslissing, maar ik vrees dat gemeenten de baby met het badwater weggooien. Het gebruik van ‘vrije koeling’ op zich is namelijk geen garantie voor een energie-efficiënt datacenter. Energie-efficiëntie is de som van een hele set aan maatregelen om het energieverbruik van een datacenter te beperken. Hieronder vallen, om er een paar te noemen, de apparatuur, monitoring-tools, warme en koude gangen, hergebruik van warmte en gebruikte koelmethoden.

En, ook al zou het loslaten van PuE vooruitgang zijn, de noodzaak voor betere afstemming van Europese verdragen, landelijke afspraken en lokale regelgeving wordt steeds groter.

 

Bouwen voor de toekomst - stapje voor stapje

Een datacenter bouwen is per definitie een lange termijn-verplichting, waarbij investeringen die nu worden gedaan, ten minste tien jaar moeten meegaan. Het plotseling  vervangen van de ene niet eenduidige datacenter-standaard door een andere is een verspilling van energie als duurzame datacenters het streven is. Laten we die energie gebruiken om kleine stapjes vooruit te zetten.
 

Allereerst door de manier waarop energie-efficiëntie berekend zou moeten worden, nauwkeurig te specificeren, en ons eraan te verbinden voor een langere periode. Een volgende stap voor bedrijven die overwegen hun activiteiten aan de cloud toe te vertrouwen, is het bieden van meer helderheid wat betreft de eigendomskwestie in het geval een cloud-aanbieder failliet gaat.
 

Het doel is een duurzaam datacenter–ecosysteem, waarbij iedereen wint, gemeenten en hun inwoners, datacenterleveranciers en hun klanten. Het bouwen daarvan moeten we samen doen, stapje voor stapje. 

Ben Timmer, country operations manager datacenter services bij Colt. 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.