of 59054 LinkedIn

Wat is waar?

Vroeger (en nu klink ik echt oud) presenteerde Henk Westbroek op 3FM een programma waarin luisteraars het spel ‘Wat is waar?’ (langzaam uitspreken met diepe basstem) speelden. De luisteraar moest raden welke van de drie vaak absurde of grappige stellingen waar was.

De vraag ‘Wat is waar?’ kwam onlangs bij mij op toen ik het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens las over het gebruik van toestemming in het sociaal domein. Ik had namelijk de beleidsvisie: ‘Zorgvuldig en bewust, gegevensverwerking en privacy in een gedecentraliseerd domein’ in mijn achterhoofd. In de beleidsvisie wordt gesteld dat ‘wet- en regelgeving voldoende ruimte biedt om de noodzakelijke gegevensverwerking bij integrale dienstverlening plaats te laten vinden.’ De AP merkt in haar rapport op dat geen overkoepelende regeling is voor het domeinoverstijgend uitvoeren van de taken in het sociaal domein en wijst daarbij naar de wetgever.

 

Tja. Wat is waar?

 

Er is wel vaker discussie tussen de wetgever en de Autoriteit. Het ministerie zegt: kan wel, kijk maar staat in de wet. De AP zegt: nee hoor, kan niet, staat niet in de wet. Dit speelde ook bij de discussie die heeft geleid heeft tot de Veegwet VWS 2015, waarin de bepaling is aangepast die ging over het verstrekken van persoonsgegevens door jeugdhulpverleners aan de gemeente ten behoeve van de financiering. De wetgever is toen overstag gegaan en heeft de wet duidelijker geformuleerd.

 

Nu laait de discussie weer op. Op het eerste gezicht lijken de wetgever en de Autoriteit haaks op elkaar te staan. Ik denk echter dat beide stellingen in dit geval wel naast elkaar kunnen blijven bestaan. Er is geen overkoepelende regeling waarin staat dat de gemeente vanuit de publieke taak gegevens integraal mag delen (alles standaard op één hoop). Wel is het mogelijk om in sommige gevallen de noodzakelijke gegevens domeinoverstijgend te delen, dus per geval bekeken. De AP zegt hier gelukkig over (p. 13) dat het in het geval van hulpverleningstaken wel kan gaan om domeinoverstijgende verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van het specifieke doel uit die wet, al dan niet met toestemming om de een geheimhoudingsplicht te doorbreken.
 

Het is dus allebei waar: vanuit de publiekrechtelijk taak kunnen gegevens niet integraal gedeeld worden, vanuit een hulpverlenerstaak wel, als dat noodzakelijk is voor de hulpvraag.
 

Het is en blijft echter vervelend dat wetgever en toezichthouder niet meewerken aan de duidelijkheid en elkaar soms echt tegenspreken. De toezichthouder interpreteert de wet altijd behoorlijk strikt, zo ook in haar laatste rapport. Het is een uiteenzetting waar juridisch geen speld tussen is te krijgen, maar waarbij ik mij wel afvraag hoe het kan dat degene die de wet geschreven heeft er een andere bedoeling mee heeft gehad. Wat is nu waar? Wie heeft gelijk? Ik heb inmiddels uit betrouwbare bron vernomen dat er plannen zijn om de materiewetten toch aan te passen. Kan de wetgever meteen even de Privacyverordening in de materiewetten verwerken. Die gaat immers over een paar dagen in.

Meer columns van Wolfje Mijnders zijn hier te vinden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.