of 59045 LinkedIn

Helft gemeenten wil verblijf arbeidsmigrant weten

Bijna de helft van 199 gemeenten wil graag weten wat de actuele verblijfplaats is van niet-ingezetenen, zoals arbeidsmigranten. De informatie kan voor gemeenten van waarde zijn bij zaken als overbewoning, rampenbestrijding en belastingheffing. Dat blijkt uit een evaluatie van Bureau Berenschot op verzoek van het ministerie van BZK.

Bijna de helft van 199 gemeenten wil graag weten wat de actuele verblijfplaats is van niet-ingezetenen, zoals arbeidsmigranten. De informatie kan voor gemeenten van waarde zijn bij zaken als overbewoning, rampenbestrijding en belastingheffing. Dat blijkt uit een evaluatie van Bureau Berenschot op verzoek van het ministerie van BZK.

Geen accuraat beeld van niet-ingezetenen

Sinds de inwerkingtreding van de Wet BRP in 2014 is het voor gemeenten mogelijk om de verblijfplaats van niet-ingezetenen te registreren. Momenteel wil de helft van de gemeenten die informatie hebben, met name de grotere gemeenten, zo blijkt uit het rapport. Bij het ontbreken van informatie over de actuele verblijfplaats is er zowel bij gemeenten als uitvoeringsorganisaties van het Rijk geen accuraat beeld van waar een niet-ingezetene zich bevindt. Deze informatie kan van pas komen bij gemeentelijke handhavingstaken. De meeste medewerkers van Burgerzaken zien de mogelijkheid van registratie van niet-ingezetenen als een vooruitgang. Voor de Wet BRP in werking ging, werd er namelijk niets geregistreerd in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Uitvoeringsorganisaties van het Rijk hielden wel een eigen registratie bij van arbeidsmigranten, maar een accuraat beeld van de actuele verblijfplaats levert dat niet op.
 

Prikkel om adres bij te houden verhogen
Arbeidsmigranten zeggen vooraf vaak minder dan de maximaal toegestane vier maanden in Nederland te verblijven, maar verdwijnen vervolgens van de radar. Dit zorgt voor problemen bij het innen van (lokale) belastingen en met rampenbestrijding. Burgerzaken gaven in het gesprek met Berenschot aan graag niet-ingezetenen te kunnen wijzen op de mogelijkheid om zich in te schrijven. Ook wensen de medewerkers van Burgerzaken dat betrokken personen sterker geprikkeld worden om hun actuele adres bij te houden. Een dwangmiddel, zoals een na vier maanden aflopend BSN zou dat kunnen zijn.
 

Overige conclusies over Wet BRP
Berenschot hield voor het onderzoek een enquête bij Burgerzaken-medewerkers van 199 gemeenten. Ook vonden er groepsgesprekken plaats met de medewerkers van Burgerzaken en afnemers van de BRP. In het onderzoek kwamen uiteindelijk negen resultaten naar voren. Daaruit blijkt onder meer dat veel gemeenten nog geen besluit hebben genomen over de bestuurlijke boete voor het niet nakomen van verplichtingen ten aanzien van de Wet BRP. Door de meesten wordt aangegeven dat er ‘andere prioriteiten’ zijn. Gemeenten die het wel hebben gedaan geven aan dat de kwaliteit van de BRP verbetert met name door de preventieve werking van dreiging met een boete, met name bij het aanleveren van bescheiden door burgers. In het rapport wordt ook ingegaan op het verplicht aanstellen van toezichthouders voor naleving van de Wet BRP en de verlengde minimale bewaartijd door Burgerzaken van bescheiden over verstrekkingen van persoonsgegevens.
 

Lees het gehele rapport met alle evaluaties hier.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Relevante Parlementaire Dossiers