of 59045 LinkedIn

Wordt privacy een Data Morgana?

Privacy is een versleten begrip. Net als transparantie. De dimensies die beide woorden aanduiden zijn veel groter dan wat de meeste van ons zich tot voor kort daarbij voorstelden. Het is alsof de stickers op je brievenbus ‘Nee! Tegen ongevraagd drukwerk!’ je zouden beschermen tegen hackers.

Alsof transparantie alleen iets te maken zou hebben met fatsoen of good governance. Zonder te vervallen in datafobie, denk ik dat onze verhouding tot data geheel nieuwe instincten en reflexen van ons vraagt. Die maken straks het verschil of wij leven in een Datacratie of een Datatuur. Of wij overgeleverd zijn aan Dataïsme, of dat wij over een paar decennia terugkijken op ons naïeve geloof in Data Morgana’s. We zitten domweg in het begin van een ontluikend bewustzijn van de kracht en macht van data, bewustzijn van de mate waarin we zelf aan het stuur zitten, of gestuurd wórden zonder enig idee door wie en hoe.

 

Alle lezers van Binnenlands Bestuur en ambtenaren hebben hiermee te maken en ik ook vanuit mijn uitkijkpost als Algemeen Rijksarchivaris. Ik word dagelijks geconfronteerd met de dilemma’s van openbaarheid versus privacy. Veel van die dilemma’s hebben te maken met opslag en toegang tot digitale informatie, bijvoorbeeld e-mails, sociale media en algoritmes. Om koers te bepalen kan het helpen dat ook in het papieren tijdperk dezelfde dilemma’s speelden en spelen.

 

Een interessant voorbeeld deed zich de afgelopen weken voor rond de vermeende toedekking van een ‘belastingdeal’ met het koninklijk huis uit de jaren zeventig. Of er überhaupt sprake was van een deal gaat onderzocht worden en dat is niet mijn competentie. Allereerst de vraag: is dit openbare of beperkt openbare informatie? Bij het geven van toegang tot archieven worden in sommige gevallen beperkingen opgelegd door de oorspronkelijke vormer van het archief.

 

Volgens onze Archiefwet kan dat om drie redenen: eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, onevenredige bevoor- of benadeling van de persoon of derden, dan wel veiligheid van staat en bondgenoten. Als die beperkingen niet of niet langer gelden zijn archieven vrij toegankelijk. Er bestaan in die zin geen permanent geheime overheidsarchieven in Nederland. Dat is een groot goed. De door RTL getoonde kopieën komen uit een archief waarop geen beperkingen rusten. Geen toedekking dus.

Een tweede veel lastiger vraag is of openbare toegankelijkheid van deze archieven en de daarin vastgelegde besluitvorming ten goede komt aan de democratie of juist ten koste gaat van wat veel ambtenaren benoemen als ‘beleidsintimiteit’.

 

Paul Frissen steunt die opvatting in ‘Het geheim van de laatste staat’. Vrije denk- en handelingsruimte is nodig om overheid en ambtenaren te hoeden tegen populistische waan van de dag. Vanuit een andere invalshoek benoemt de Wetenschappelijk Raad voor Regeringsbeleid in hun rapport[i] over Big Data het ‘chilling effect’ dat juist ontstaat doordat onduidelijk is welke data nu of in de toekomst worden gebruikt door de overheid. Steeds meer ingrepen van de overheid, zoals fraudebestrijding, jeugdzorg, rechtspraak, worden gebaseerd op data, analyses en toepassingen die niet publiek worden. Er ontstaat een ‘chilling effect’ als daardoor voorzichtigheid in publieke  meningsvorming ontstaat en dat gaat ten koste van de kwaliteit van de democratie.

 

Als openbare archiefinstelling  balanceer je vaak op het scherpst van de snede. Toegang tot informatie is broodnodig voor het publieke debat. Archiefinstellingen zoals het Nationaal archief moeten zorgen voor 
een gelijk speelveld waarin burgers net zoveel toegang hebben tot informatie als de overheid, maar zonder ambtenaren vrije denkruimte te ontzeggen. Het is een delicate taak om daarin het evenwicht te bewaken.
 

Marens Engelhard



[i] WRR, Big Data in een vrije en veilige samenleving, Amsterdam University Press, 2016

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.