of 59232 LinkedIn

Nederland Open in Verkwisting

In het actieplan ‘Nederland Open in Verbinding’ stelt het Kabinet dat: ‘bij aanbestedingen en inkooptrajecten van software voor nieuw- of verbouw en contractverlenging de aanbieders van open source software daadwerkelijk in de praktijk dezelfde kansen krijgen en bij gelijktijdige geschiktheid voorlopig ook de voorkeur ter bevordering van de markt voor open source software in Nederland’.

Herhaaldelijk is al bewezen dat een dergelijk voorkeursbeleid in de praktijk kan leiden tot ongewenste effecten. Feitelijk leidt dit zelfs tot marktingrijpen vanuit de overheid. Maar zowel de politiek als het programmabureau hebben deze waarschuwingen, zonder enige argumentatie, van tafel geveegd als niet ter zake doend in de voorbije periode. Steeds meer signalen duiden er echter op dat deze vooringenomenheid voor open source software leidt tot de voorspelde negatieve gevolgen. En daarmee dus ook tot een voorkeurspositie voor een specifiek soort software binnen de overheid.

 

Een van de grote departementen heeft bij de aanbesteding van een mantelovereenkomst voor ICT-diensten de volgende vraag opgenomen: ‘Licht toe hoe u het kabinetsbesluit van 1 april 2008 over Open Source binnen een organisatie denkt vorm te geven’. Even los van de vraag welk besluit hier wordt bedoeld – er is geprobeerd voorzichtig uit te leggen dat naar alle waarschijnlijkheid het actieplan wordt bedoeld ...


De vraag maakt in ieder geval wel duidelijk dat hier zeker geen invulling wordt gegeven aan gelijke geschiktheid. Hierbij kunnen twee mogelijkheden aan de orde zijn. Ofwel het betreffende departement begrijpt absoluut niet waar het bij het actieplan over gaat. Ofwel het wordt gezien als een voorbijgaand fenomeen. Maar blijkbaar is het bij dit departement nog niet overgekomen dat open source slechts de voorkeur krijgt bij gelijke geschiktheid van functionaliteiten en producten. De uitleg en toelichting vanuit het programmabureau lijkt hier niet echt effectief te zijn.

 

Een tweede departement geeft in een marktverkenning aan dat: ‘Eis is dat de software zoveel mogelijk gebruik maakt van open source en open standaarden’. Dan is er al helemaal geen sprake meer van gelijke geschiktheid, maar van een vooringenomen standpunt! Nog los van de vraag of een dergelijk standpunt vanuit de overheid valt te verdedigen vanuit Europese Aanbestedingsregels, wordt ook hier fundamenteel voorbij gegaan aan het criterium van gelijke geschiktheid.

 

Door de overheid wordt bij een marktverkenning schijnbaar niet gezocht naar het beste product, de meest geschikte functionaliteit of de beste inkoopvoorwaarden. Men zoekt naar een politiek verantwoorde invulling voor de bouw van een ICT-systeem. Blijkbaar is voor de bouw van ICT-systemen politieke correctheid belangrijker dan een gefundeerde mening en visie over de ondersteuning die de software moet leveren, het doel waarvoor de software wordt gebruikt en – in dit geval – de omgeving waarbinnen dit systeem moet functioneren. Interoperabiliteit van de software met andere relevante software vormt immers geen onderdeel van de marktverkenning.

 

Een derde aanbesteding betreft die van een gemeentelijke dienst, die op zoek is naar: ‘een open source messagebroker en inzet van programmeurs voor de ontwikkeling van een systeem. Geraamde waarde van de opdracht bedraagt drie miljoen exclusief BTW’. Hierbij kan in ieder geval worden geconstateerd dat geen enkel bewijs aanwezig is dat de kosten van een dergelijk maatwerksysteem in open source opwegen tegen een standaard software-oplossing.


Zeker is echter dat hierbij geen enkele vraag of marktvergelijking naar gelijke geschiktheid heeft plaatsgevonden. Ook is hierbij de vraag aan de orde of deze overheidsopdracht net zoveel zou hebben gekost, wanneer deze zou zijn gebouwd op basis van standaard software. De enige conclusie, die hier getrokken kan worden, is dat de enige partij die hier beter van wordt de leverancier is die de programmeurs gaat leveren.

 

Zijn het niet dergelijke projecten die de Rekenkamer bedoelt, met projecten waarvan de hardheid van ramingen in de aanloop nog zacht zijn, waardoor achteraf geen beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de uitgaven is te geven? Is dat dan hetgeen het Kabinet bedoelt met de opmerking dat bij de migratie naar open source de kost voor de baat uitgaat? De meest essentiële vraag hierbij is wat het Kabinet nu écht wil stimuleren ...

 

Deze week heeft ICT office een onderzoek gepresenteerd naar de positie van productsoftware in Nederland. Hieruit wordt zonder meer duidelijk dat de huidige minister en staatssecretaris geen idee hebben waar zij het over hebben wanneer zij beleid voeren over software en softwareontwikkeling in Nederland. Niet alleen weten zij niets over de omvang en het belang van open source software, maar ook hebben zij geen notie van de omvang van de Nederlandse productsoftware industrie. Wat dus feitelijk neerkomt op het stimuleren van persoonlijke voorkeuren en uitgangspunten, die niet zijn gebaseerd op enig economisch inzicht of onderbouwing.

