of 59232 LinkedIn

Nederland Openlijk in Verwarring

Door de discussie over open standaarden verliest de overheid zicht op waar het echt om gaat: interoperabiliteit. Dát zou toch prioriteit moeten krijgen, boven de (vooral politieke) discussie over ODF of OXML. Want alleen dan worden maatschappelijke problemen effectief aangepakt.

Het realiseren van interoperabiliteit is noodzakelijk voor het elektronisch kunnen uitwisselen van gegevens en informatie binnen en tussen organisaties. Dit stelt het actieprogramma ’Nederland Open in Verbinding’. Het kabinet is van mening dat interoperabiliteit een essentiële randvoorwaarde is voor de toekomstvaste ontwikkeling van overheidsdiensten. Het kabinet en de Tweede Kamer vinden daarnaast open standaarden een basisvoorwaarde voor het realiseren van interoperabiliteit. Het lijkt er echter steeds meer op dat de uitdrukking ’papier is geduldig’ op deze uitgangspunten van toepassing is.

 

In het actieplan geeft het kabinet aan dat zij het gebruik van open standaarden in de publieke sector gaat bevorderen. Zij constateerde echter ook dat nieuwe open standaarden zullen blijven ontstaan vanuit samenwerkende partijen als onderdeel van een groeiproces. In het actieplan geven het kabinet en de tweede kamer de voorkeur aan ODF als documentstandaard voor de overheid, omdat dit een open ISO-standaard is. De door ISO goedgekeurde versie van ODF kent echter een aantal beperkingen. Zelfs de grootste voorstander zal hierdoor aangeven dat dit niet de meest gelukkige versie is om mee te werken. ISO heeft onlangs een tweede documentstandaard goedgekeurd, namelijk office open XML. Dit leidde tot de verrassende uitspraak van het Ministerie van EZ dat goedkeuring door ISO deze standaard niet zonder meer geschikt maakt voor de Nederlandse overheid. Terwijl zelfs vanuit open office-voorstanders wordt aangegeven dat toepassing van OXML onvermijdelijk is, vindt men dit vanuit de Nederlandse overheid om onduidelijke redenen nog niet vanzelfsprekend.

 

Onduidelijkheid alom. Want, wat maakt de ene ISO-standaard geschikter dan de andere ISO-standaard? En door wie en hoe wordt dat dan bepaald? Een dergelijke publieke discussie over ODF heeft, voor zover bekend, nog nooit plaatsgevonden. Hoewel het misschien ouderwets klinkt, mis ik juist op zo’n moment de traditionele overheid, zoals die ooit door Weber beschreven is. Uitgangspunten daarvan waren toch degelijkheid, betrouwbaarheid en rechtmatigheid. Hiermee onderscheidde de overheid zich van een willekeurig bedrijf. Bij een – voor velen onduidelijk – onderwerp als open (document)standaarden hoop je toch dat juist de overheid toekomstvaste, transparante en gedegen uitgangspunten hanteert om het voor alle betrokkenen niet nog onduidelijker te maken dan het al is.

 

Blijkbaar is het vaststellen van een open standaard niet geheel en al vrijblijvend binnen de overheid. Dit zou dan ook moeten betekenen dat wanneer binnen de lokale overheid een standaard voor berichtenuitwisseling wordt aangeboden aan het forum standaardisatie dit net zo min vrijblijvend zou mogen zijn. Zeker als de betreffende standaard op een breed draagvlak onder gebruikers en marktpartijen kan rekenen, is de versie die ter goedkeuring wordt aangeboden van wezenlijk belang en mede bepalend voor dit draagvlak. Wanneer vervolgens wordt geconstateerd dat het proces van aanbieding niet de schoonheidsprijs verdient en het aangeboden versienummer zelfs nog niet bestaat – laat staan inhoudelijk is besproken met betrokkenen – wordt pas duidelijk dat ook hier de traditionele overheidswaarden van degelijkheid, betrouwbaarheid en rechtmatigheid ondergeschikt zijn gemaakt aan het pragmatisme voor de korte termijn.

 

Met dergelijke technisch getinte discussies raak je al snel het doel kwijt waar het nu eigenlijk om gaat. Namelijk het mogelijk maken van interoperabiliteit. Ofwel, het kunnen uitwisselen en delen van informatie tussen overheidsorganisaties. In het rapport ’Ketenbesef op de werkvloer’ van de Algemene Rekenkamer wordt onder andere verslag gedaan van een onderzoek naar de aanpak van kindermishandeling. Men constateert dat de informatie-uitwisseling tussen en binnen de schakels in deze keten slecht is georganiseerd. Verder constateert de Algemene Rekenkamer: “De mogelijkheden van digitale overdracht worden nog maar nauwelijks gebruikt, waardoor er op onderdelen uiterst ondoelmatig wordt gewerkt”. Het Ministerie van VWS geeft als reactie op het rapport: “Het is bekend dat instellingen die zich met kinderen, jongeren en hun ouderen bezighouden te weinig informatie met elkaar delen en onvoldoende samenwerken”.

 

Dan is bij mij de verwarring volledig met betrekking tot het actieplan Nederland Open in Verbinding. Het lijkt er op dat binnen de Nederlandse overheid veel tijd, aandacht en geld kan worden besteed aan politieke discussies over standaarden, die slechts een politiek doel dienen maar nauwelijks een maatschappelijk belang hebben. Terwijl échte maatschappelijke belangen, die gediend zouden zijn bij een snelle vormgeving van interoperabiliteit, blijkbaar niet meer van belang zijn om degelijk, betrouwbaar en rechtmatig te worden geregeld.

