of 59250 LinkedIn

Dertig dozen en duizend rijstvelden

Mijn familie heeft dertig dozen met ongesorteerd papier van mijn moeder staan. Wat gaan we ermee doen? Mijn familie kijkt naar mij, de archivaris. Jij hebt er toch verstand van? In een regenachtig weekend ben ik begonnen. Aan het eind was ik vijf dozen verder, maar had nog geen ordeningsplan en heb alles teruggestopt. 

Als een amateur werd ik gegrepen door brieven, foto’s en krantenknipsels. Niet vermoede familieleden, minuscule foto’s van allang gesloopte stoomboten in onbekende havens,  vergeten vakanties, berichten uit verre landen van geëmigreerde verwanten en vrienden. Je dacht het meeste te weten, maar wat verdwijnt er veel in de mist van het verleden. Dit vraagstuk staat bij archivarissen bekend als het vraagstuk van selectie. Een eufemisme voor het bepalen wat er weg mag en wat niet.

 

Maar wat is relevant, voor wie en wanneer? Er zijn geen objectieve criteria. Het verleden wordt geduid door de blik die wij erop werpen. Archieven moeten het vooral mogelijk maken er telkens nieuwe blikken op te werpen en daarom moet je zoveel mogelijk keuzes open houden. Blijven het dus dertig dozen? Abram de Swaan schreef afgelopen mei in de Groene Amsterdammer over het wonderlijke fenomeen dat in Nederland de scherpe kanten van ons koloniale verleden telkens opnieuw worden herondekt en opnieuw weggestopt. Iedere keer lijken wij weer voor het eerst te beseffen dat de strijd tegen de onafhankelijkheid van Ons Indie structureel met oorlogsmisdaden gepaard ging.

 

Mijn ouders waren naar eigen zeggen a-politiek. Mijn moeder, opgegroeid in Batavia en na de oorlog terug naar Indie als Marva, had het niet over politiek maar wel over haar kostschool in Brastagi aan de voet van de vulkaan. Thuis overheerste de liefde voor cultuur en kunst van Indonesië. Op feestdagen was er rijsttafel en als mijn ouders niet wilden dat we meeluisterden spraken ze simpel Maleis met elkaar. Wat zie ik in de dozen? Behalve de obligate zwartwit foto’s van veranda’s tussen de palmen, zie ik stapels en stapels vakantiefoto’s uit het laatste kwart van de vorige eeuw. Want talloze malen ging mijn moeder terug. Met rugzakje op reis om te zien wat er over was van de kostschool,  waar ze op huwelijksreis was geweest, naar de kraton van Solo, naar haar nog onbekende eilanden. En gewoon om te genieten van de warmte, de vertrouwde luchtjes en de mensen.  

 

Of probeerde ze ook meer te begrijpen van haar verleden en waarom het afgelopen was in 1948? Als ik de stapels foto’s doorneem, zie ik niet een foto van rijstvelden met karbouwen, maar ik zie er honderden. Niet een foto van een drukke pasar, maar dozijnen. Vanuit selectie oogpunt zou je de verdubbeling er meteen uit willen halen.  Alleen behouden wat representatief of uniek is. Maar misschien zijn het juist die aantallen die veelzeggend zijn. Als het onopgeloste raadsel van onze geschiedenis. We blijven kijken, maar zien er niet omheen. Eeuwen lang meenden we dat Indie onmisbaar was voor onze welvaart en dat we er recht op hadden. De generatie van mijn moeder groeide op in de vanzelfsprekendheid van Nederlands Indie. A-politiek zolang je je het kon permitteren. Totdat het in een paar jaar afgelopen was en we het er nooit meer over hadden.


History is not fair schrijft de Israëlische historicus Yuval Harari. Onrecht is er nu eenmaal en wordt zelden rechtgezet. Maar, om een ander te citeren, James Baldwin zegt in de net uitgekomen documentaire I am not your negro, dat het in de VS alleen maar slechter zal gaan zolang het morele onrecht van de slavernij niet verwerkt is. Hij zei dat in de jaren zestig na de moorden op Malcom X en Martin Luther King, maar het lijkt nog steeds uit te komen. Gloria Wekker stelt in White Innocence dat kolonialisme altijd doorsijpelt naar het moederland. Gedrag dat in de koloniën morele grenzen overschrijdt, vindt altijd zijn weg overzee en werkt daar door.

 

Hoe meer het genegeerd wordt des te langer blijft het merkbaar. Dat is een pijnlijke boodschap voor ons die hopen vrij te zijn van vooroordelen en superioriteitsgevoel. Het is al zeventig jaar geleden, maar het lijkt wel steeds actueler te worden. Mijn moeder probeerde de band die ze, a-politiek maar toch beladen, voelde met Indie vorm te geven door haar reizen en foto’s. Maar hoe? We kunnen het niet meer vragen. Dat moeten wij zien te duiden. Toch maar houden, die dertig dozen met duizend rijstvelden.

 

Herkent u dit vraagstuk vanuit uw eigen werkomgeving? Hoe breng je achteraf orde aan in ongeordend archief en hoe ken je waarde toe aan documenten en context. Laat dit mij weten op marens.engelhard@nationaalarchief.nl of ander mailadres? Dan zal ik daar in een volgende column graag dieper op ingaan.

Marens Engelhard, Algemeen Rijksarchivaris

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Frank Zuylen (gepensioneerd stedebouwkundige) op
Beste Marens, ik herken wel iets van je vragen. Het is extra moeilijk voor jou persoonlijk omdat het materiaal een weerspiegeling vormt van wat jouw moeder van belang vond om te bewaren. Wellicht is het nuttig om een derde in te schakelen, een collega misschien, iemand die weet wat selecteren betekent, maar die voldoende afstand heeft tot het materiaal. Misschien dat hij of zij een eerste ordening kan aanbrengen en vervolgens schift. En ik denk dat je er de tijd voor moet nemen. Mijn eigen ervaring met opruimen van persoonlijke archieven (als ze die naam al mochten hebben) is dat het een iteratief proces is. Om de twee of drie jaar nam ik, onder druk van ruimtegebrek, het bewaarde materiaal weer door en wist toch weer wat weg te doen. Maar het was mijn eigen materiaal, het had te maken met mijn eigen persoonlijke geschiedenis. "Wil ik dit nog doorgeven?" In het geval met het archief van je moeder ligt dat anders, dat begrijp ik. Misschien helpt het als je bij het beoordelen van het materiaal je de vraag stelt: "Kan een ander er nog iets mee?"