 

Een beleid dus van politieke willekeur. Een economisch beleid dat een land met een hoog ontwikkelde kenniseconomie onwaardig is. Een beleid dat leidt tot het onnut of lichtzinnig verbruiken van overheidsgeld. En dat wordt door Van Dale benoemd als verkwisting. 

 

Ben van Lier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door jo-anne raming op
Zo zijn we dus in een onbetrouwbare samenleving terecht gekomen.Hier wordt je niet vrolijk van
Door Kees Ampt op
Het was zeker niet mijn bedoeling de Nederlandse software industrie tekort te doen. Als er hier over ‘standaard software’ wordt gesproken denk ik dat we bedoelen software die niet typisch maatwerk is, dus door meerdere organisaties kan worden gebruikt. Dat heeft in de praktijk zowel voordelen als nadelen. Doordat meerdere organisaties dezelfde software gebruiken kunnen de ontwikkel- en onderhoudskosten door velen worden gedeeld. Het nadeel is vaak dat er een keurslijf kan worden opgedrongen en verplichte onderhoudscontracten waar dan – helaas – nogal eens weinig tegenover staat.
Anderzijds kan de ‘open software’ ook heel wat nadelen hebben. Denk maar eens aan de ellende die sommigen van ons hebben met al die steeds wisselende versies van PHP.
Er zit daarom best wat in het idee dat puur open software ook niet alles is. Wat wél belangrijk is ligt mogelijk op een heel ander terrein. Normen, het officiële woord in het Nederlands – dus NIET standaards of standaarden, dienen niet te worden opgelegd door één bedrijf of een kartel. Ze behoren in het publieke domein te zijn.
Het huidige systeem waarbij ISO, ISO/IEC, IEEE en vele andere organisaties tot normen komen heeft ook nadelen. Dijkstra en zijn navolgers vonden al dat één (geniaal) persoon een betere norm kon maken dan een comité waarbij altijd een compromis uit de bus komt. Pascal zou mogelijk als voorbeeld kunnen dienen. Ideaal als instructietaal om het vak aan studenten te leren maar in de harde praktijk nauwelijks aan de bak gekomen.
Al het ‘open’ gedoe legt wellicht meer de nadruk op de uitwisselbaarheid, mogelijk een vorm van interoperability zoals in een ander artikel aangeroerd. We zouden al heel wat verder zijn als al die ‘standaard’ software van de Nederlandse softwareproducenten zo was geconstrueerd dat uitwisseling met andere software mogelijk is. Helaas is die software vaak zo gesloten dat er absoluut geen uitwisseling mogelijk is. Natuurlijk is men dan weer best bereid een beperkte uitwisseling tegen ‘geringe’ meerkosten beschikbaar te stellen. Maar elke wijziging in de uit te voeren of te importeren gegevens vereist dan weer een nieuwe opdracht voor de leverancier.
Als we dat nu eens konden regelen dan was alles misschien veel opener dan nu, ook door onze lang niet altijd goed op de hoogte zijnde overheid, wordt gedacht.
Door Ben van Lier op
Geachte heer Ampt,

Dank voor uw reactie. Ik betreur echter uw laatste zinsnede. In de weblog wijs ik er juist op dat in deze aanbestedingen een vooringenomen keuze vanuit de overheid is opgenomen voor de te selecteren soort software. Dit ondanks het feit dat het vastgestelde beleid van het kabinet is, dat slechts bij gelijke geschiktheid wordt gekozen voor open source software.

Zoals ook door ICT Office is vastgesteld, kent Nederland een omvangrijke software-industrie die voor eigen rekening en risico hoogwaardige standaard softwareproducten en toepassingen produceert en exporteert. Deze tak van de software-industrie wordt in aanbestedingen volledig buiten spel gezet door dergelijke keuzes. Ik betreur het dat mijn opmerkingen over dit buitenspel zetten van deze hoogwaardige en kennisintensieve tak van de Nederlandse economie, door u worden afgedaan met de zinsnede dat dit slechts zou dienen “als verkapte reclame voor legacy software”. Volgens mij doet u daarmee, en ik hoop onbedoeld, de kennis, ervaring en deskundigheid van deze bedrijven en de tienduizenden kenniswerkers die daarin werken, wel heel ernstig tekort.
Door Kees Ampt op
Komen er helemaal geen reacties op deze verhalen of worden die alleen naar de opsteller gestuurd?
Het zijn natuurlijk mooie voorbeelden als je de verhalen zo leest. Bij aanbesteding is het overigens niet zo dat het meest geschikt of het goedkoopst de enige criteria moeten/mogen zijn. Voor zover mij bekend is de enige voorwaarde dat de criteria vooraf duidelijk moeten zijn en niet achteraf worden gewijzigd. Helaas gebeurt dat laatste nogal eens of zijn de criteria vooraf zo opgesteld dat een insider bijna al weet aan wie de opdracht gegund zal worden. Als dat de bedoeling van open source zou zijn is protest terecht. De eerder genoemde praktijken hekelen lijkt mij nuttiger dan deze al dan niet verkapte reclame voor legacy software.

 

 

Antwerpseweg 8, 2803 PB Gouda 

0182 - 34 57 01 

info.pss@centric.eu

www.centric.eu/overheid

Meer nieuws

Bloggers

Whitepapers