 

Ben van Lier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Kees Ampt op
Met de invulling van Interoperabiliteit zoals hierboven komen we al heel wat verder. In hoeverre dat de huidige software die uitwisseling van gegevens mogelijk maakt is voor mij voorlopig even een vraag. Maar de doelstelling om dat mogelijk te maken is in ieder geval een positieve stap.
Met het idee dat ook de semantiek belangrijk is ben ik het hartgrondig eens. Maar voor mij blijft daarbij de vraag: “The semantic web, a dream or a nightmare?”
De voorbeelden die je nu ziet gaan vooral over ZIP-codes, een kreet die het grootste deel van de wereld als zodanig al niet gebruikt, of over familierelaties. Het multilingual aspect komt er vaak bekaaid van af en de culturele verschillen worden netjes onder tafel geveegd.
We zullen ons dus voorlopig tevreden moeten stellen met semantische afspraken voor bepaalde vakgebieden of toepassingen zoals bepaalde elektronische documenten. Als we daar vorderingen zouden kunnen maken zijn we al een heel stuk verder op de ‘open’ weg. Helaas doet ook hier het aloude normalisatieadagium opgeld: “Yes, let’s standardize, but do it my way.”
Wat dat betreft zou de Nederlandse overheid best flink wat meer aandacht, geld en menskracht mogen besteden aan echte (internationale) normalisatie op dit terrein. Dit in plaats van weer een nieuw praatcollege van hooggeplaatste lieden die al jaren buiten de (harde) praktijk lijken te staan.
Door Ben van Lier op
Geachte heer Ampt,

Bedankt voor uw reactie op mijn weblog. De verbinding naar het begrip interoperabiliteit zit feitelijk al in de kop ervan. De letters NOiV zijn de afkorting van het actieplan ‘Nederland Open in Verbinding’ van het kabinet. Dit actieplan heeft betrekking op het gebruik en de toepassing van open source en open standaarden in de (semi) publieke sector. Hierin wordt als definitie van interoperabiliteit gegeven: “het vermogen van (informatie)systemen om op elektronische wijze gegevens en informatie te kunnen uitwisselen binnen en tussen organisaties” (blz. 3). Deze definitie komt in de richting van de huidige definitie van het pan-European Interoperability Framework 1.0, maar is bijvoorbeeld beperkter dan de definitie die door het Amerikaanse Ministerie van Defensie wordt gehanteerd. Het door u aangehaalde NEN-document was mij niet bekend, waarvoor dank. De discussie hierin richt zich echter primair op interoperabiliteit binnen de telecommunicatiesector.

De discussie in de verschillende sectoren is echter fundamenteel niet verschillend wanneer het gaat over de technische mogelijkheid van interoperabiliteit ofwel het kunnen verbinden van systemen en netwerken. Wel ontstaat, naar mijn mening, een verschil wanneer we naast technische interoperabiliteit ook toe willen naar het uitwisselen en delen van informatie tussen organisaties en systemen. Dit wordt bijvoorbeeld duidelijk in de EICTA-definitie, die geciteerd wordt in het NEN-discussiestuk. Hierin is namelijk aanvullend opgenomen “to exchange information between them and to use the information so exchanged”. Dan komen de definities van EICTA, het NoiV en het EIF dicht bij elkaar en ontstaat naar mijn idee ook een verdergaande vorm van interoperabiliteit. Systemen gaan dan over en weer, zonder verdere tussenkomst, gebruik maken van elkaars informatie om op basis van die informatie verder te handelen, produceren of voort te brengen.
Hiervoor is het echter noodzakelijk dat naast technische ook semantische afspraken worden gemaakt om de uitgewisselde informatie over en weer te kunnen lezen en begrijpen. Bij direct gebruik en opname van de informatie is het ook noodzakelijk afspraken over de context te maken, waarbinnen deze informatie kan of moet worden gebruikt. Dan ontstaat de mogelijkheid dat systemen echt interoperabel worden en op basis van informatie met elkaar kunnen communiceren.

Ik hoop dat ik u hiermee voldoende basis heb gegeven voor een verdere discussie over de realisatie van interoperabiliteit van informatie tussen systemen in het algemeen en binnen de overheid in het bijzonder.
Door Kees Ampt (http://www.keesampt.com) op
De term Interoperabiliteit komt in bovenstaand verhaal heel wat keren op de proppen, zonder dar wordt toegelicht wat hieronder – in dit geval – wordt verstaan. Even Googlen levert een veelheid aan definities, voorbeelden of verklaringen op die veelal een totaal andere lading dekken.
Interessant in dit verband is het al weer enkele jaren oude discussiedocument opgesteld voor het Nederlandse ETSI Leden overleg (NELO) en opgesteld door Rudi Bekkers.

Zodra we overeenstemming hebben over welke interoperabiliteit we hier bedoelen kan het zinvol zijn de discussie voort te zetten.

 

 

Antwerpseweg 8, 2803 PB Gouda 

0182 - 34 57 01 

info.pss@centric.eu

www.centric.eu/overheid

Meer nieuws

Bloggers

Whitepapers